Journalismlab_typologie_immersive_journalism

Naar een typologie van Immersive Journalism

Immersive journalism wordt vaak gezien als Virtual Reality journalistiek, waarbij VR-technieken worden ingezet om verhalen te vertellen. Na een jaar onderzoek van JournalismLab blijkt het iets genuanceerder te liggen. Het draait niet alleen om de techniek: interactie, het narratief en de rol van de gebruiker in het verhaal spelen ook een belangrijke rol.

Hieronder legt lector Yael de Haan uit wat immersive journalism is.

Naar aanleiding van onze inhoudsanalyse van 190 immersieve journalistieke producties (uit veertien landen) hebben we een typologie van immersieve journalistiek ontwikkeld. Een mooie manier om onze onderzoeksresultaten te vertalen naar een overzicht waar professionals in de praktijk iets aan hebben.

We hebben alle 190 producties langs twee assen geplot: De mate van inclusiviteit – in hoeverre zorgt de techniek dat je afgesloten bent van de fysieke wereld en ondergedompeld wordt in de virtuele wereld? En de mate van interactie – in hoeverre kun je als gebruiker interacteren met de virtuele wereld?

Hieruit volgden vier typen immersieve journalistiek, die we als volgt beschrijven: observing a location (weinig inclusiviteit, weinig interactie); exploring a story (weinig inclusiviteit, veel interactie); observering a story (veel inclusiviteit, weinig interactie); en participating in a story (veel inclusiviteit en veel interactie). In onderstaande afbeelding staan verschillende producties geplot ter illustratie.

Observing a location

Het grootste deel van immersieve producties vereisen geen vooruitstrevende devices (zoals een VR-bril), maar meer klassieke devices om de productie te kunnen bekijken, zoals een laptop of smartphone. Dit zijn voornamelijk 360-graden video’s van gebeurtenissen of locaties. De producties geven vaak een impressie van een situatie aan het publiek. Deze producties vallen onder het type: observing a location. Met deze producties kan makkelijk een groot publiek bereikt worden, omdat er geen speciale apparatuur nodig is. Behalve dat de gebruiker in 360-graden rond kan kijken, zijn er geen andere interactiemogelijkheden. Het publiek observeert in plaats van dat het deelneemt in het verhaal. Om zo’n productie te maken, heeft de journalist alleen een simpele 360-graden camera en weinig tot geen voorbereiding nodig. De producties hebben niet altijd een verhaallijn, maar geven informatie over een locatie of gebeurtenis, zoals de Solar Eclipse in 360 (NYT) en Scenes outside the Bataclan (BBC).

 

Exploring a story

Ook dit type immersieve journalistiek vereist geen vooruitstrevende devices en kunnen bekeken worden op een laptop en/of smartphone. Wel zijn deze producties interactief en heeft het publiek meer agency. Zo kan het publiek naast rondkijken in 360-graden bijvoorbeeld ook uit meerdere verhaallijnen kiezen en zijn eigen ‘pad’ bewandelen. Met deze producties kan dus ook een groot publiek bereikt worden. Dit zijn vaak producties waar het publiek een locatie of verhaal kan ontdekken, waar het publiek zelf niet kan komen. Zoals de nieuwe Noord-Zuidlijn in Amsterdam (de Volkskrant) voordat deze open was, of zelfs een schilderij van Van Gogh. De producties bieden naast het zien van een plek of gebeurtenis, ook verdieping hierover. Om deze producties te maken is meer voorbereidingstijd nodig en moeten meerdere experts ingeschakeld worden, zoals een journalist (voor de research en het verhaal), een programmeur en een interaction-designer.

 

Observing a story

Het derde type heeft net als de eerste weinig interactiemogelijkheden, behalve rondkijken in 360-graden, maar vereist wel een VR-bril (van low-tech cardboard, tot een high-end Oculus VR). De gebruiker heeft dus geen invloed op het verhaal, maar observeert. Het doel van deze producties is om het publiek meer inzicht te geven over gevoelige of ingewikkelde situaties. Bijvoorbeeld, hoe het is om als vluchteling de Middellandse zee over te steken in We Wait (BBC), of hoe het is om als autistisch meisje op een verjaardag te zijn in The Party (The Guardian). In deze twee voorbeelden bekijk je het verhaal vanuit een first-person perspectief – het perspectief van de hoofdrolspeler (dit is geen standaard). Ook hier is meer voorbereidingstijd nodig, de verhalen vereisen research en zijn plot-based. Met een goede 360-camera en iemand die dit kan editen kunnen deze producties gemaakt worden.

 

Participating in a story

Het laatste type immersive journalistiek vereist een advanced device én biedt mogelijkheden om te interacteren met de virtuele wereld. De meeste van deze producties geven een first-person experience, waar je moet interacteren met de virtuele wereld voordat het verhaal verder gaat, zoals in De verwarde man (Kro-Ncrv) en in Notes on Blindes (ARTE france), of waar je zelfs je eigen verhaallijn kunt kiezen zoals in Cut-Off (Vice Canada). Het zijn interactieve virtual reality verhalen, die zorgen voor betrokkenheid van het publiek en een hoge impact hebben (en een laag bereik). Dit soort producties vereisen veel tijd, verschillende expertise en geld. Vaak worden deze producties in samenwerking gemaakt met bedrijven buiten de journalistiek.

 

Nuance

Via YouTube is het mogelijk om alle video’s geschikt te maken voor een VR-cardboard (het scherm wordt simpel in tweeën gesplitst), maar dit is niet nodig om de 360-graden video’s in Observing a location te bekijken.

Veel van de producties in Observering a story zijn in eerste instantie in Virtual Reality gemaakt en alleen te bekijken in de VR-app, maar later ook omgevormd naar een 360-video en te bekijken zonder VR-bril. Waarschijnlijk vanwege een groter bereik.