‘Wij gaan hier niet over’ (7/26)

Mag een journalist zich in zijn werk anders voordoen dan wie of wat hij is? Het antwoord is nee… tenzij. De grondregel is dat een journalist werkt met open vizier, en alleen bij zwaarwegende redenen en zonder redelijk alternatief een dekmantel is toegestaan. Is een vermoeden van het falen van de lokale democratie zo’n reden? Oordeel zelf.

Vager kun je het niet hebben: alleen bij zwaarwegende redenen is het een journalist toegestaan onder dekmantel te werken. Want wat is zwaarwegend, wat is een dekmantel en wie staat dan wat precies toe? Het naïeve antwoord is: alles mag, zolang je binnen de wet blijft. Het reële antwoord is een stuk ingewikkelder, waarbij de democratie, ethische kaders en beroepscodes een rol spelen, en dat bovendien van geval tot geval kan verschillen. Kortom, één antwoord is er niet.

Dan maar kwestie voor kwestie. Zoals het experiment dat ikzelf afgelopen week in gang zette en waarin ik me als werkend journalist voordeed als burger van oud-Aarlenderveen – wat ik overigens ook ben. Wat was er aan de hand? Ruim een jaar geleden heeft de gemeente Alphen aan den Rijn de bevoegdheid om parkeervergunningen uit te schrijven overgedragen aan Parkeerservice in Amersfoort. Deze vreemdsoortige coöperatie doet de toetsing en de registratie, de handhaving is bij de gemeente gebleven.

Parkeerservice.nl
De overgang van de vorige uitvoerder naar Parkeerservice verliep meteen al rommelig. Omdat de betalingstermijnen niet aansloten en de technische afhandeling niet op orde was, hebben vergunningshouders twee maanden niet hoeven te betalen. Dat was een meevaller. De echte verwarring ontstond daarna. Door een gebrekkige website, vage informatie en slechte communicatie bleef het voor veel vergunninghouders lang onduidelijk hoe de vergunningsprocedure precies verliep en wat de mogelijkheden waren voor bijvoorbeeld naamswijzigingen.

Ik hoorde wel van de klachten, maar begreep pas goed wat er speelde toen ik zelf twee weken geleden te maken kreeg met een wijziging in mijn parkeervergunning; ik kocht een nieuwe auto. Nadat ik een kleine week zonder succes had geprobeerd een naamswijziging door te geven, beweerde Parkeerservice plotseling dat ik niet in de Gemeentelijke Basis Administratie was opgenomen. Een parkeerservice-medewerker schreef in een e-mail: ‘Uit ons systeem blijkt dat u nog niet in het GBA bent ingeschreven. Dit zal iedere dag worden gecheckt en wanneer wij zien dat u wel bent ingeschreven, kunnen wij de vergunning uitgeven.’

Flauwekul natuurlijk, temeer ik al een kopie van mijn paspoort, de tenaamstelling van de nieuwe auto en een geprint, ingevuld en gescand aanvraagformulier had ingevuld. Deze waren alle drie afgegeven of opgesteld in mijn woonplaats Alphen aan den Rijn en allen voorzien van mijn Burger Service Nummer. Hoeveel bewijzen heb je nodig?

Taakopvatting
Dit was het moment dat ik besloot om mijn lokale volksvertegenwoordigers te raadplegen. Het ging natuurlijk maar om een parkeervergunning van een paar tientjes. Maar toch. Doordat hij ruim twee weken te laat werd afgegeven, was ik gedwongen om bijna honderd euro extra parkeerkwartjes te betalen. Voor alle duidelijkheid: eerder aanvragen had geen zin omdat een vergunning in Alphen aan den Rijn pas wordt afgegeven als de auto voor de deur staat. Voorts, in de wetenschap dat per jaar naar mijn eigen berekening tegen een miljoen euro aan parkeervergunningen wordt uitgeschreven in Alphen aan den Rijn, leek het me toch zinnig eens bij de politiek navraag te doen naar het functioneren van Parkeerservice.

