Theorie & praktijk – deel 2

Wat heeft de journalistieke praktijk aan wetenschappelijke theorie? Hmmm…

Sinds 2012 doe ik promotieonderzoek bij een business school – niet echt de meest natuurlijke habitat voor journalisten, want die hebben vaak management-allergie. Maar ik kwam daar terecht omdat ik op zoek was naar maar één ding: theorie. Mijn onderzoek gaat namelijk over aandeelhouders van journalistieke organisaties.

Zoekend naar wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp, ontdekte ik al snel de ‘agency theorie’. Die theorie beschrijft dat een principal (bijvoorbeeld aandeelhouder A) een agent (bijvoorbeeld manager B) inzet om zijn zaken waar te nemen. A delegeert dus een taak aan B.

Als de belangen van A en B niet op één lijn liggen, kost dat geld en tijd (denk aan: Sjuul Paradijs en TMG). Deze zogenaamde ‘agency-kosten’ wil een aandeelhouder zo laag mogelijk houden, aldus de theorie. Dit verklaart onder meer waarom managers bonussen krijgen (denk aan: Philippe Remarque en de Persgroep); zodat zij handelen in het belang van de eigenaar.

De agency theorie komt oorspronkelijk uit de economie, maar wordt ook gebruikt in de politicologie omdat die ook over macht gaat (wie betaalt, bepaalt). Maar de sociale wetenschappen (en de journalistiek) draaien gelukkig om meer dan geld en macht.

Sociologen, bijvoorbeeld, vinden de agency theorie veel te simplistisch. Voor hen zijn sociale structuren (denk aan: bureaucratie, redactiecultuur) veel sterker en bepalender dan de ‘agency’ van de individuele aandeelhouder of manager.

Een ander punt van sociologische kritiek op de agency theorie is dat winstmaximalisatie en eigen belang niet de enige drijfveren zijn van mensen en organisaties. In non-profit organisaties, bijvoorbeeld, draait het meestal om heel andere zaken, zoals zieltjes winnen.

Zie daar het fundamentele structure-agency-debat dat sociale wetenschappers verdeelt, en waaraan ik met mijn onderzoek in de journalistieke sector een mini-bijdrage probeer te leveren.

Het verbaasde me dat bij business schools ook theorie uit de sociologie wordt onderwezen. Dat vakgebied associeerde ik meer met geitenwollensokken en ambtenaren. Toch kan ik bij mijn onderzoek naar mediabedrijven niet heen om de zogenaamde ‘institutionele theorie’…

Daarover meer in een volgend blog.