Dag van de Persvrijheid: welke bedreigingen lopen we tegemoet?

Gister was het internationale dag van de persvrijheid. Voor de gelegenheid vond Het Festival van het Vrije Woord plaats in Instituut Beeld en Geluid. Hier vonden verschillende workshops en lezingen plaats over hedendaagse ontwikkelingen die invloed hebben op persvrijheid of vrijheid van meningsuiting. Wat bedreigt de persvrijheid vandaag?

Door de digitale omslag van de maatschappij zijn er nieuwe krachten aan het werk die invloed hebben op het werk van journalisten. Dit natuurlijk naast de overduidelijke schendingen van persvrijheid, zoals in Slowakije, Egypte en Afghanistan. Zo is er sprake van makkelijkere en betere technieken voor manipulatie van beeld en geluid (ook wel Deep Fakes), digitale surveillance regelingen, algoritmes en social media.

Deep fake news
In de workshop Deep Fakes + Mixed reality door Jeanine Reutemann, toonde Reutemann voorbeelden van deep fake video’s, om zo aan te kaarten waar we (burgers en journalisten) rekening mee moeten houden de komende tijd. De technologie om video of geluid te manipuleren wordt makkelijker, toegankelijker en goedkoper. Een voorbeeld was deze video, waar Trump’s gezicht over een persiflage van hem is gezet.

Een nieuwer fenomeen is het gebruik van 360-graden of virtual reality, ook wel immersieve journalistiek genoemd. Vaak wordt betoogd dat deze technieken een meer waarheidsgetrouw beeld kunnen neerzetten, omdat je een situatie als first-person ervaart. Reutemann denkt dat deze technieken een diepere impact hebben op het publiek (hetgeen wat wij juist onderzoeken), en als dit gecombineerd wordt met deep fake technieken een groot gevaar is. Eerder schreven wij al een blog over de ethiek van immersieve journalistiek:

‘Het idee van VR is dat de kijker zich present voelt in een heel andere omgeving, dat lijkt de kracht te zijn van deze technologie. Hoe ver ga je in het creëren van die illusie?’

Het gevaar van deze nieuwe technologieën is dat het steeds moeilijker wordt voor journalisten, en ook voor burgers, om te onderscheiden wat nep is en wat niet. Redacties zullen meer tijd moeten besteden aan het valideren van beeld en geluid en zorgvuldiger om moeten gaan met nieuws overnemen van social media of andere journalistieke media.

Digitale Surveillance

De discussie over digitale surveillance is niet nieuw. In de weken voor het referendum over de Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is vaak aangekaart dat bronbescherming door journalisten hierdoor in het geding komt (lees een interessante analyse over de Wiv in de Groene Amsterdammer). Ook moeten journalisten beter nadenken over het beveiligen van hun data, zoals bij Panama Papers, en voor klokkenluiders is het er ook niet makkelijker op geworden. Dit lijkt misschien een non-Nederlands probleem, maar uit het verhaal van Brenno de Winter ‘Op de radar van de overheid’ (Villamedia) blijkt niets minder waar.

Social media, algoritmes en viral social engineering

Social media, algoritmes en viral social engineering zijn misschien de digitale veranderingen waar online media het vaakst tegenaan lopen. Social media zorgen voor een directe link tussen publiek en journalist, wat betekent dat journalisten vaker ter verantwoording worden gevraagd. Om ervoor te zorgen dat je als medium überhaupt je publiek bereikt, moet je zorgen dat je weet om te gaan met de algoritmes van je distributie platform, zoals Facebook, maar ook van Google, wat kan door een beetje viral social engineering. Maar wat betekent dit voor de journalistiek? Moeten we ons nu naar de spelregels van deze big tech-bedrijven gaan gedragen? Dit lijkt niet bij te dragen aan persvrijheid.

De digitale bedreiging

Het gevaar van dit alles is dat journalisten zich minder comfortabel voelen in de digitale omgeving. Dit zou kunnen leiden tot zelfcensuur. Gevaarlijke of gevoelige onderwerpen blijven onderbelicht en de waakhondfunctie komt in het geding.

Vanuit het publiek, voornamelijk journalisten, kwam gister vaak de vraag hoe we dit moeten oplossen. Wie is er verantwoordelijk? En hoe kunnen we – op snelle manieren – op de redactie bijvoorbeeld Deep Fakes herkennen? Uiteraard kwam hier geen duidend antwoord op.

