Journalistiek onderwijs

Ooit wisten journalisten en opiniemakers vrij goed wat journalistiek en vooral wat kwaliteitsjournalistiek inhield (Gans, 1979; Wijfjes 2004, Bardoel e.a. 2002, Wallage 2007). Om die reden was het ook relatief eenvoudig een curriculum voor journalistiek-onderwijs vorm te geven (Koedijk 1997, Hemels 1972, Kussendrager & Van der Lugt 1992, Van Vree 2002). Een en ander ligt tegenwoordig volstrekt anders. Op alle journalistiekopleidingen, zowel in Nederland als elders, leeft onzekerheid over de juiste koers. De verklaring voor deze onzekerheid is te herleiden tot onzekerheid over de journalistiek zelf – haar inhoud, vorm, functie en meer. Deze onzekerheid kan eventueel nog verder herleid worden: naar een samenleving waarin alles voortdurend in beweging is, een zogezegd vloeibare samenleving (Deuze 2008, Bauman 2000 e.v.).

Het journalistieke onderwijs van nu is flink in beweging om in te spelen op de veranderende journalistieke praktijk in een vloeibare samenleving. Scholen journalistiek in Nederland en in het buitenland experimenteren met nieuwe werkvormen en bieden nieuwe vaardigheden om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de journalistieke praktijk van nu en morgen. Een journalistieke professie die continu in verandering is en die ook, mede door nieuwe technologieën, moet accepteren dat deze verandering een continue en blijvend proces is (Newton, 2013).

Het lectoraat doet onderzoek naar nieuwe vaardigheden en onderwijsvormen binnen journalistiek onderwijs en welke rol de docent journalistiek daarin speelt.

Onderzoekers

Docent onderzoeker
Docent onderzoeker