camjo, rtv, journalistiek

Waarom de camjo zo belangrijk is voor regionale omroepen

Volgens Stichting ROOS moesten regionale omroepen in 2006 al investeren in camerajournalisten (camjo’s). Toch bleek er destijds weinig animo voor deze nieuwe vorm van journalistiek. “In je eentje kan je geen burgemeester interviewen” en “de kwaliteit is vaak bagger” zijn uitspraken die een paar jaar geleden op De Nieuwe Reporter voorbij kwamen. Toch kan camerajournalistiek misschien wel een belangrijke manier zijn om de regiojournalistiek persoonlijker te maken.

Door Cedric van der Ploeg voor J Lab

Slechts een enkeling durfde het tien jaar geleden aan: de overstap maken van ENG (een ploeg van een verslaggever en cameraman) naar de camerajournalist. RTV Utrecht maakte in 2007 van alle verslaggevers, editors en cameramensen een camjo. Hun redenering: “We moeten meer verhalen op straat gaan zoeken en dat gaat makkelijker als je alleen bent.” Hiermee speelden ze in op een trend die nu alleen nog maar zal toenemen.

Gewone burger in opmars

In 2008 riep communicatiewetenschapper Gabi Schaap in Trouw: “Er moet meer Miep in het journaal.” En hij had gelijk. Uit onderzoek van het Stimuleringsfonds van de Journalistiek bleek in 2014 dat ruim een kwart van de regionale nieuwsconsumenten meer burgers op televisie willen zien. Uit het onderzoek blijkt dat de burgerjournalistiek in opmars is binnen het regionale nieuws maar dat omroepen hier nog te weinig aandacht aan besteden.

Schaap stelde dat de kijker zich na het zien van het regiojournaal maar weinig nieuwsonderwerpen kon herinneren en dat dit lag aan het feit dat ‘de gewone man’ te minimaal aan het woord werd gelaten. Nieuws blijft volgens de wetenschapper het beste hangen als de kijker zich kan identificeren met het onderwerp.

Minder stropdassen

De kijker heeft dus geen zin meer in de wethouder die even uitlegt hoe het allemaal zit, maar eerder in iemand die zijn of haar buurman kan zijn. Een persoonlijke benadering kan zelfs zware journalistieke verhalen aantrekkelijk maken. Dat bepleit Gregor Thorand in zijn onderzoek naar camerajournalistiek: een burger als primaire bron is goed in staat om een groter verhaal te vertellen. Die persoonlijke benadering maakt de afstand tussen de nieuwsconsument en het nieuws kleiner.

Dichterbij de mens komen en ook meer emotie is dus wat de kijker van regiojournalistiek graag ziet. Deze visie wordt sinds 2007 als heilig gezien op de nieuwsvloer bij RTV Utrecht. In 2010 vertelt Wim Kramer, nieuwsmanager bij de omroep, aan Arjan Hoefakker op De Nieuwe Reporter dat niet “stropdassen”, maar de burgers moeten vertellen hoe de vork in de steel zit. Hij noemt het voorbeeld van het verdwijnen van een zebrapad. “Wij gaan dan langs bij een omwonende die daar last door ondervindt.” De wethouder die verantwoordelijk is komt ook aan bod, maar in veel mindere mate dan de burger.

Verslaggever naar de achtergrond

Naast het minderen van autoriteiten als politici wordt ook de rol van de traditionele verslaggever in de regionale journalistiek kleiner. Een verslaggever die prominent aanwezig is in een item, bijvoorbeeld in de vorm van een standup, komt snel over als autoritair. Video’s worden steeds vaker voor internet gebruikt en in die context is een verslaggever vaak onnodig. Dit ontdekte Daniel Fasolo, hoogleraar aan de Murdoch Academy, tijdens een onderzoek bij de BBC. De toonaangevende Britse publieke omroep plaatst geregeld camjo-items bij hun berichten online, waarbij een verslaggever die voor de camera de journalistieke kwestie duidt onnodig is. “De consument heeft de meeste informatie al in de tekst kunnen lezen. De video moet het artikel juist meer beeldend maken. Een verslaggever die veel in beeld komt is dan al snel overbodig.”