Schrijver en journalist Franklin Foer (schrijver van De ontzielde wereld – de existentiële bedreiging van Big Tech) ging in zijn lezing tijdens Festival van het Vrije Woord de strijd aan met Big Tech-bedrijven zoals Google en Facebook, en ziet hen als verantwoordelijken. Hij geeft tegelijkertijd ook toe dat zij niks zullen veranderen als dit ten nadele is voor hun winst of monopolie positie. De Big Tech bedrijven infecteren de publieke sfeer. Foer haalde regelmatig John Milton aan, die deze publieke sfeer tijdens de industriële revolutie zag ontstaan. In plaats dat de publieke sfeer een plek is waar instituten zoals media en verlichte ideeën over democratie ontstaan, wordt het tegenwoordig gecontroleerd door de tech-bedrijven. Onze grootste kennisdatabank (Google) laat ons niet de meest informatieve bronnen zien, maar de meest gelinkte of aangeklikte bronnen. En dit is nadelig voor de burger. Ook in deze lezing geen oplossing.

‘Google, Facebook, Apple en Amazon presenteren zich als voorvechters van individualisme, efficiëntie en diversiteit, maar ondertussen leiden hun algoritmes tot eenheidsworst, privacyschending en een overdosis comfort.’ – Franklin Foer

Betekent dit meer overheidsregulering?

Maar wat is dan wel de oplossing? In de paneldiscussie tussen NOS-correspondent Jeroen Wollaars, ICT-journalist Brenno de Winter en Volkrant-correspondent Marije Vlaskamp was dat het onderwerp. Moet de overheid meer reguleren? Zoals in Duitsland, waar een nieuwe wet ervoor zorgt dat social mediabedrijven zélf verantwoordelijk zijn voor het verwijderen van discriminerende of haatdragende berichten en anders een flinke boete kunnen krijgen. Klinkt als een goed idee, maar hoe ver kun je gaan voor het op censuur gaat lijken en het recht van vrijheid van meningsuiting overtreedt? We willen ook geen Chinese praktijken, waar Marije Vlaskamp in haar werk tegenaan loopt.

Festival van het vrije woord. Persvrijheid in de digitale wereld

Festival van het vrije woord 2018. Paneldiscussie met Amber Brantsen, Jeroen Wollaars, Brenno de Winter en Marije Vlaskamp

Naast dat de buitenlandse situaties natuurlijk interessant (en misschien duidelijker aanwezig of heftiger) zijn, had er tijdens het festival meer aandacht mogen zijn voor de Nederlandse situatie. Met name hoe digitale surveillance en andere ‘technieken’ van de overheid persvrijheid in Nederland belemmeren.

Yael de Haan was gister aan het woord bij Radio 1 over persvrijheid en hoe dat in Nederland zit: ‘Relatief gezien, is de belemmering van de persvrijheid natuurlijk niet te vergelijken met andere landen. Maar we moeten erbij stilstaan dat het in Nederland ook niet altijd helemaal goed gaat.’ … ‘We moeten persvrijheid hier breder bekijken dan in andere landen’. Luister hier het radiofragment terug (vanaf 16:09).

Het blijft een van de belangrijkste taken van de journalistiek om grote machten zoals de overheid en de Big Tech-bedrijven te controleren. Zij doen er in het digitale tijdperk alles aan om terug te vechten, om het werk van journalisten moeilijk te maken. En zijn niet van plan zich over te geven.

Een reactie

  • maar zolang de crème de la crème van onze nederlandse journalistiek een simpele dubbele petten kwestie van
    zo’n 18 Eerste Kamer Professoren … uhm … pardon … Senatoren …. onder haar brede journalistiek pet verborgen
    weet te houden zolang zal ik toch ook ietwat giegelig blijven tav die attributen als de “machtscontrolerende functie”
    en nauw daarmee samenhangende “essentiele democratie ondersteunenende functie” waarmee onze pers zich zo graag opsmukt.

    -langzaam lezen en factcheck je de moeder wanneer je de volgende , ter beoordeling van detegel 2017 jury overgedragen , blogpost onder je loep neemt.-

    https://medium.com/@Gordon_Freeman/waaat-mogen-nextgen-journos-niet-meewegen-tijdens-tk17-1193d6c24327

    we kunnen ons dan wel over deep fake news druk gaan zitten te maken
    maar een ietsie meer zelfreflectie lijkt me op dit moment eerder op zijn plaats.

    greetings Gordon