Vakwerk: het wittejassensyndroom

Een kleine twee weken geleden gebeurde het weer: een blunder met wetenschapsnieuws. Dit keer was het de NOS die de mist inging. Vlak daarvoor had ik op deze plek geschreven over geblunder met wetenschappelijk ‘nieuws’ over nieuwe plant- en dierensoorten in de Mekong delta. De rij is lang en zal langer worden. Wetenschap en journalistiek hebben het maar moeilijk met elkaar.

Hierbij gaat het niet over de wetenschapsbijlagen van de kwaliteitskranten. Daar valt over het algemeen weinig op aan te merken. Het gaat vooral over het dagelijks nieuws dat gebruik maakt dan wel verslag doet van wetenschappelijk onderzoek. Dat blijkt nogal eens slecht te zijn.

Om het kruispunt tussen wetenschap en journalistiek nader te bekijken, las ik alle artikelen met de uitdrukking ‘uit onderzoek blijkt’ die tussen 1 okt. 2011 en 1 okt 2012 verschenen in De Telegraaf, het Dagblad van het Noorden en het NRC-Handelsblad.

Wat blijkt?

Het onderzoek waaruit iets blijkt wordt, althans in twee eerstgenoemde kranten, zelden of nooit vermeld. Ook wordt niet vermeld waar de informatie vandaan komt (persbericht, persoon, onderzoek zelf). En van controle – hoor/wederhoor – is al helemaal geen sprake.

De cruciale vraag lijkt me: waarom? Waarom zijn journalisten principieel wantrouwend als het om politici, burgemeesters of bankiers gaan en zijn ze nogal eens geneigd het hoofd te buigen als De Wetenschap spreekt?

Het antwoord is vermoedelijk gelegen in wat je het wittejassensyndroom zou kunnen noemen. Wetenschappers zijn de laatsten die ‘we’ nog kunnen vertrouwen, beter: de laatsten die we willen vertrouwen nu het vertrouwen in alle anderen is weggevallen. Voorlichters maken van dergelijk vertrouwen maar wat graag gebruik. Uit onderzoek blijkt immers dat…

Toch?

Stapel, Smeesters, NOS-blunders en Mekongdelta-pr hollen dat vertrouwen  razendsnel uit. De wetenschapstoren is zo goed als geslecht. Wie vertrouwen we dan nog?

Auteurs