Wat nieuws ons waard is

In de meeste Westerse landen kunnen parlementen rekenen op onuitputtelijke middelen. Wie durft te beknibbelen op het controleren van de macht? Maar gaat het om de controleurs van de controleurs, de media, gelden plotseling andere idealen, die van de vrije markt. Toch gaan nu juist in de VS, waar de markt heerst, stemmen op om media te subsidiëren.

Ga je naar de website van Freepress krijg je nog wel het gevoel op het pamflet van een geheim genootschap te zijn gestuit. Het doet allemaal wat cryptisch aan. Toch is het ideaal dat de organisatie erachter nastreeft – het hervormen van de Amerikaanse pers – al lang niet meer de ambitie van een weldenkende enkeling. Op het congres dat ze jaarlijks organiseren, volgende jaar van 5 tot en met 7 april in Denver, komen met gemak vijfduizend mensen.

Wat zijn dat voor ‘socialisten’ die daar tegen alle Amerikaanse wetten van de vrije markt in, strijden voor een onpartijdige en onafhankelijke pers met een gegarandeerde toekomst? Natuurlijk zijn dat journalisten en andere mediamensen die vrezen voor hun baan, cynisch gezegd. Maar ook wetenschappers als Ethan Zuckerman, van het hypercommerciële MIT Medialab in Boston. Hij is een van die mensen die er al langer van overtuigd is dat het in de nabije toekomst wel eens heel lastig zou kunnen worden om zonder overheidssteun een vrije pers in de benen houden. ‘Met een tiende van de advertentie-inkomsten en een bevolking die genoegen neemt met een gratis Twitterquote van de president voor hun dagelijkse nieuwsvoorziening, wordt het voor kranten onmogelijk nog een werkend businessmodel te bedenken.’

Zuckerman is een van de twee directeuren van het MIT Medialab, een speeltuin voor de creatiefsten. Zuckerman zelf werkt onder meer aan de vraag hoe gemeenschapszin te bouwen in opkomende democratieën zoals Ghana, maar collega’s op dezelfde verdieping bedachten de zelfdenkende fiets en een iPad die je kunt gebruiken op de maan. ‘Zonder kranten krijg je meer corruptie. Daar ben ik van overtuigd,’ zegt de wetenschapper die zelf woont in een dorp met een dagblad, op een uur rijden afstand van Boston. ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat hier, in het land dat wil leiden als het gaat om vrijheid en democratie, geen nationale discussie plaatsvindt over hoe we onze media moeten redden van de ondergang.’

Studies
Een ondergang die wat Zuckerman betreft niet alleen bestaat uit faillissementen, maar ook uit de uitholling van de positie van kranten en omroepen. ‘De laatste verkiezingen hebben weer laten zien hoe schaamteloos partijdig sommige media zijn.’ Ook de aandacht die er is voor de nationale politiek alleen staat volgens hem niet in verhouding tot de macht die een Amerikaanse president heeft. ‘De meeste beslissingen die een burger direct raken worden hier lokaal genomen. En juist de lokale pers moet het doen met een handjevol goedwillenden.’

Er verschijnen de laatste tijd meer boeken en studies over het belang van onafhankelijk nieuws voor de democratie en de publieke informatievoorziening. Zoals het boek van Stephen Cushion, The democratic value of news, de laatste publicatie van Brad Greenberg, Public Press – Evaluating the Viability of Government Subsides for the Newspaper Industry en het artikel van Rodney Benson en Matthew Powers, Public media and political independence: Lessons for the Future of Journalism from Around the World (pdf).

In alle drie de publicaties pleiten de auteurs ervoor dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en onderzoekt op welke manier de pers kan worden ondersteund. Brad Greenberg, hoofdredacteur van UCLA Entertainment Law Review en onderzoeker in opleiding, gaat daarin het verst. Hij pleit er in zijn stuk concreet voor om de overheid directe subsidies te laten geven aan de pers, en ook belastingvoordelen toe te kennen. ‘Net als dat gebeurt voor de Publieke Radio’.

Dictaturen
Zuckerman is een voorstander van subsidie, maar benadrukt dat de wetenschappelijke basis van de relatie tussen overheidsinterventie bij de media en succesvolle democratische controle nog wankel is. ‘En niet zonder gevaar. In de meeste landen is de benoeming van bijvoorbeeld het hoofd van de publieke omroepen een politieke benoeming, al zal dat niet gauw worden toegegeven. En dan heb ik het niet over dictaturen.’ Maar het andere scenario vreest hij meer. ‘Er zijn recente voorbeelden genoeg van hoe het mis kan gaan als Corperate America de kwetsbare pers als propagandamachine gaat gebruiken.’

