Multimedia storytelling: het dopamine-effect

‘The answer is: plot,’ zegt Amy  O’Leary. Ze beantwoordt daarmee de vraag van een VPRO-redactrice wanneer je welke vorm van interactiviteit moet inzetten bij multimedia producties. ‘Van mijn hoofdredacteur krijg ik alleen maar te horen “maak het interactief,” maar ik heb geen idee wat ik in welke situatie moet doen. Zijn daar aanwijzingen voor?’ vraagt de redactrice. O’Leary geeft haar korte antwoord en wacht.

Op 15 mei gaf Amy O’Leary In Amsterdam een masterclass multimedia storytelling in het kader van de jaarlijkse conferentie van de vereniging Verhalende Journalitiek. Ze is multimedia redacteur bij de New York Times en werkte mee aan het tumultueuze Innovation rapport, waarover eerder is geschreven op dit blog. De grote vraag van dat rapport is: hoe brengen we onze verhalen online? De centrale vraag van de masterclass is: Hoe bereik je maximale impact met multimedia Storytelling?

Droom

Deelnemers aan de workshop zijn redacteuren en freelancers uit de VPRO/De Correspondent- hoek. Ze willen leren hoe ze verhalen multimediaal kunnen vertellen en dromen van grote reizen en zelfstandig producties. What is your dream? was Amy’s vraag.

Natuurlijk komt er weer een vraag na Amy’s korte overtwoord over plot. Wat bedoelt ze? Ze bedoelt dat het bij multimedia storytelling niet gaat om de vraag: welke vorm van interactie moeten we gebruiken, welk format, welke techniek? Nee, het gaat maar om een vraag: welk verhaal wil je vertellen? Wat is je plot?

Bij de New York Times heeft het ook even geduurd voordat ze daar achter kwamen. Ook daar werd iedereen wild van alle technische mogelijkheden. Snowfall! Cool! Zelfs een Pullitzer mee gewonnen. Maar, vragen ze zich nu af, zitten de lezers hier wel op te wachten? Laten we ons niet teveel leiden door wat kan, in plaats van ons af te vragen wat de lezers echt willen, en wat ze echt lezen? We are inventing new things, and we are not asking anyone! Waar zijn de data die laten zien wat werkt?

Dopamine

Die data zeggen dat  cool wel lezers trekt, maar ze niet vasthoudt. In de wereld van informatie-overvloed is aandacht trekken een van de belangrijkste dingen die je moet doen om te overleven. Our job is to compete for attention. Maar dat is maar het begin. Iedereen probeert de aandacht van de lezer te trekken. Heb je net iemands aandacht getrokken, wordt ie weer weggetrokken door iets anders dat ook spannend is. Alle nieuwe mediadragers zijn gemaakt om snel te kunnen switchen.

We gebruiken mobiele media  om onze dopaminehuishouding op pijl te houden. Weer iets nieuws, grappigs, verdrietigs, of schokkends. Dat geeft een korte rush waardoor we ons goed voelen. Zodra het nieuwe, grappige, verdrietige of schokkende eraf is, gaan we op zoek naar iets anders dat opnieuw die rush kan geven. Dat is niet iets om mensen te verwijten. Zo zitten we in elkaar. Zo werken onze hersenen.

Hersenchemie

Om de aandacht vast te houden we have to fight brain chemistry. En dat doe je met verhalen. Spannende verhalen. Verhalen waar mensen zich mee kunnen identificeren, waar ze zich betrokken bij voelen. Heb je lezers  eenmaal verleid je verhaal te volgen, dan moet je ze niet weer afleiden met allerlei mogelijkheden die er niet toe doen. Dat is de kunst van multimedia storytelling.

Het gaat om drie dingen. Je moet weten waar de BELANGSTELLING van je publiek ligt en hoe je die kunt vangen. Je moet  die belangstelling vasthouden door een goed VERHAAL te vertellen. En je moet de TECHNIEK  gebruiken die het best bij je verhaal past. Gebruik video waar video goed voor is, voor het vastleggen van actie en emotie en het tonen van beslissende momenten. Gebruik het niet voor pratende hoofden als hetzelfde met geschreven tekst duidelijk gemaakt kan worden.

Emotie

Het zelfde geldt voor interactiviteit. Gebruik het niet omdat het kan, maar omdat het het verhaal ondersteunt. Een slider die laat zie hoe Fukushima er voor en na de kernramp uitzag, werkt prima. Dat houdt je in het verhaal. Je wilt dat weten. Het plaatje zien versterkt de emotie. Maar een kaartje met allerlei andere kernrampen leidt af, dat trekt je uit het verhaal.

‘Maar er zijn toch verschillende lezers die verschillende dingen willen met een verhaal,’ oppert een deelnemer. ‘Die vlieger gaat niet op,’ zegt O’Leary. ‘Een verhaal dat voor iedereen is, is voor niemand.’  Een timeline met alle informatie over het leven van Nelson Mandela werkt niet. Het is teveel. Er is geen verhaal. De meeste mensen willen niet verdwalen of  de weg kwijt raken. Ze willen een plot.

amy

Auteurs