Gebruik van data verandert het doel van de journalistiek

Data hebben een andere functie gekregen in de journalistiek. Eind vorige eeuw werden data gebruikt om sociale misstanden aan te tonen. Tegenwoordig presenteren journalisten datasets om het publiek te helpen bij het maken van keuzes voor bepaalde diensten of producten.  Dat is de conclusie van een onderzoek naar datagestuurde journalistieke projecten in de Chicago Tribune in de periode 2004 – 2009 (1). Doet zich in Nederland een soortgelijke ontwikkeling voor, of speelt datajournalistiek in ons land een andere rol?

Op het laatste congres van de Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek (VVOJ) ging ruim de helft van de ongeveer 40 workshops over datajournalistiek. Voorafgaand aan het congres was zelfs een hele dag aan dit onderwerp gewijd.  Nederlandse en Vlaamse journalisten werden bijgepraat door de wereldtop op het gebied van datajournalistiek. Met onder andere Brant Houston, hoogleraar onderzoeksjournalisitiek, oud voorzitter van de Amerikaanse vereniging voor onderzoeksjournalistiek IRE en veelvuldig gelauwerd onderzoeksjournalist, en Geoff McGhee, de man die onder andere het dagblad  Le Monde leerde hoe je gegevens moet visualiseren,

10 jaar datajournalistiek in Nederland

Volgens Dick van Eijk, een van de oprichters van de VVOJ, redacteur van NRC Handelsblad en voorzitter van het Expertisecentrum Journalistiek, wordt er in Nederland al zo’n tien jaar aan datajournalistiek gedaan (2).  In 1993 onderzocht hij zelf voor NRC Handelsblad het netwerk van bestuurders in de sociale zekerheid.

Van Eijk geeft de volgende opsomming van datajournalistieke projecten in Nederland. NRC Handelsblad. Het stemgedrag van Europarlementariers. De toekenning van koninklije onderscheidingen. De spectaculaire banengroei in de tweede helft van de jaren negentig. Collegevorming na gemeeteraadsverkeizingen. Goede en slechte buurten in Nederlandse steden. Trouw.  Schoolprestaties. Elsevier en de Volkskrant Honorering van topbestuurders. Kwaliteit van verpleeg- en verzorgingshuizen.

Buiten het artikel over het netwerk van bestuurders in de sociale zekerheid, lijken de andere onderwerpen te vallen onder de noemer ‘service journalistiek.’

Van verantwoording naar transparantie

Volgens Sylvain Parasie en Eric Dagiral wordt datajournaistiek tegenwoordig op een heel andere manier ingezet dan zo’n tien jaar geleden. Dat gaat volgens deze onderzoekers zover dat de doelstelling van de journalistiek ook is veranderd. In de jaren negentig waren datajournalisten er vooral op uit om sociale misstanden aan te tonen. Ze wilden machthebbers ter verantwoording roepen.  Zo toonden journalisten van de Chicago Tribune bijvoorbeeld aan hoeveel overheidsgeld ten goede kwam aan zwarte en witte scholen. Of ze gebruikten politiecijfers om aan te tonen dat zwarten in New York City 40 keer zoveel kans hadden om opgepakt te worden dan blanken. Dit soort artikelen gingen vaak gepaard met een oproep om deze misstanden te voorkomen.

Open data

De huidige generatie datajournalisten bij de Chicago Trtibune heeft een heel andere instelling. Zij willen geen misstanden aantonen, maar zoveel mogelijk data beschikbaar stellen aan burgers. En wel zo dat ieder er naar eigen belangstelling gebruik van kan maken. Het project Every Block is daar een voorbeeld van.  Je hoeft je postcode maar in te vullen om te zien wat zich in jouw buurt afspeelt.

Deze journalisten zijn vaak van oorsprong data-analisten die voortkomen uit de open-databeweging. Anders dan traditionele Amerikaanse journalisten zijn zij er niet in de eerste plaats op uit om sociale misstanden aan de kaak te stellen, maar willen ze vooral zoveel mogelijk data openbaar en toegankelijk maken.  Gebruikers kunnen dan zelf bepalen wat ze met die data doen en wat ze ervan vinden.

(Onderstaande plaatjes tonen het verschil in ideologie tussen Computer Assisted Research en Datajournalistiek. Klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Data over nieuws

De onderzoekers en Parasie en Dagiral onderscheiden drie thema’s bij moderne datajournalisten. (I) De getalsmatige benadering van het nieuws. Bij een verhaal over een brand kunnen nu cijfers worden geleverd over de tijd die de brandweer nodig had om ter plekke te komen. Dat cijfer kan dan vergeleken worden met het gemiddelde voor dit soort branden, en met de maximaal toegestane tijd. Ook kun je cijfers geven over het aantal jaren ervaring van iedere betrokken brandweerman. Net zoals je publieke gegevens over de slachtoffers kunt vermelden.  (II) De inzet om zoveel mogelijk data toegankelijk te maken voor het publiek. Hier hoort ook het ontwikkelen van apps bij. (III) De inzet van de redactie om zoveel mogelijk eigen databases te maken, zodat je als burger en consument niet alleen maar afhankelijk bent van door de overheid versterkte gegevens.

Nederland

Afgaande op de voorbeelden van Dick van Eijk zitten we in Nederland al veel langer op het spoor van de service gerichte journalistiek, en hebben wij nauwelijks een traditie van computer assisted research die is gericht op het aantonen van misstanden. Het kan zijn dat dat niet klopt.  Het zou mooi zijn als journalisten die zich hiermee bezig hebben gehouden daar meer over kunnen vertellen.

Misschien dat er in Nederland wat minder is gedaan met datajournalistiek voor het aantonen van misstanden, doordat de eerste generatie datajournalisten z’n buik vol had van het soort morele verontwaardiging die in de jaren zeventig ten grondslag lag aan verschillende grote onderzoeksprojecten.

Hoe het ook zit, de verschuiving in journalistieke optiek die Parasie en Dagiral constateren, lijkt me een vruchtbare basis voor de discussie over de toekomst van datajournalistiek. Het ene doen en het andere niet laten, lijkt me daarbij een mooie uitkomst.

(1) Sylvain Parasie en Eric Dagiral. Data-driven journalism and the public good: “Computer-assisted-reporters” and “programmer-journalists” in Chicago. NewMedia & Society. November 2012.

(2) Dick van Eijk. Datajournalistiek in Nederland: hot, maar niet nieuw. In: Jaarboek Onderzoeksjournalistiek 2012. VVOJ

Auteurs