interactiviteit, javascript, html, css, 10 jaar onlinejournalistiek

10 jaar onlinejournalistiek: wat levert dat op?

Tien jaar geleden was ik net klaar met de master Journalistiek en Nieuwe Media. Ik was net begonnen op de internetredactie van HDC Media (de D voor dagblad, heeft ondertussen plaats gemaakt voor de M van media). Mijn droom was om crossmedia storyteller te worden, een functie die toen nog niet bestond. Ik stelde me zo voor dat ik journalistieke projecten zou coördineren, met als doel crossmediale verhalen te vertellen. Ergens had ik ook wel de vage droom om, mocht de mogelijkheid zich ooit voordoen, promotieonderzoek te doen.

Ondertussen bestaat de functie crossmedia storyteller, wordt op redacties wereldwijd gewerkt met nieuwe digitale journalistieke vertelvormen, en zit ik op driekwart van een promotieonderzoek over dit onderwerp. In dit blog beschrijf ik de ontwikkeling van 10 onlinejournalistiek, gebaseerd op mijn eigen ervaringen en observaties.

Vroeger was niet alles beter

Online was 10 jaar geleden nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. De internetredactie hield zich hiermee bezig, terwijl andere redacties journalistiek bedreven. Hoewel dit de dominante journalistieke cultuur was, zien we in deze periode ook het begin van de omslag. De eerste dagbladredacties gingen aan de slag met een digital first-strategie, dat wil zeggen dat redacties in eerste instantie een verhaal maakten voor de website, dat daarna pas werd klaargemaakt voor de krant of televisie. Het is nu ondenkbaar dat verhalen niet gelijk online verschijnen.

Toen ik op de internetredactie werkte, werd mij verteld dat echt niemand online lange artikelen gaat lezen. Mijn werk bestond uit het monitoren van de mailbox van de redactie en korte nieuwsberichtjes maken gebaseerd op slecht geschreven e-mails van 112-cowboys. Elke mail moest online, wat resulteerde in boeiende koppen als ‘Auto knalt tegen lichtmast op Delftplein in Haarlem’. Volgens de advertentieafdeling werd hierop geklikt en daar werd geld mee verdiend. Een verdienmodel voor langere onlinejournalistiek was er nog niet.

Gelukkig was er ook ruimte voor mij om te experimenteren met onlinejournalistiek. Ik heb bijvoorbeeld een historisch twitterverhaal gemaakt over het ontzet van Leiden in 1574, maar het was toch lastig dat ik daarvoor een hele dag onderzoek moest doen in het archief. Een internetredacteur moest immers altijd de mail in de gaten houden en zo snel mogelijk korte nieuwsberichten tikken.

In deze periode zagen we ook dat datajournalistiek in opkomst was en leerde ik mezelf om interactieve kaartjes te maken met Fusion Tables van Google. Handig voor als je, tijdens een strenge winter, live wilde bijhouden welke ijsbaan open is. Maar ook hier gold dat het niet in de weg kon zitten van de 112-berichtgeving, wat jammer is want datajournalistiek is nu een essentieel onderdeel van de journalistiek.

Wat levert 10 jaar onlinejournalistiek op?

Ondertussen zijn internetredacties uitgegroeid tot volwaardige redacties die zich bezighouden met al het nieuws, niet alleen 112-verslaggeving. Hoewel het snelle nieuws online nog steeds belangrijk is, is er ook veel meer ruimte voor langere, verdiepende verhalen. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat op de site van het AD een longread verscheen. Deze week kwam het AD met een lang verhaal over hoe Gerrit-Jan van D. een Utopia in Ruinerwold heeft gebouwd. NOS op 3 en de Volkskrant hebben nu toegewijde deelredacties die zich uitsluitend bezighouden met vernieuwende online vertelvormen. Zij produceren een structurele stroom aan nieuwe lange, vaak ook interactieve, verhalen.

Datajournalistiek is een belangrijk onderdeel van het online ecosysteem geworden. De afgelopen 10 jaar zagen we dataredacties ontstaan bij bijvoorbeeld Pointer bij KRO-NCRV, en nemen nieuwsredacties toegewijde datajournalisten in dienst. Online blijkt de ideale omgeving voor datajournalistiek. Het stelt makers in staat om grote hoeveelheden data te verzamelen, analyseren en aan te bieden in een overzichtelijk interface. Daarnaast is het ook gebruikelijk om het journalistieke dataonderzoek inzichtelijk en transparant te maken voor het publiek.

Het snelle nieuws is de afgelopen 10 jaar natuurlijk ook veranderd. De meest bekende nieuwe vorm is het liveblog, waarbij alle informatie over een gebeurtenissen direct online wordt geplaatst. De lezer kan zo live volgen wat er gebeurt. Een liveblog doet meestal verslag van onverwacht nieuws, zoals een ramp of een aanslag, maar er worden ook liveblogs bijgehouden tijdens grote evenementen, zoals het WK of verkiezingen. Als journalistieke vorm zorgt het liveblog ervoor dat alle informatie over die gebeurtenissen op een betrouwbare en overzichtelijke manier te volgen is.

Dat is belangrijk, want de 24-uurscyclus van het nieuws heeft ook een nadeel. Onlineberichtgeving bevat veel fouten, omdat het onder grote tijdsdruk wordt geproduceerd. Berichten die, zonder te checken, worden overgenomen van andere media, zijn aan de orde van dag en verspreiden zich snel via social media. Dit heeft ondermeer bijgedragen aan het historisch lage vertrouwen in de journalistiek. Als tegenreactie zien we een heropleving van factchecken. Natuurlijk was dit altijd onderdeel van het journalistieke proces, maar in de afgelopen 10 jaar heeft factchecken zich ontwikkeld tot een journalistiek genre.

De tijd dat ‘de journalistiek’ zich krampachtig vasthield aan prehistorisch informatiedragers is voorbij. Na 10 jaar onlinejournalistiek is online geen dingetje meer dat wordt gedaan door de internetredactie. Het is nu de kern van de journalistiek. Natuurlijk stoppen kranten niet zomaar en het NOS-journaal wordt nog steeds goed bekeken, maar nieuwsbedrijven staan nu open voor vernieuwende vormen van journalistiek die passen bij de hedendaagse maatschappij. Het zou mij niet verbazen als televisie- en krantenjournalistiek over 10 jaar een bijproduct is voor een zeer kleine en specifieke doelgroep. Voor het grote publiek zal journalistiek in 2030 mobile, audio en AI zijn.