“Nederland ontbeert traditie van verhalende journalistiek”

“Wij hebben geen traditie van verhalende journalistiek in Nederland. Op de Nederlandse redacties weten ze niets van storytelling. Het begrippenkader ontbreekt. Er wordt nooit gesproken over personages, plot, climax, perspectief en thema. Journalisten zouden veel meer begeleid moet worden om het nieuws in de vorm van een mooi verhaal te vertellen. Wat we nodig hebben is een beginredactie.”

Dat zei Henk Blanken op een LabTalk van het lectoraat Journalistiek naar aanleiding van een handboek over verhalende journalistiek waar hij samen met Wim de Jong aan werkt.

Hij weet waarover hij het heeft. In 1988 won hij het Gouden Pennetje, vorig jaar kreeg hij samen met zijn collega’s van Nieuwsblad van het Noorden een Tegel voor hun verhaal over Project X, en dit jaar won hij de Groninger Persprijs voor het verhaal Carels hoofd over een hersenoperatie bij een parkinsonpatient.

“Er is maar een ding leuker dan mooie journalistieke verhalen schrijven, en dat is om anderen mooie verhalen te leren schrijven.”

Coaching

Hoe gaat zoiets? Een voorbeeld. Een half jaar geleden was Paulien Bakker in Irak waar ze getuige was van een bomaanslag in Kirkuk. Hoe maak ik daar een goed verhaal van, vroeg ze zich af en ging naar Henk voor hulp.

Henks eerste vraag is dan: Waar gaat dit verhaal over? Wie zegt: ‘over een bomaanslag in Kirkuk,’ krijgt als antwoord: “Dat bedoel ik niet. Dat is slechts een gebeurtenis. Ik wil weten wat het thema is. Gaat het over liefde, angst, verdriet, verlies? Dat zijn de dingen waar het om draait in een verhaal.

De volgende vraag is dan: Wie is de hoofdpersoon? Als je zegt: er waren een heleboel mensen bij betrokken, dan zegt de coach: Dat mag zo zijn, maar voor een verhaal heb je een hoofdpersoon nodig. Daar moet je het verhaal aan ophangen.

Pauliens verhaal verscheen in Vrij Nederland, en het begint zo:

Op zondagmorgen 3 februari 2013, om tien voor negen, hangt politiebrigadier Sarhad Qadr zijn jack over zijn bureaustoel. Hij kijkt op naar zijn assistent als vlakbij een oorverdovende explosie klinkt. De vloer schudt. Ramen springen.

Koopman en dominee

“Dat is leuk die verhalen, merkt iemand op, “maar verkoop je er één krant meer door?” Een ander wil weten hoe het nu zit met de waarheid in dit soort verhalen.

Henk hoort die vragen niet voor het eerst. Als een soort pop-up duiken ze telkens op als het over verhalende journalistiek gaat. Koopman en dominee zijn nooit ver weg.

De feiten moeten kloppen, vindt Henk. En of het meer verkoopt? – “Iedereen wil een goed verteld verhaal lezen. Het moet natuurlijk wel uniek zijn en diepgang hebben. Je moet iets vertellen wat nog niet eerder is verteld. Blijk geven van betrokkenheid en emoties tonen.”

Derde golf

Maar dat gebeurt toch genoeg? We kennen toch de grote verhalen uit Vrij Nederland De stacaravan (1979); De pont van kwart over zeven (1981), de verhalen van Martin Schouten uit de Haagse Post?

Zeker, zegt Henk. Dat was de eerste golf van literaire journalistiek in Nederland. Journalisten die gingen schrijven als Tom Wolfe en Gay Talese.

We hebben ook een tweede golf gehad. Dat zijn de schrijvers die bij uitgeverij Atlas zitten, zoals Geert Mak en Frank Westerman en Jan Brokken.

En nu beginnen we aan de derde golf met meer verhalende journalistiek in de dagbladen.

Allemaal mooi en aardig. Maar het ontbreekt aan een verhalende traditie in de Nederlandse journalistiek volgens Henk. Er zijn geen universitaire opleidingen creatieve non-fictie; op de redacties met literaire begrippen, en ook op de HBO’s wordt er weinig aan stortytelling gedaan.

Maar dat gaat nu veranderen. We kijken uit naar het handboek van Blanken en De Jong.

Overige literatuur

Goede recente Amerikaanse handboeken over verhalende journalistiek
  • Gutkind, L. (2012) You can’t make this stuff up. The complete guide to writing creative nonfiction from memoir to literaty journalism and everything in between. Boston: Da Capo Press
  • Hart, J. (2011). Story craft. The complete guide to writing narrative nonfiction. Chicago: The university of Chicago press.

Iets ouder, maar wel een klassieker

  • Kramer, M. and W. Call (eds.) (2007) Telling true stories: A nonfiction writers’ guide  from the Nieman Foundation at Harvard university.

Nederlands/Amerikaans

Studies over verhalende journalistiek in Nederland en Vlaanderen
  • Han Ceelen en Jeroen van Bergeijk, (2007) Meer dan de feiten: gesprekken met auteurs van literaire non-fictie. (boek)
  • Joris Belgers Persoonlijke journalistiek: over een nieuwe stroming literaire journalistiek in Nederland (scriptie)
  • Rik van Exter en Annelies Pauw (1994). Tussen literatuur en journalistiek
  • Frank Harbers, (2010). Between Fact and Fiction: Arnon Grunberg on His Literary Journalism. Literary Journalism Studies 2, no. 1 (Fall 2010): 74.
  • Geert Maarse. (2009) De poezie ligt op straat. Een onderzoek naar literaire Journalistiek in dag- en weekblad (1960-2009) (thesis)
  • Gerard Smit (2013) Een kwestie van vertrouwen: de constructie van de geloofwaardige verteller in het journalistieke boek. Paper voor etmaal van de communicatiewetenschap 2013
  • Mien de Vriendt (2010) Literaire journalistiek in Vlaanderen Hoezeer (onder)ontwikkeld? (scriptie)
Studie over onderwijs in verhalende journalistiek

Auteurs

2 comments

  • Pingback: Wat is de beste verhalende journalistiek van 2013? - Blog - De Nieuwe Reporter - Journalistiek & Nieuwe Media

  • De anecdote over mij klopt niet helemaal. Misschien is het leuk om op deze plek te vertellen hoe het precies zat. Na de aanval kwam de politiebrigadier naar Nederland om hier bij zijn broer te herstellen van zijn verwondingen. Hij zocht me op op mijn kantoor (met vijf Koerdische officials in zijn kielzog) en vroeg wanneer ik terugkwam naar Kirkuk. Een paar jaar eerder was ik, ook voor Vrij Nederland, met hem mee op terroristenjacht geweest. Ik ging dus terug naar Kirkuk om een reconstructie te maken van deze aanval.
    Vooraf heb ik Henk gevraagd om me daarbij te coachen. Omdat een verhaal vertellen veel ingewikkelder is dan een gewoon gemengd verhaal schrijven. En omdat je in dat proces iemand nodig hebt die met je meedenkt, die moeilijke vragen stelt, en je soms even boven je materiaal uittrekt. Samen hebben we gekeken welke scènes ik nodig had om het verhaal te vertellen, naar vertelperspectief (en welke scènes daardoor afvielen), naar de spanningsboog. Henk was daarbij een geweldige coach waar ik veel van heb geleerd. En uiteraard ben ik het helemaal eens met zijn adagium: we moeten betere verhalen beter vertellen, om in een overvol medialandschap met krimpende budgetten het hart van de lezer te veroveren.