Hij noemt het voorbeeld van de San Diego Union-Tribune, die werd gekocht door de lokale makelaar Doug Manchester, Die gaf openlijk toe dat het hem te doen was om de invloed die hij zo zou kunnen gaan uitoefenen op de publieke opinie en de politiek. Later kocht Manchester, die het liefst Papa Doug wordt genoemd, de North County Times. Hiermee heeft hij de twee grootste regionale kranten in San Diego County in zijn bezit. Dat is het gebied waar zijn hotels en golfbanen staan, een regio met meer dan drie miljoen inwoners. Een van de eerste dingen die Manchester deed was op de voorpagina’s een dagelijkse column beginnen met daarin conservatieve politieke retoriek, vaak in reactie op actuele ontwikkelingen. Daarna ontsloeg hij bijna 100 mensen bij de North County Times, onder wie 24 redacteuren. De hoofdredacteur vertrok vrijwillig.

Papa Doug
Dean Nelson, de directeur van de School voor Journalistiek van de Point Loma Nazarene University, wijst er op een lokaal tv-station op dat het niet de eerste keer is in Amerika dat een ‘mogul’ media koopt om een andere agenda uit te voeren dan het brengen van onafhankelijk nieuws. ‘We kennen allemaal Joseph Pulitzer, William Randolph Hearst en Rupert Murdoch.’ Of daarmee de hele nieuwsvoorziening om zeep wordt geholpen, blijft wat hem betreft nog even de vraag. ‘Zakelijk gezien is het vast een goede aankoop van Manchester en zal hij kunnen profiteren van een grotere advertentiemarkt en daarmee misschien juist de kranten redden.’ De North County Times maakte nog winst, maar de San Diego Union-Tribune, die nu U-T San Diego heet, had al uitstel van betaling aangevraagd. Overigens betaalde Papa Doug 100 miljoen dollar voor die laatste krant en naar verluidt tussen de 8 en 10 miljoen voor de eerst genoemde. Dean: ‘Misschien is het netto resultaat van Manchester’s actie positief, en gaan we met de gekleurde krant als businessmodel terug naar de toekomst. Of de lezer gecharmeerd is van die deels eenzijdige informatie, is afwachten.’

Dat de discussie over publieke financiering van de media een ingewikkelde is, wordt ook duidelijk in de persoon van Hans Peter Ibold. Hij is docent en onderzoeker aan de School voor Journalistiek van de Indiana University in Bloomington. Hij is zeker van plan om volgend jaar naar Denver af te reizen, naar het congres over de hervorming van de Amerikaane journalistiek. ‘Ik denk dat de Amerikaanse onafhankelijke journalistiek zonder staatsteun niet zal kunnen overleven. Ik wil wel eens horen welke ideeën daarvoor leven.’ Tegelijk wil hij een onderzoek opzetten naar wat hij een ‘compleet nieuwe vorm van journalistiek’ noemt. Ibold wil kijken of een combinatie van netwerk- of gemeenschapsjournalistiek en actiejournalistiek als businessmodel een kans van slagen heeft. ‘Ik zie in veel gemeenschappen individuen en groepen die vanuit een ideaal en standpunt een publiek proberen te bereiken. Ze bedienen zich daarbij van journalistieke technieken, maar zijn soms goed gefinancierd vanuit one-issueorganisaties.’

Ecosysteem
Ibold stelt zich de vraag of journalistiek nog wel langer altijd onafhankelijk moet zijn. De vraag daarop is dan natuurlijk: kan in die situatie nog wel sprake zijn van journalistiek? Of hebben we hier te maken met actiegroepen in een journalistiek jasje. Ibold: ‘De groepen die ik zou willen bestuderen moeten zich bedienen van journalistieke technieken, al hebben ze duidelijk maar een boodschap. Met het onderzoek probeer ik vervolgens in kaart te brengen of in een compleet ecosysteem van heel veel van deze activistische nieuwsaanbieders de nieuwsconsument misschien toch breed geïnformeerd zal worden.’

Ibold zal in Denver zeker aandacht krijgen voor zijn plannen, zij het dat ze waarschijnlijk kritisch worden ontvangen. Een van de punten waarover volgend jaar in Denver zeker ook gesproken zal worden is de vraag hoe voorkomen kan worden dat mensen als Manchester teveel macht vergaren via het gebruik van media in eigen bezit. Een ander punt is, zoals gezegd, de suggestie dat de overheid vrije pers zou moeten ondersteunen. En daarin zal het debat over hoe de politiek media kunnen misbruiken ook niet ontbreken, mag je hopen.

Auteurs