OSINT in en omtrent Utrecht: drie dagen in het teken van Bellingcat-methoden

Een week geleden, op zondagavond, 12 mei 2019, eindigde voor een selecte groep studenten, onder andere van de School voor Journalistiek in Utrecht, de Bellingcat-bootcamp. De studenten deden mee aan een driedaagse training en intensieve workshop om de ‘open source investigation’-methoden die Bellingcat gebruikt onder de knieën te krijgen.

Bellingcat is een onafhankelijk collectief van onderzoekers met verschillende achtergronden, dat als een soort van ‘hobbyproject’ van de Britse grondlegger Elliot Higgins begon en sinds kort ook een Nederlands kantoor in Den Haag heeft. Ze zijn bekend geworden door hun ophelderende, nauwkeurige en uitgebreide onderzoeken naar de MH17-ramp en het conflict in Syrië.

‘Open Source Intelligence’

De Bellingcat-methode(n) staan bekend onder de afkorting OSINT, wat staat voor ‘Open Source Intelligence’ – als een knipoog naar en een tegenhanger van het werk dat ‘central intelligence agencies’ verrichten en de (onderzoek)aanpakken die deze instanties kenmerken. De focus ligt dan ook minder op het inzetten van ‘slimme technologie’ en meer op interactie tussen onderzoeker en digitale, openbaar beschikbare tools en resources. Hierbij staan transparantie over bronnen en het (vastleggen van het) onderzoeksproces, onder andere door middel van blogposts die dit proces in beeld brengen (zie hier Bellingcat’s weblog), centraal. Deze blogposts laten bijvoorbeeld zien hoe door herhalfdelijke (reverse) ‘image searches’ met Google tools en het grondige en vergelijkende doorspitten van dit materiaal gereconstrueerd kan worden in welke context dit beeldmateriaal daadwerkelijk opgenomen en gepubliceerd is. Het contextualiseren van het beeldmateriaal is hierbij essentieel (ter illustratie: een voorbeeld van onderzoek naar Hezbollah-videomateriaal).

Inzichtelijkheid van het onderzoeksproces en de gebruikte online tools

De centrale rol die precisie en transparantie spelen, zorgt ervoor dat het onderzoekswerk dat Bellingcat doet vaak als journalistiek werk waargenomen wordt en het team rondom Higgins als citizen journalists geclassificeerd wordt. Belangrijk hierbij: een autonome manier van werken, voornamelijk gefinancierd door subsidies en innames die ze binnen weten te halen met hun workshops, en dus een stuk mediawijsheid dat ze meegeven aan de geïnteresseerde deelnemers.

De Bellingcat-aanpak gaat op deze manier verder dan de traditionele onderzoeksjournalistiek. Hun methode(n) leverden in het verleden bewijsmateriaal op dat in de rechtszaal toegestaan werd, zoals hun opsporing van oorlogsmisdaden in Syrië. Op deze manier legt Bellingcat niet alleen bloot, maar helpt ook letterlijk maatschappelijke en politieke misstanden aan te klagen. De bootcamp in Utrecht laat daarnaast een van hun bijzondere interessegebieden zien: het versterken van regionale en lokale journalistiek. De bootcamp vond niet alleen in Utrecht plaats, maar draaide thematisch ook om deze stad en lokale onderwerpen die hier spelen, zoals de aanslag op het 24 Oktoberplein (18 maart 2019) en de rol die cocaïnehandel speelt. Kijk via deze tweet van Ernst-Jan Hamel, docent aan de SvJ en een van de organisatoren, een samenvatting door RTV Utrecht terug.

Bellingcat-methoden in de SvJ’s datajournalistieke vakken

Voor Ernst-Jan Hamel en mij is de manier waarop Bellingcat te werk gaat een belangrijke bron van inspiratie in de doorontwikkeling van datajournalistieke vakken, zoals de minor Datavisualisatie & Infographics en het vak dataresearch in het tweede jaar van de opleiding journalistiek. In dit tweedejaars vak verzamelen en ontleden studenten openbaar beschikbare data(sets) als onderdeel van een multimediale productie. We dagen studenten hierbij uit om de verantwoording van hun aanpak, de selectie, analyse en presentatie van data, te integreren in deze online producties. We hopen studenten op deze manier te motiveren om gebruik te maken van digitale technologieën en online resources met een bewustzijn voor het functioneren van deze tools en de ethische uitdagingen die deze kunnen meebrengen (eerder heb ik deze aanpak ‘toolkritiek’ genoemd). Vanaf morgen, maandag, 20 mei mogen we weer van start met het vak dataresearch in het laatste blok van dit studiejaar en we zijn nu al benieuwd of enkele van de tweedejaars hun ervaringen met de OSINT-tools, die via een Google Docs-bestand voor iedere geïnteresseerde te raadplegen zijn, zullen inzetten!