Plaatjes vullen geen gaatjes

Dij deze post even geen ‘plaatje’. Plaatjes zijn geen gaatjesvullers.

In een paar zeldzame en verspreide ogenblikken waarop ik weinig méér hoorde dan een voorbijscheurende brommer, een verre sirene, doemde een gedachte op. Die gedachte gaat over de rol van het beeld in media en communicatie. Die is aan het veranderen. Niet alleen kwantitatief, inmiddels ook fundamenteel, kwalitatief.

Communicatie is een complex geheel, gesprekken zijn het leukst.

Jongstleden weekend was ik op het VVOJ-congres, dit jaar in Antwerpen. Een flink aandeel van de sessies daar was gewijd aan datajournalistiek, een flink aandeel daarvan weer aan datavisualisatie. Tijdens koffiepauzes, lunches, borrels had ik gesprekken met mensen als Maarten Huygen, Ewoud Sanders, Rik Nieman, Geoff McGhee en vele anderen van wie ik de namen niet kon verstaan door het geroezemoes, niet kon onthouden en niet kon lezen op de naamplaatjes die ze droegen omdat daarop de wuivende hand van gastheer Plantijn College belangrijker was dan de naam van de gast.

Zijn journalisten conservatief? En vormgevers zielig?

Al die gesprekspartners kloegen zonder uitzondering bij mij hun nood over het conservatisme in hun omgevingen aangaande het belang van beeld en de rol van de vormgeving in nieuws- en informatievoorziening. Dat alleen al vond ik hoopgevend, al waren ze met hun klachten bij mij niet aan het goede adres. Gingen ze er maar mee naar hun hoofdredacties.

Zelf heb ik nooit zoveel gezien in de calimero-houding van vormgevers in de media en daarbuiten, zoals op de School voor Journalistiek, maar het is natuurlijk gewoon waar dat ‘opmakers’ nog tot op de dag van vandaag door ‘journalisten’ met dedain worden behandeld. Opmakers bestaan niet meer, het waren de collega’s van de zetters, die aan het steen de gezette stukken met clichés en wit tot pagina’s opbonden.

Big Data is alleen maar te lezen door beeld. Woorden schieten tekort.

Die houding van dedain is kennelijk bij sommigen aan het veranderen, althans bij VVOJ-congresbezoekers. Maar er is iets fundamentelers aan de hand. Dat inzicht daagde al langer, maar brak krachtig door met behulp van een opmerking van Bart de Goede of Vincent van Wees, twee jonge informatiekundigen die net zijn afgestudeerd en hun bedrijfje Dispectu aan het opstarten zijn.

Die opmerking was dat er inmiddels informatie bestaat die zonder hulp van beeld simpelweg niet te lezen is. Big data en Open data zijn inmiddels al geen modewoorden meer, het zijn gevolgen van wereldwijde, technologische en digitale ontwikkelingen die grote gevolgen hebben voor  informatieverwerving, -verspreiding en verwerking. De manieren waarop met dergelijke enorme hoeveelheden gegevens om te gaan is, zijn fundamenteel anders dan het zoeken in bibliotheken, grote hoeveelheden tekst en databases.

De gegevens van alle gekentekende voertuigen in Nederland, alle leerlingen in het basisonderwijs, de WOZ-waardes van alle adressen, zijn maar een paar voorbeeelden van datasets die beschikbaar zijn. Zonder de namen van de mensen om wie het gaat natuurlijk.

Omvang en inhoud van alle natuurgebieden, de strooiroutes van de pekelwagens, de kwaliteit van onze zwemwaters, ook die zijn allemaal te vinden.

Beeld is onontbeerlijk, da’s zo klaar als een kontje

Waar te beginnen om dergelijke informatie in woorden te beschrijven? Voor het simpelweg lezen, laat staan analyseren, van dergelijke enorme hoeveelheden gegevens, is visualisatie onontbeerlijk. Dat is zo logisch als wat.

Het betekent echter niet alleen dat zich nieuwe informatiesoorten en -verschijningen voordoen. Het gevolg is dat de visuele presentatie serieuzer wordt genomen dan ooit voorheen. De kracht van het beeld grijpt rechtstreeks in op de betekenis en duiding van de informatie. Beeld was al heel lang inhoud. Met datavisualisatie is het informatie zelf geworden.

En dat, zo voorspel ik, zal de opmars van de ‘opmakers’ van voorheen onstuitbaar maken.

Auteurs

Een reactie

  • Carel Kuitenbrouwer

    Een offline reactie: blogpost voor de die-hard lezer, zelfs geen tussenkopjes!
    Touché.
    Aangepast.

    Reactie twee: je doet niet wat je preekt, waarom geen beeld?
    Reagent heeft ook een punt. Echter:
    1. Het is veel gemakkelijker om gedachten in woorden op te tekenen, zelfs voor mij.
    Niet omdat mensen niet in beelden denken, maar omdat ze geen MS-Picture op hun pc hebben, laat staan op de basisschool geleerd dát je gedachten, begrippen, concepten ook in beelden kunt uitdrukken.
    2. Argumenteren best goed met woorden gaat, evenals verhalen vertellen en gedichten maken.
    3. Onderzoek heeft uitgewezen dat plaatjes alleen dàn het begrip van de boodschap versterken als tekst en beeld inhoudelijk heel nauw op elkaar aansluiten.
    4. Het woord niet dood hoeft om het beeld te laten leven.

    Gaarne ook online reacties…