Dode bomen strategie snijdt geen hout

Nieuwe plannen van Het Parool onder de loep: het is en blijft een krantenbedrijf

‘Nieuw Parool is ode aan de dode bomen,’ zo luidt de kop boven het interview in Villamedia met de hoofdredacteur van Het Parool, Ronald Ockhuysen. Vanaf 10 februari krijgen krant en online een nieuwe inhoud en vormgeving. Een analyse aan de hand van de meest relevante quotes uit het interview met Ronald Ockhuysen:

Parool_JournalismlabStrategie – ‘De oplage is al zeven jaar aan het dalen. Dat moet stoppen’
Het is inmiddels een bekend fenomeen: de hoofdredacteur die online of crossmedialiteit predikt, maar die nog altijd denkt in – en handelt naar – het maken van krantenpagina’s (en het aantal abonnees). Alhoewel Ockhuysen zichzelf in het interview spekkoper noemt, omdat hij verder geen hoofdredacteuren kent die snel na hun aantreden de krant mogen verspijkeren, is dit juist eerder regel dan uitzondering. Ook de hoofdredacteuren van Het FD (Jan Bonjer), de Volkskrant (Philippe Remarque) en ook recentelijk Paul Jansen (De Telegraaf) gingen allemaal eerst heel snel het papier product onder handen nemen.

Dat deze hoofdredacteuren vooral aandacht hebben voor papier is overigens zeer begrijpelijk, het zijn krantenmakers pur sang. Dat is waar ze goed in zijn en waar hun hart sneller van gaat kloppen. Het is dus ook niet zo verbazingwekkend dat de hoofdredacteur van Het Parool spreekt over ‘een ode aan dode bomen’ en benoemt dat hij de oplagedaling (momenteel 55.000, nog maar 15.000 meer dan De Correspondent dus) wil stoppen. Het is geen zonde om de liefde voor papier uit te spreken en niemand zal ontkennen dat met dit product nog vele monden dagelijks gevoed kunnen worden. Maar laten we dat nou eens loskoppelen van de vraag of je (daarnaast) ook geld kunt verdienen met online journalistiek. Ja, dat kan! Maar niet als je online er slechts bij blijft doen en dit platform nooit echt prioriteit geeft. Waarom is er naast Ockhuysen geen online hoofdredacteur die zich wel 100% op online kan focussen? Iemand die spreekt over het vergroten van het online bereik en die daar ook veel verstand van heeft?

Het is de organisatorische kunst om enerzijds je oorspronkelijke product te blijven exploiteren en anderzijds nieuwe producten te exploreren. Ook wel het ambidextrous design genoemd en volgens innovatiewetenschappers alleen succesvol in geval van uitstekend management. Laat daar in veel nieuwsorganisaties nou een deel van het probleem liggen. Leidinggevenden zijn zelf teveel onderdeel van de traditionele journalistieke cultuur die ze willen doorbreken. Het Parool heeft afgelopen zomer voormalig adjunct-hoofdredacteur van Nu.nl, Wilma Haan, aan mogen nemen. Dat was zeer positief nieuws: iemand met online bloed op de redactie. Maar waarom kreeg Haan ‘slechts’ een chef-positie en waarom werd zij niet de nieuwe adjunct-hoofdredacteur? Een gemiste kans als je het mij vraagt.

Organisatie – ‘De muur tussen digitaal en krant halen we neer’
Ook deze hebben we eerder gehoord: ‘Bij Het Parool moet iedereen voor de krant én site gaan werken’. Collega hoofdredacteur Paul Jansen van De Telegraaf gaf ook meteen na zijn aantreden aan dat krant en site meer moeten samenwerken. Bij Jansen ging dit bovendien gepaard met de opmerking dat hij verbaasd was dat dit nog nauwelijks het geval was (het kan anno 2015 dus kennelijk nog zo zijn dat je hoofdredacteur wordt, zonder dat je je eerder hebt verdiept in de crossmediale strategie van de redactie waar je zelf al bijna 20 jaar voor werkt).

