‘Gewoon omdat het leuk is, niet als businessmodel’

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek sprak de afgelopen weken met zeven hoofdredacteuren (AD, NDC, RTV Rijnmond, Nu.nl, NOS Nieuws, Elsevier en De Correspondent) over de journalistieke plannen die ze in petto hebben voor 2016. Ik nam ze door en zette de vijf opmerkelijkste hoofdredactionele uitspraken uit deze interviews op een rij.

1) Christiaan Ruesink – het Algemeen Dagblad:

“Het klinkt misschien een beetje gek, maar bij print hebben we de laatste jaren meer vernieuwingen in design doorgevoerd dan online.”

Christiaan RuesinkNee, Christaan Ruesink, helaas klinkt dit helemaal niet gek. Ik neem tenminste aan dat je bekend bent met de strategie van je eigen uitgever? We weten inmiddels allemaal dat papier bij De Persgroep prioriteit is, en voorlopig ook nog wel even blijft. Zo staat Het Parool in 2016 eveneens in het teken van dode bomen. Van Thillo heeft daar natuurlijk zo zijn redenen voor. Hij wil alleen iets doen wat al bewezen succesvol is en eerlijk is eerlijk, daarmee is hij tot nu toe zelf ook erg succesvol geworden. Maar het is wel jammer dat de kansen van online op die manier in beperkte mate worden benut. Desalniettemin is het fijn dat AD.nl zich het komend jaar in een fris ontwerp mag gaan hullen. En het is goed om te horen dat Ruesink daarbij de ‘chaotische eigenheid’ van het AD daarbij niet uit het oog wil verliezen. Want ook online is niets zo belangrijk als een eigen identiteit.

2) Marcel Gelauff – NOS Nieuws:

“Die andere werkwijze heeft de nodige organisatorische gevolgen gehad. We gaan dat nu eerst evalueren, voordat we een eventuele volgende stap zetten.”

Marcel GelauffDit is hét probleem van traditionele (nieuws)organisaties: het tempo waarin een volgende stap wordt gezet (en het geloof dat je die tijd nog kan veroorloven). Met evalueren is niks mis. Sterker nog, daar zouden nieuwsorganisaties nog veel beter in kunnen worden. Maar behendig en lenig (en dus slim en snel) omgaan met opgedane inzichten – kortom agile kunnen werken – daar hebben nieuwsoredacties nog (te) weinig kaas van gegeten. Laten we hopen dat een van de mensen uit het NOS Lab (dat hoogstwaarschijnlijk wel op een agile of lean manier functioneert) kans ziet om hier tijdig in te grijpen. Op die manier kan voorkomen worden dat een speciaal daarvoor aangewezen eindredacteur een evaluatierapport van tientallen pagina’s gaat produceren dat over – pak ‘m beet – twee maanden klaar is. Lara Ankersmit, lees je mee?

3) Evert van Dijk – Noordelijke Dagblad Combinatie:

“NDC heeft op de regioredacties vijf speciale digitale verslaggevers aangewezen, op een totale bezetting van 160 fte. Die werken eerst en vooral voor de website.”

Evert-van-Dijk-NDCDeze uitspraak valt inmiddels in de categorie ‘klassiekers’: hoofdredacteuren die benadrukken dat online nu écht belangrijk wordt, en dat dan vervolgens in de praktijk blijkt dat 90% van de journalisten nog altijd eerst – en misschien ook wel vooral – voor de krant (of voor radio of tv) blijft werken. Ik hoop dan ook dat in 2016 plannen en praktijk wat beter op elkaar gaan aansluiten. En nog meer hoop ik dat de uitgevers van deze hoofdredacteuren eindelijk gaan inzien dat het een illusie is om te denken dat je geld kan verdienen met een nieuw product, zonder dat je daar daadwerkelijk in investeert (en daar dus voldoende mensen en middelen voor vrijmaakt).

4) Arendo Joustra – Elsevier:

“Zo’n community is van de leden, die deelnemen aan de informatievoorziening. Zo kun je mensen helpen hun identiteit te vinden. Gewoon omdat het leuk is, niet als businessmodel.”

arendo joustraAls ze ergens druk bezig zouden moeten zijn met het zoeken naar – en vinden van – nieuwe businessmodellen dan is het toch wel bij Elsevier zou je denken. Dus waarom zou dit overigens goede idee rondom communitybuilding (wat nu bij elke nieuwsorganisatie hoog op de agenda lijkt te staan) niet hand in hand kunnen gaan met het verdienen van geld? Is het verdienmodel van De Correspondent niet het ultieme voorbeeld van de waarde van een community? Misschien begrijp ik Joustra hier niet goed, maar ik zou hem adviseren om ‘leuke dingen doen’ en ‘geld verdienen’ juist op een slimme manier te combineren. Ik raad hem daarbij het rapport van Teun Gautier aan, waarin maar liefst 52 manieren staan om geld te verdienen met (kwalitatief hoogwaardige) journalistiek.

5) Johan de Koster – RTV Rijnmond:

“Ze moeten zelfstandiger gaan opereren, als camjo. Een filmpje maken voor tv, een stukje audio eruit filteren voor de radio en een item maken voor internet. De ondernemende verslaggever, zo noemen we het zelf.”

Johan de Koster Ga er maar aan staan als hoofdredacteur van RTV Rijnmond: of je de regio vanuit journalistiek opzicht beter wil gaan bedienen, maar dan wel in combinatie met fikse bezuinigingen. Dat De Koster het functieprofiel van zijn verslaggevers vervolgens typeert als ‘ondernemend’ is natuurlijk goed bedoeld, maar tussen de regels door lezen we allemaal dat het gaat om de verslaggever die de dupe wordt van de 17 miljoen euro aan bezuinigingen bij de regionale omroepen. De hoofdredacteur overweegt daarom om het nieuwsblok op tv te gaan schrappen omdat deze rubriek ‘in hoge mate de inzet van het personeel vereist’. Dat klinkt dus heel verstandig omdat de verslaggevers zich dan wellicht iets meer op kwaliteit (goede verhalen) in plaats van kwantiteit (zoveel mogelijk verhalen) kunnen gaan richten. En dat getuigt dan overigens juist wel weer van ondernemerschap: kiezen om iets niet (langer) te doen.

 

Auteurs