Oorlogje na de oorlog

Op woensdag 30 november ga ik naar aanleiding van mijn boek Dat nooit meer. De nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland in gesprek met drie hoofdrolspelers: Willem Aantjes, Henk Hofland en Hans Blom. Hoewel het me moeite kost, zal ik tijdens die sessie niet ingaan op de vele, m.i. in bijna alle gevallen aantoonbaar onjuiste kritieken op mijn boek maar me geheel beperken tot de herinneringen van de drie genoemden. Daarbij wil ik hen vooral confronteren met een aantal uitspraken uit het boek. Wat betreft Aantjes geldt dat ondermeer de stelling dat in kleine kring al lang bekend was dat hij tijdens de oorlog een niet al te fraaie loopbaan had gehad maar dat daar weinig belangstelling voor bestond omdat het oorlogsbeeld niet erg zwart-wit was. Dat veranderde in de loop van de jaren zestig en zeventig en maakte dat er een maatschappelijk klimaat ontstond ‘waaruit elk, als je het zo mag noemen, relativerend perspectief op de oorlog verdwenen leek – klemtoon op dit laatste woordje want bij goed toekijken blijkt dat Aantjes, zeker achter de schermen, heel wat meer steun kreeg dan je zou denken. Maar het effect van deze steun was gering. Aantjes was dan ook slechts een van de velen die van het nieuwe klimaat de gevolgen onderging, zij het dat ‘zijn’ affaire wel de meest spraakmakende is en daarom ook een scharnier in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Want vanaf dat moment kwam de oorlog steeds vaker op sensationele manier in het nieuws, begonnen steeds meer maatschappelijke– en overheidsinstellingen zich om het jongste verleden te bekommeren, besloten tallozen die tot dan toe publiekelijk gezwegen hadden, hún versie van het verhaal naar buiten te brengen, realiseerden steeds meer journalisten dat de oorlog ‘nieuws’ was en steeds meer onderzoekers dat in het jongste verleden een goudmijn lag, kortom vanaf de tweede helft van de jaren zeventig keerde de oorlog helemaal terug, om voorlopig niet meer te verdwijnen.’

In dit proces speelde een man als Henk Hofland een grote rol. Daarover vooral wil ik het met hem hebben. Ook in zijn geval is de tekst van dan nooit meer het uitgangspunt. Centraal daarbij staat de gedachte, zoals door Hoflans onder meer geuit in zijn beroemde boek Tegels lichten dat er na de oorlog in Nederland uiteindelijk weinig veranderd was. Vandaar dat het boek een bittere analyse is van het tijdperk waarin Hoflands generatie groot was geworden. Van dat tijdperk ‘lichtte’ hij zogezegd de tegel en keek met afgrijzen naar wat zich daaronder bevond. Wat hij zag was een maatschappelijk bestel dat ondanks crisis, oorlog, vernieuwingspogingen en jaren zestig standgehouden had. Tegels lichten gaat over de vanzelfsprekendheid waarmee in Nederland de onderhorigheid van de inwoners van de Nederlandse koloniën werd aangenomen, over de kruiperigheid van de pers, de onaantastbaarheid van de Koningshuis, de rol van de Koude Oorlog in de nationale eensgezindheid (‘gelijkschakeling’), het sussend effect van welvaart en bovenal het falend konkelen van een elite – met daarbinnen een hoofdrol voor Jan de Quay. De bitterheid over het heden, aldus het kernthema, leidde tot een bittere visie op het verleden – lees de oorlog.

De bitterheid van Henk Hofland en de zijnen kreeg ook een vertaling in de wetenschappelijke geschiedschrijving. Daarvoor is onder meer Hans Blom verantwoordelijk. Evenals Hofland c.s. beklemtoonde hij de continuiteit tussen de jaren voor en na de oorlog. Ook beweerde hij dat de geschiedenis van de oorlog gedurende lange tijd in de schaduw van de Bijzondere Rechtspleging had gestaan en dat dit een helder zicht op de gebeurtenissen belemmerde. Hij bepleitte aandacht voor accomodatie, dat wil zeggen  de moeizame aanvaarding van het kleine kwaad om het grotere kwaad te vermijden of de niet minder moeizame poging je zo te verzetten dat het niet in het oog viel – met hierbij alle gevaren van de glijdende schaal. Tot slot opperde Blom nog een vierde punt, namelijk dat het de moeite waard kon zijn de oorlogsgeschiedenis internationaal te bekijken. Ondanks het feit dat altijd weer gesproken wordt van een wereldoorlog werd de oorlog, het militaire aspect uitgezonderd, veelal als een Nederlandse zaak gezien. Op bepaalde terreinen, de Jodenvervolging bijvoorbeeld, was dat beslist onjuist. Bovendien konden vergelijkingen nuttig zijn. Zo de vraag naar het aantal omgekomen joden. Waarom was dat in Nederland zoveel groter dan in andere (West-)Europese landen.

Hopelijk zullen de drie mannen ook op elkaar reageren. In dat geval belooft het te meer een paar spannende uurtjes te worden.