In mijn proefschrift analyseerde ik de vele beleidsplannen van hoofdredacties waarin dit credo – krant en online moeten nu echt samenwerken – jaar in jaar uit terugkeerde op de agenda. Het lukte de redacties niet om daar echt een succes van te maken. Tot op de dag van vandaag is dit een groot dilemma: hoe combineer je als journalist je werkzaamheden voor twee platformen die allebei vragen om een andere manier van werken? Er zijn weinig journalisten die daar echt in slagen. Ockhuysen merkt op dat dit inderdaad voor sommige redacteuren mentaal lastig is, maar dat iedereen beseft dat het niet anders kan. Het komt er daarmee kortweg op neer dat de online nieuwsconsument afhankelijk is van de mentale mogelijkheden van een Parool-redacteur. En laat die online nieuwsgebruiker nou niet enorm geduldig zijn. Als een ander platform een stuk simpelweg eerder plaatst of niet slechts een copy-paste verhaal voorschotelt dat eigenlijk is geschreven voor een ander platform, dan ben je die lezer dus rap kwijt. Het geïntegreerde model werkt niet voor iedereen. Bedenk eerst wat je online wilt doen en bekijk daarna welk organisatiemodel daarbij past (én welke mensen je daarvoor nodig hebt) in plaats van andersom!

De site: ‘Die wordt lokaler dan de krant’
Dit is daarentegen wel goed nieuws: de keuze om iets niet te doen! De site wordt volgens Ockhuysen namelijk ‘lokaler dan de krant’. Terwijl de nieuwskrant breder wordt, mag de online lezer niks missen van wat er in Amsterdam gebeurt. Hopelijk begrijp ik dit goed en  betekent het dat de site een niche zoekt en niet langer de hele krant online gaat publiceren (daarvoor hebben we Blendle tenslotte al). Als ik echt goede stukken wil lezen over buitenlandse aangelegenheden dan heb ik namelijk niet de illusie dat ik daarvoor bij Het Parool moet zijn. De nieuwsdienst (die kennelijk specifiek in het leven is geroepen voor online?) gaat ‘achter alles aanbellen’. De site moet daarnaast functioneren als ‘gids met heel veel informatie over de stad’ en moet daarmee ook ‘voor bezoekers van buiten een baken worden’. Een krant gaat over clubgevoel, merkt de hoofdredacteur terecht op. Dat is in mijn ogen voor een site niet anders. Laat Het Parool dan nu een site maken met een daadwerkelijke eigen Amsterdamse koers, toon én inhoud! En doe dat dan ook met een échte online redactie, dus eentje waar ook developers, vormgevers en marketeers en verslaggevers onder vallen (en waar ze niet afhankelijk zijn van een redacteur die online er ook nog bij moet doen).

Verdienmodel: ‘Ongeveer volgens het Volkskrantmodel’
De Persgroep en de zoektocht naar een verdienmodel, dat is een complex verhaal waar nu ook Het Parool onderdeel van gaat worden. Eerst was er de overtuiging bij Van Thillo & co dat er nooit voor online journalistiek betaald zou worden en dat alleen behoefte was aan sites als Nu.nl met uitsluitend snacknieuws. Toen bleek dat de uitgever het wel eens bij het verkeerde eind zou kunnen hebben, werd alsnog een ‘Plus’ omgeving ontwikkeld. In deze omgeving betaal je voor de echt goede stukken en voor de wat kortere minder bijzondere nieuwsberichten niet. Het Parool mag nu dus ook ‘ongeveer’ dit Plusmodel gaan gebruiken. Wat dat ‘ongeveer’ betekent wordt niet duidelijk. De Volkskrant gaat trouwens ook een Blendle-button op de eigen website plaatsen (hoorde ik op het Mediafast Uitgeefcongres). Misschien omdat de Plus-omgeving toch niet voldoende oplevert? Waarom krijgt Het Parool dit model dan alsnog? En moet Het Parool dan ook eerst weer heel lang wachten voordat zij online een Blendle-knop krijgen? Veel vragen dus. Mensen met antwoorden mogen zich melden!

De uitgever: ‘Het gaat nooit over geld, maar over kranten maken’
Hier zit natuurlijk de crux. Ockhuysen merkt op dat hij alle vrijheid geniet van zijn uitgever en dat ze bij De Persgroep heilig geloven in de toekomst van Het Parool: ‘Het gaat nooit over geld, maar over kranten maken.’ Precies! Het gaat over kranten maken. En zo zijn we weer aangekomen bij het begin van dit verhaal. Het Parool is en blijft onderdeel van een traditioneel krantenbedrijf (met dito hoofdredacteuren) waar de ambities met betrekking tot online zeer minimaal en ondergeschikt blijven. Van Thillo gaf tijdens het Mediafacts Uitgeefcongres in juni ook toe dat hij eigenlijk helemaal geen belang heeft bij een enorm sterke online positie van zijn krantentitels. Hij is namelijk bang dat dit betekent dat er steeds minder papieren abonnees overblijven en dan is het alsnog gedaan met die beschaafde winst waar Ockhuysen in het interview met Villamedia naar verwijst.

