Zes manieren om redacties te verstoren

Aandacht voor nepnieuws, waarschuwt Alexandra Borchardt, (Reuters Institute for the Study of Journalism) ontneemt ons het zicht op andere grote problemen van journalistiek: de implosie van businessmodellen, de toegenomen afhankelijkheid van distributie van nieuws door derden, maar bovenal de vrees om vastgeroeste patronen los te laten en eens flink op te schudden.

Er is alle reden om de dagelijkse werkzaamheden eens onder de loep te nemen. Er is namelijk hoop voor de journalistiek, stelt Borchardt. Veertig procent van de Amerikanen denkt dat reguliere media nog altijd beter is in het scheiden van feit en fictie. Nog geen kwart van de ondervraagden (24 procent) denkt hetzelfde over sociale media. Publiek vertrouwt reguliere media nog altijd. Maar dat besef is niet genoeg – er moet meer gebeuren.

Having become a target of popular anger, journalism will need to “disrupt” itself to regain credibility and restore audiences’ trust.

Borchardt heeft zes aanwijzingen nieuws anders aan te vliegen en zo het vertrouwen wat er is, vast te houden en te verdiepen. Een zevende aanwijzing is dat iedereen op heel kleine schaal ook daadwerkelijk aan de slag kan met Borchardts aanwijzingen. Een kwartiertje per dag, een beetje lef en misschien een hoekje op intranet om de ervaringen met collegae te delen. Er zijn grotere omwentelingen veroorzaakt met minder dan dat.

1. Voer een eigen agenda

Nieuwsmedia moeten een eigen agenda voeren en minder de agenda van anderen volgen, aldus Borchardt. Zie de Correspondent of Follow the Money: redacties die nieuws maken en bepalen. Niet reactief, maar pro-actief.

2. Bericht over wat er gebeurt

Niet wat wordt gezegd, maar wat wordt gedaan zou centraal moeten staan in (politieke) berichtgeving. Dus geen Haagse beloften aan Groningers , maar een correspondent in het door aardbevingen geteisterde wingebied om te luisteren en te vertellen wat het betekent om daar te wonen.

3. Ga er dus heen

Een laptop, een mobiele telefoon, een extra accu, een microfoon en 4G. Veel meer is er niet nodig om ter plekke verslag te doen van die werkelijkheid. Borchardt constateert dat te veel journalisten achter hun bureau blijven zitten om sociale media af te struinen. Belangrijk, maar niet de hele dag. Word ook niemand gelukkig van.

4. Praat met de doelgroep

Piet Bakker refereerde in zijn afscheidscollege dat media-organisaties met een zucht van verlichting de mogelijkheid om commentaar te geven op productes hebben uitgezet of uitbesteed aan Facebook. Journalisten konden gewoon weer aan het werk, niet afgeleid door wat hun publiek er van vindt. Zonde, want commentaar is input en gratis advies.

5. Vergeet flash

Zonder aantoonbare impact op het vertrouwen van de consument is het verstandig om heel voorzichtig te experimenteren met (digitale) vertelvormen. Als ze niet bijdragen aan het vertrouwen in het medium, aldus Borchardt, is dat een belangrijk criterium ermee te stoppen.

6. Herdefinieer nieuws

Wie zich overspoelt voelt door nieuws, is geneigd zich ervan af te wenden. Veel nieuws (en bovendien saai nieuws) is volgens Borchardt schadelijk voor het publieksvertrouwen. Herdefinieer nieuws en schiet niet altijd in dezelfde reflexen waarmee krant of site al volstaan: naast conflicten zijn er ook ook heel goede relaties, naast problemen ook oplossingen en naast personen ook processen.

Auteurs