Wetenschap als klant bij The Conversation

The Conversation is een soort persbureau voor wetenschappelijk nieuws. Lezers betalen niets voor de content en andere media mogen de hoogwaardige kopij op deze site gratis publiceren. Een indirecte overheidssubsidie via het onderwijs, maakt dit mogelijk.

 

In Engeland kwam de grootste journalistieke start-up, The Conversation, niet met lezersbijdragen van de grond, maar dankzij een ‘derde’ geldstroom. De Britse start-up heeft geen rijke uitgever als investeerder (zoals bij de Duitse start-up Correct!v en het Watson in Zwitserland), maar de wetenschap als geldschieter. De omzet van The Conversation komt namelijk grotendeels uit de lidmaatschapsbijdragen van 65 universiteiten in het Verenigd Koninkrijk.

De website heeft dus geen lezers-, charity- noch eyeballs-businessmodel, maar iets daar tussen in. Tot nu toe lijkt het goed te werken, maar niet in alle landen. The Conversation werd in 2011 opgezet in Australië door Andrew Jaspan, oud-redacteur bij onder meer de Britse krant The Observer. Daarna kwam er ook nog vier andere versies van The Conversation in het Verenigd Koninkrijk (2013), de Verenigde Staten (2014), Frankrijk (2015) en Afrika (2015).

 

Nederland mislukt

Er is tevergeefs geprobeerd om ook een Nederlandse variant van The Conversation te starten. Bas Mesters, Mark Deuze, Margo Smit en Paul Schram kregen hiervoor geld van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Hun poging mislukte echter omdat de Nederlandse universiteiten geen 30 tot 50 duizend euro per jaar over hadden voor zo’n soort website.

Hoe hoog het lidmaatschapsgeld is dat universiteiten betalen aan de Britse The Conversation wordt helaas niet openbaar gemaakt. De bijdragen van de universiteiten zijn wel genoeg om een organisatie van twintig man te kunnen financieren. Een eerste investering van het Higher Education Funding Council maakte het mogelijk voor de oprichters om de universiteiten aan boord te krijgen, maar inmiddels komen de inkomsten voornamelijk van de leden. Of winst wordt gemaakt, maakt The Conversation niet bekend.

 

Wetenschappers trainen

De redactie van The Conversation heeft haar kantoor op de bovenetage van een bibliotheek van City University London. De circa 16 redacteuren zijn zelf geen wetenschappers, maar opgeleid als professionele journalisten (met en zonder Master). De hoofdredacteur van de Britse The Conversation is Stephen Khan, die lang werkte bij de Britse krant The Guardian.

“Er zijn twee facetten aan wat wij doen”, vertelt Khan. “We leveren hoogwaardige kennis aan het grote publiek en we helpen academici om die kennis op te schrijven en door te geven.” De journalisten van The Conversation zijn eigenlijk bijna een soort docenten die het hele land rond reizen om wetenschappers te leren hoe zij journalistiek kunnen schrijven.* “Dat is een fundamenteel aspect waardoor ons lidmaatschapsmodel werkt.”

 

Academic rigor

De wetenschappers krijgen voor de artikelen die zij schrijven geen vergoeding. Strikt genomen gaat het hier dus bijna om ‘branded content’ maar dan wel van een andere aard. In het bestuur van The Conversation zitten namelijk mensen uit de top van de Britse academische wereld, die strenge eisen stellen aan de inhoud van de journalistieke artikelen. De journalistieke ethiek (die veel gemeen heeft met wetenschappelijke integriteitsregels) staat hoog in het vaandel bij The Conversation. “Academic rigor, journalistic flair” is daarom ook het motto van de website.

De redactie bepaalt uiteindelijk welke verhalen worden geschreven en benadert hiervoor de universiteiten die lid zijn, maar er wordt ook geschreven door onderzoekers van universiteiten die niet zijn aangesloten, als zij toevallig de juiste deskundigen zijn.

10 miljoen lezers

Een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift wordt gemiddeld door maar 10 mensen gelezen, terwijl een publicatie over hetzelfde onderwerp bij The Conversation een bereik van 10 miljoen heeft. Alle artikelen zijn gratis toegankelijk en een paywall zal er nooit komen omdat burgers al hebben betaald voor de content via de belastingen. In totaal worden circa 400 artikelen per maand gepubliceerd, en de website doet niet aan user generated content, crowdfunding of aggregatie.

Bij The Conversation zijn ze evenmin bezig met clicks genereren via verhalen die het goed doen op social media, omdat dit niet past bij hun missie. Khan: “De kracht van ons model is dat we geen advertenties noch advertorial relaties hebben.”

 

 

*Eigenlijk lijkt wat ik hier doe op de website Journalismlab.nl ook op het concept van ‘The Conversation’. Ik schrijf hier namelijk als journalist over mijn eigen wetenschappelijke onderzoek naar businessmodellen. The Conversation UK heeft trouwens ook een serie gepubliceerd over dit onderwerp – zie HIER.