Hoe moet het dan wel?
Onlangs gaf Elger van der Wel (ex NOS Nieuws, nu OKGO) een boeiend college op de Hogeschool Utrecht en daar refereerde hij aan een heel helder lijstje – The New Media Playbook – met de belangrijkste uitgangspunten van een mediaorganisatie anno 2015  (Elger zag dit voorbij komen in een presentatie op South by Southwest). De eerste drie uitgangspunten op dit lijstje luiden: tech centric, social dna en data centric. Termen die ik niet voorbij zie komen in het verhaal van Ronald Ockhuysen en daarmee is het maar de vraag of de plannen van Het Parool daadwerkelijk hout snijden. Om maar eens in de (al dan niet dode) bomenterminologie te blijven hangen.

Zelf ben ik bezig met het ‘kantelen’ van nieuwsredacties omdat de huidige organisatiestructuur niet langer past bij crossmediale (of online) journalistiek. Ik ben hiervoor het model van de Flipped Newsroom aan het ontwikkelen, onderzoeken en uitwerken. Over dat model schrijf ik volgende week meer.

5 opmerkingen

  • Interessante observaties. Ik kan natuurlijk niet voor het Parool spreken, wel voor de Volkskrant. Waarom we een Blendle-knop gaan plaatsen; ‘Misschien omdat de Plus-omgeving toch niet voldoende oplevert?’ Nee, dat is niet de reden. Het klinkt misschien raar, maar we willen het onze lezer makkelijk maken. Als onze lezers géén abonnement bij de Volkskrant hebben, maar wél een account bij Blendle, waarom zou je het dan niet mogelijk maken om een artikel direct via Blendle te kopen?
    Dat heeft niets met onze zogenoemde plusstrategie te maken. Hoofddoelstelling daarbij was om onze bestaande abonnees meer te bieden, ze in de watten te leggen. Dat werkt bijzonder goed. We zijn daar zelfs zo tevreden over dat het nu ook door het Parool gebruikt gaat worden. Kopen nu heel veel niet-abonnees al een dagpas? Nee, zeker niet. Maar, nogmaals, daar ging het ons ook niet om.

    Verder: “Waarom is er naast Ockhuysen geen online hoofdredacteur die zich wel 100% op online kan focussen? Iemand die spreekt over het vergroten van het online bereik en die daar ook veel verstand van heeft?”
    Dat is een veel te simpele voorstelling. Het gaat al lang niet meer sec om het vergroten van het online bereik. In ieder geval bij een merk als de Volkskrant. Wij vinden het veel belangrijker dat mensen lang blijven hangen op de site. Als het puur om het vergroten van bereik zou gaan, maak je redactioneel hele andere keuzes. Maar dit verschilt uiteraard per merk. Bij de Telegraaf, AD of Nu.nl kan dat weer anders zijn.

    Laurens Verhagen
    Chef Digital de Volkskrant

    • Laurens, veel dank voor je antwoorden en aanvullingen mbt het verdienmodel! Begrijp ik nou goed dat de doelstelling voor vk.nl niet is (en nooit was) gericht op het bereiken van een andere, nieuwe doelgroep dan de al bestaande abonnees? Kortom: de online strategie gaat hoofdzakelijk over het behoud van abonnees? Dan zou die strategie dus niet zozeer meer geld opleveren, maar ervoor zorgen dat er in ieder geval niet minder geld binnenkomt (omdat abonnees zouden vertrekken), toch?

      Wat betreft het vergroten van het online bereik. Ik ben het helemaal met je eens dat het blindstaren op pageviews en dus op bereik, niet the way to go is. Niet voor merken als de VK idd. Die opmerking maakte ik vooral als tegenhanger op de uitspraak van de hoofdredacteur van Het Parool die sprak in termen van bereik (stoppen van oplagedaling). Het is interessant om na te denken wat de meer waardevolle metrics zijn. Leesduur is een belangrijke natuurlijk, maar er zijn er vast nog meer (delen, reageren?). Mijn collega Laurens Vreekamp doet daar momenteel onderzoek naar. Misschien kan ik je eens met hem in contact brengen?

  • Nou, het is eigenlijk beide. Maar het bereiken van nieuwe doelgroepen vereist een veel langere (en geduldiger) adem. Vandaar dat we niet schrikken als er bv door niet-abonnees weinig dagpassen worden gekocht. Stuur mijn naamgenoot maar op me af hoor.

  • Pingback: Goede analyse van de (vooral papieren) plannen van Het Parool

  • Pingback: Leesvoer over journalistieke innovatie in 2016 - Blog - De Nieuwe Reporter - Journalistiek & Nieuwe Media