Van brainstorm naar prototype

Vorige maand blogde ik over de eerste Design Thinking meeting met onze partners voor het project Immersive Journalism. We willen onze wetenschappelijke resultaten en inzichten graag koppelen aan de kennis van onze praktijkpartners, om zo tot bruikbare producten of diensten te komen voor de journalistieke praktijk. Deze maand hebben we hier een vervolg op gegeven. Dit keer waren we door Cyril Snijders, online conceptontwikkelaar bij KRO-NCRV en een van onze praktijkpartners, uitgenodigd in het prachtige nieuwe M. 

 

In deze eerste sessie hebben we de Empathize en Define fase doorlopen en zijn we gestart met de Ideate fase. De energie was die dag hoog, ideeen te over en de samenwerking liep perfect. Ik was benieuwd of deze dag net zo succesvol zou zijn.

Wat hebben we die tweede design dag gedaan?

Een groot deel van de tijd hebben we besteed aan het tekenen van storyboards. Storyboards zijn een krachtige manier om informatie visueel te presenteren; de lineaire volgorde is perfect voor het vertellen van verhalen, het uitleggen van een proces en het laten zien van het verstrijken van de tijd. In twee groepen zijn ze aan de slag gegaan rondom twee producten die uit de Ideate fase waren gekomen. Het voordeel van werken met mensen uit de praktijk, is dat ze niet op het eerste beste idee verliefd worden. Ze zijn realistisch. Door het werken aan meerdere concepten en het delen van de ideeën, onderzoek je met elkaar welke ideeën levensvatbaar zijn en aansluiten bij de behoeften van de doelgroep. Dat maakt het concept steeds sterker. De twee onderzoekers, Kiki de Bruin en Nele Goutier, verdeelden zich over de twee teams. Zij zorgden ervoor dat de inzichten die uit de inhoudsanalyse zijn gekomen werden meegenomen in het ontwerp. We gingen aan de slag!

  1. De teams kregen dertig minuten de tijd om tot een eerste versie van hun product of dienst te komen in de vorm van een story.
  2. Beide groepen presenteerde hun storyboard, terwijl de andere groep op post its vragen of verbeteringen noteerde. Er mocht niet gediscussieerd worden, de presenterende groep nam de post its enkel in ontvangst.
  3. De volgende stap was een versie 2.0 van het product of de dienst. Aan de hand van de vragen en opmerkingen van de andere groep en hun eigen nieuwe inzichten, werd een tweede, verbeterde versie van het product en of dienst gemaakt.
  4. Ook deze  verbeterde versies werden aan elkaar gepresenteerd.

 

          

Wat leverde het op?

Twee uitgewerkte ideeen waren het resultaat. Tijdens het presenteren kwamen de groepen erachter dat een combinatie van de concepten een sterker product zou opleveren. Het nieuwe gezamelijke idee was geboren.

Het werken in co-creatie zorgde voor veel energie. Het leverde een product op waar de doelgroep zelf, de makers, enthousiast van werd, en waarbij ook de onderzoekers een belangrijke positie innamen. Zij konden zich op deze manier verrdiepen in de problemen waar de makers tegenaan lopen tijdens hun werkzaamheden. Tegelijkertijd leren de makers van de inzichten die de onderzoekers meebrengen. De samenkomst van de wetenschappelijke kennis van de onderzoekers en de ervaringen van de makers lijkt een gouden combinatie!

 

Prototype

Het plan voor een nieuw product was daar, maar hoe nu verder? Lichte paniek ontstond. Tot dan toe was alles geschetst, getekend en uitgewerkt, maar enkel met tekeningen op papier. Bij mij lag de vraag, hoe zorg ik ervoor dat deze goede ideeën niet op de plank blijven liggen? Jeroen Dontje legt in zijn boek De dag na de brainstorm uit dat de eerste 24 uur na het ontstaan van een goed idee cruciaal zijn voor het realiseren ervan. Je moet proactief aan de slag gaan met het tastbaar maken van het geniale idee, en gebruik maken van het enthousiasme dat de groep dan nog heeft.

Zo gezegd, zo gedaan. Het enthousiasme was er en de drang om een overzicht te maken van de inhoud van het product was groot. De categorieën van de inhoud van het prototype werden vervolgens gemaakt aan de hand van post its. Welke inzichten uit de onderzoeken moeten waar ingebouwd worden? Hoe werkt een maker? Welke volgorde is dan logisch? Hoe houden we het simpel?

 

 

Hoe nu verder?

Een eerste prototype moet zo snel en makkelijk mogelijk te maken zijn. Het is een eerste test bij de doelgroep. Met de bouwstenen tot een eerste simpele versie van het product op de ramen van het mooie gebouw van KRO-NCRV namen we afscheid van elkaar. Over een paar weken starten we met het bouwen van het prototype in een digitale omgeving. Maar wat gaan we eigenlijk maken? Ik zal jullie dan ook meer inzicht geven in het product dat we gaan maken voor de journalistieke praktijk.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *