Transparantie: is dat wat het publiek wil?

Transparantie, de afgelopen jaren een buzzwoord in de journalistiek. Transparantie zou de nieuwe objectiviteit zijn. Volgens de Engelse mediawetenschapper Brian McNair (2017) is er een informatiechaos, omdat niet meer duidelijk is welke informatie waar of onwaar is. Hij stelt dat een streven naar objectiviteit wellicht achterhaald is. Hij pleit ervoor dat journalisten transparant zijn over hun journalistieke werkwijze en inzichtelijk maken welke afwegingen worden gemaakt. Op deze manier kan de nieuwsconsument zelf een oordeel vellen over de betrouwbaarheid.

In het begin van het jaar kwam hoofdredacteur van Villamedia, Dolf Rogmans, met een lijstje wat in zou zijn in 2018. En ja, transparantie, is in. Door open te zijn naar je publiek, behoud je het vertrouwen in je publiek.

Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, pleit ook voor meer transparantie in de strijd tegen nepnieuws. Meer inzicht geven in de beweegredenen voor het verhaal, linken naar bronnen, toelichting geven over de totstandkoming van het verhaal en het erkennen van fouten. Zijn dit allemaal manieren waarop de journalist kan bewijzen wat hij waard is, zoals van Exter dat stelt?

Transparantie is een non-issue

Terwijl journalisten en media-experts geloven dat transparantie een oplossing is om vertrouwen terug te winnen of te behouden, blijft de vraag hoe de nieuwsconsument dit ervaart.

Onlangs verscheen een onderzoek van Zweedse wetenschappers (2018). De onderzoekers voerden een experiment uit (N=1320), hielden 13 focusgroepen (N=82) en legden een enquête af (N=2091). En daaruit kwam een duidelijk antwoord. Transparantie is een non-issue onder nieuwsconsumenten. Transparantie is niet iets waar nieuwsconsumenten zich druk om maken.

Het begrip transparantie kwam geen enkel keer naar voren tijdens gesprekken, als er niet expliciet naar gevraagd werd. En wanneer er wel naar gevraagd werd, was het gesprek al snel klaar. Het is niet iets waar nieuwsconsumenten specifiek naar verlangen. Tijdens de survey en focusgroepen werd er gevraagd naar specifieke tools die transparantie zouden bevorderen, zoals het hyperlinken naar bronnen, toelichting geven over de totstandkoming van een verhaal, corrigeren van fouten, open zijn over de mening van de journalist of het publiek laten participeren. Geen enkel tool werd gewaardeerd, behalve het doorlinken naar documenten en primaire bronnen. Dat helpt de nieuwsconsument het verhaal beter te begrijpen, meer context te bieden en meer informatie in te winnen. Een averechts effect op het vertrouwen is het laten participeren van het publiek, zoals het toelaten van comments of het verwerken van tweets of foto’s van het publiek.

Transparantie over algoritmes

Het lijkt erop dat het publiek niet zit te wachten op allerlei manieren waarop de journalist transparantie biedt over zijn werkwijze.

Toch blijft het woord transparantie weer terugkomen. The High Level Expert Group van de Europese Commissie publiceerde in maart een rapport over nepnieuws en online desinformatie. Ze kwamen met vijf adviezen voor online platforms, waarvan een: vergroot de transparantie van online nieuws en hoe algoritmes nieuws selecteren en distribueren.

Mediawijsheid

Toch lijkt er een discrepantie te zijn tussen wat journalisten en media-experts zien als de oplossing voor vertrouwen en hoe de nieuwconsument dat ervaart. Willen nieuwsconsumenten niet weten hoe het achter de schermen gaat, hebben ze er geen tijd voor, zijn ze al overspoeld met genoeg informatie? Of zit het wel goed met het vertrouwen in de journalistiek, waardoor de behoefte aan transparantie minder is? De laatste cijfers van Reuters Institute laten zien dat maar liefst 59% van Nederlanders het nieuws in Nederland vertrouwt.

De Zweedse onderzoekers en de High Level Expert Group van de EC concluderen allebei dat de nieuwsconsument meer mediawijs moet worden om zo beter in te schatten wat betrouwbaar is en wat niet. Alleen transparantie bieden vanuit de producent zonder dat de consument dat weet te erkennen, waarderen of evalueren, is wellicht minder de moeite waard dan tot nu toe werd gesuggereerd.