Bovenal leek het me een mooie kwestie om eens te toetsen welke taakopvatting lokale volksvertegenwoordigers nog hebben; wetende dat ze te weinig betaald worden in verhouding tot de vele uren die ze doorgaans maken, er steeds meer taken op hen afkomen nu de bevoegdheden van gemeentes gaan verdubbelen en ze door gedwongen fusies de controle van het openbaar bestuur met de helft van het aantal raadsleden zullen moeten gaan uitvoeren.

Niet realistisch
In het voorgaande weekend heb ik privé twee politieke partijen in Alphen aan den Rijn een e-mail gestuurd met een toelichting op mijn luxeprobleem: de VVD, lid van het college, en D66, in de oppositie. Daarnaast heb ik alle andere partijen, wethouders en de burgemeester via hun Twitteraccount benaderd met een toespeling op mijn akkefietje. Ook de klachtenlijn van de gemeente Alphen aan den Rijn ontving een mail.

Van geen van de geadresseerden – op twee na – heb ik tot op heden een reactie ontvangen. Van de gemeente Alphen aan den Rijn kreeg ik een ontvangstbevestiging. Maar daarna ook niets meer. Alleen van raadslid en secretaris van de VVD-fractie Geja Willems, kreeg ik een mail. En die was helder: ‘Waarom stuurt u uw correspondentie aan de VVD-fractie? Wij gaan hier niet over,’ was de eerste reactie. Daarna: ‘U krijgt binnen een dag reactie van Parkeerservice. Wat verwacht u anders? Desgewenst kunt u een klacht procedure starten bij de gemeente, hoewel ik betwijfel of u dat echt helpt.’ Om af te sluiten met: ‘Ons zijn structurele, noch incidentele klachten bekend over de Parkeerservice. Wij vinden uw opstelling niet echt realistisch en zien op dit moment geen reden tot initiatieven onzerzijds.’

Duidelijk zaak, de volksvertegenwoordiging in Alphen aan den Rijn ziet niets in mijn kwestie. Net zo min als het openbaar bestuur. Slechts één fractie nam de moeite te reageren, en wees me vervolgens als onrealistische zeur de deur. Had ik hier het bewijs dat raadsleden geen luisterend oor meer hebben voor een kiezer, laat staat de tijd om nog eens wat onderzoek en controle te doen naar aanleiding van een klacht? En dat dit weinig goeds voorspelt voor de komende jaren waarin de raad het de helft van het aantal mensen twee keer zo druk krijgt? Ik denk het wel. Op tien oproepen slechts een – aanvankelijk afwijzende – reactie ontvangen is op z’n minst alarmerend.

Weinig sympathie
Met zoveel woorden legde ik deze vraag ook terug bij Willems en kreeg toen verrassend en snel de volgende reactie: ‘U bent bij mij aan het juiste adres. Behalve dat ik fractiesecretaris ben, zit verkeer, waaronder parkeerbeleid, in mijn portefeuille.’ En vervolgens: ‘Ik zal uw kwestie in de komende fractievergadering aan de orde stellen, maar ik vrees dat u op weinig sympathie kan rekenen.’

Nog steeds kritisch, maar de welwillende ommezwaai is opmerkelijk. Ik heb Geja nog de suggestie gedaan niet mijn persoonlijke kwestie aan de orde te stellen maar aan de wethouder te vragen wanneer hij Parkeerservice gaat evalueren en of daar ook de ervaringen van burgers in worden meegenomen. Na interventie van de directeur van Parkeerservice heb ik de parkeervergunning inmiddels binnen.

Blijft over het antwoord op de vraag of ik mij als burger had mogen voordoen om voor een journalistieke productie een indruk te krijgen van de taakopvatting van de lokale volksvertegenwoordiging. Ik denk het wel. Het was een zaak van zwaarwegend belang – het functioneren van de controle in de lokale democratie – en ik had geen alternatief. Hoe anders dan als burger kon ik de gebrekkige aandacht voor een burgerklacht laten zien?

Willems is om wederhoor gevraagd. Het wachten is op haar reactie.

Dit is deel 7 uit de serie: Hoe de krant verdween uit Aarlanderveen.

Auteurs