Kijker ziet geen verschil

Een welbekend punt van kritiek op camerajournalistiek is dat de items op technisch gebied onder de maat zijn en daarmee de geloofwaardigheid van het verhaal daalt. Als je kijkt naar het technische aspect, kan je volgens professor Jacob Shamir stellen dat dit de kijker weinig interesseert. Consumenten van regionale televisie houden zich bezig met het opnemen van de feiten en hebben geen interesse in een technische analyse van hetgeen dat ze bekijken. Daar hebben de meesten ook de vakkundigheid niet voor. De productiewaarde van een video valt: Items die zijn gedraaid door een verslaggever met camera- en soms geluidsmannen kosten meer mankracht, terwijl de kijker het verschil met een camjo-video niet ziet, zo bepleit Shamir.

De Amerikaanse journalist Massineo toetste de theorie van Shamir. Hij liet een groep proefpersonen kijken naar zowel items die camjo waren gedraaid en video’s gemaakt door een team. De proefpersonen konden geen duidelijke verschillen noemen. Enkelen dachten zelfs dat een camjo gedraaid item was gemaakt door een televisieploeg.

Ook Fasolo concludeerde in zijn onderzoek dat kwalitatief hoogwaardige apparatuur steeds goedkoper en toegankelijker wordt. Door de toenemende beschikbaarheid van camera’s van goede kwaliteit, denk aan DSLR-camera’s, zijn de video’s van camerajournalisten volgens hem op esthetisch vlak juist van hoog niveau.

Bijrol

Een tweede veelgehoord punt van kritiek van camerajournalistiek is dat het tegenover een autoritaire bron onprofessioneel kan overkomen. Dit argumenten verliest zijn kracht door het feit dat autoriteiten een steeds minder grote rol in regionale nieuwsverhalen krijgen. Zoals Kramer al eerder zei, zijn burgers tegenwoordig de primaire bronnen en heeft de wethouder een bijrol in het journalistieke verhaal. Ook de manier waarop een onderwerp wordt benaderd is hierin belangrijk. Veel journalistieke onderwerpen zijn geschikt om door een camjo te laten produceren, mits de burger centraal staat in het verhaal.

Klaar voor camjo

Technische tekortkomingen die volgens critici tot problemen leiden in camjo-items komen steeds minder voor en de vraag naar het soort video’s die camjo’s maken neemt vanuit de doelgroep van regionale omroepen toe. De camerajournalist heeft zich de afgelopen jaren getransformeerd tot een onmisbare factor bij de regionale omroep. De tijd dat een uitgebreide cameraploeg items maakt met daarin een lange quote van een wethouder en een shot van de verslaggever die terwijl hij in de camera kijkt de kijker toespreekt, is voorbij. De kijker wil juist een andere burger zien met wie makkelijk te identificeren is. De techniek van DLSR-camera’s is zodanig verbeterd dat burgers het verschil tussen een item gedraaid door een camjo en een ENG-team nauwelijks kan zien, voor zover de kijker zich al interesseert in het technische aspect. De goedkope camjo kan dus aan alle wensen van zowel de kijker als de regionale omroep voldoen.

2 opmerkingen

  • John Driedonks

    RTV Utrecht begon in begin 2003 al met het massief inzetten van CamJo’s. Het project startte ondanks grote weerstand onder leiding van de toenmalig MT-leden Arthur van der Ven en John Driedonks. De conclusies over de kwaliteit van de CamJo producties doen ons goed.

  • Rob van Burik

    Als verslaggever van RTVUtrecht leerde ik in 2003 werken als camjo. Nu, als docent radio en televisie aan de Hogeschool van Amsterdam, leer ik mijn studenten dat ze als camjo meer kans op de arbeidsmarkt maken. Zorg dat je een allrounder bent. Als mijn studenten zijn afgestudeerd, kunnen ze zelf produceren, draaien, interviewen en monteren.