Ook dat kan met documentaire: deel 2

DE ONZICHTBARE MAKERS ACHTER MIXED-MEDIA DOCUMENTAIRES

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op www.smallstreammedia.nl.
Auteurs: Sander Hölsgens en Tamara Witschge

Net als bij grote fictiefilms krijgen de regisseurs van documentaires de meeste aandacht. Maar is dit wel terecht? Bestaan documentaires niet bij de gratie van samenwerkingen? In dit tweede artikel over mixed-media documentaires bespreken we de fluïde rol van makers en publiek. Aan de hand van voorbeelden laten we zien hoe nieuwe, onverwachte en experimentele samenwerkingen tot stand komen.

In het onderzoeksartikel Documentary is/not a name uit 1990 verzucht Trinh T. Minh-ha dat geëngageerde documentairemakers dezelfde autoritaire trekjes vertonen die ze met hun werk willen bevragen. Deze sociaal bewuste filmmakers zijn – zoals Trinh het zelf omschrijft – almachtige stemgevers die zonder blikken of blozen vanuit hun positie van autoriteit en zelftoegekende morele superioriteit bepalen welke verhalen het vertellen waard zijn.

De retoriek waarin een persoon, organisatie of instantie stelt anderen een stem te geven is ook vandaag de dag en in de Nederlandse context op veel plaatsen terug te vinden: de aspirant-omroep Ongehoord Nederland wil ‘ongehoorde’ Nederlanders een stem geven in Hilversum; de gemeente Utrecht hoopt jongeren een stem te geven bij hun beleidsbepaling; hulporganisatie Unicef wil kinderen in verschillende delen van de wereld een stem geven “om invloed uit te oefenen op beslissingen die hun levens beïnvloeden”.

Trinh – zelf ook filmmaker – bekritiseert deze praktijk, die zij een koloniale houding noemt, waarbij een stem gegeven wordt aan gemarginaliseerde mensen. Want, zoals OneWorld-hoofdredacteur Seada Nourhussen afgelopen jaar ook al schreef, “als het goed is hebben die mensen [die stem] al. Uit deze nobele houding spreekt een redderssyndroom, dat grenst aan grootheidswaan”. Wat betekent dit voor documentairemakers? Hoe doe je recht aan deze kritiek? Welke andere manieren zijn er?

Werken met, niet praten over over
Golden Snail Opera (2016) is een meerstemmige documentaire die onderstreept dat het ook anders kan. Het is een zelfkritisch en performatief werk dat zich richt op de verhoudingen tussen het menselijke en niet-menselijke, met een biologisch rijstveld als decor. Golden Snail Opera is gefilmd in Yilan County in noordoost Taiwan en brengt verschillende kennissystemen bij elkaar – van volksverhalen over regionale geesten en godheden tot persoonlijke ervaringen en wetenschappelijk onderzoek.

Golden Snail Opera still 1

Het onderzoeksteam achter Golden Snail Opera vertegenwoordigt een deel van deze perspectieven: Joelle Chevrier boert voor het Taiwanese Land Dyke Feminist Family Farm; Isabelle Carbonell is een documentairemaker die het Antropoceen verbeeldt; Yen-Ling Tsai en Anna Loewenhaupt Tsing houden zich als antropologen bezig met intersectionele vraagstukken.

Deze insteek is kenmerkend voor multimodale documentaires. Vaak is in dit soort werk sprake van een interdisciplinaire samenwerking, van professionals en onderzoekers tot mediamakers en ontwerpers. En, cruciaal, het maakproces vindt plaats in nauw overleg met de gefilmden. Het achterliggende idee is namelijk dat documentaires niet zomaar over individuen of gemeenschappen moeten gaan, maar samen met hen gemaakt worden.

Juist op die manier maken de makers de machtsstructuren zichtbaar die inherent zijn aan documentairefilm, ook als het gaat om hun eigen werk: Golden Snail Opera bevraagt wie er achter de camera staan, hoe ze daar zijn gekomen en welke perspectieven vertegenwoordigd zijn. Het onderliggende doel van de onderliggende samenwerkingen is niet enkel representatie, maar ook het toewerken naar collectieve macht om zo gezamenlijk bestaande structuren te kunnen trotseren.

Golden Snail Opera still 2

Meer dan menselijke samenwerking
Het Golden Snail Opera­-team gaat nog een stap verder door te werken aan een documentairevorm die eveneens recht doet aan de complexiteit van het meer-dan-menselijke. De film begint met abstracte beelden en een net zo moeilijk te plaatsen soundscape. Pas na een minuut of drie wordt duidelijk dat we als kijker meeliften op het huisje van een waterslak – via een minuscule, zelf in elkaar geknutselde spionagecamera en een contactmicrofoon.

Dit gebruik van nieuwe opnametechnologieën is niet uniek. Voor Leviathan (2012) plaatsten filmmakers Lucien Taylor en Véréna Paravel al GoPro-camera’s op of nabij lichamen van vissen, meeuwen en zeelieden om hun zintuiglijke ervaringen te vangen en na te bootsen.

Golden Snail Opera gooit het echter over een iets andere boeg. Op geen enkel moment suggereert de documentaire dat we vanuit het perspectief van niet-menselijke soorten meekijken. In plaats daarvan gaat het juist om de frictie tussen het menselijke perspectief en het leven van andere soorten – met het rijstveld als gedeelde ecologie. Of, zoals het onderzoeksteam het zelf omschrijft:

“Our first film footage is taken with a microcam carried by a giant African snail (an invasive pest in Taiwan) who observes the paddy from its muddy margins. The underwater snail is our golden snail protagonist. Golden snails’ sounds were recorded by an underwater contact microphone. By recording the snail, but not explicating its sounds, we hope to convey the friction (see Tsing 2005) of contact across radical difference; this is also our aim in presenting only partially translated human talk. Here, we join multispecies ethnographers, but rather than searching for humanlike morality and consciousness, our performance piece stresses relational curiosity and the ecological consequences of living in common.”

De notie van co-creatie krijgt hier een onverwachte wending. Het draait niet enkel om het bevragen en openbreken van de machtsverhoudingen tussen makers en niet-makers, zoals het geval is in meerdere mixed-media documentaires. Golden Snail Opera onderzoekt via het medium film waar de grenzen van menselijke kennis liggen: is het mogelijk om een meer-dan-menselijke samenwerking aan te gaan? Welke ethiek ligt hieraan ten grondslag? Wat betekent het als een slak een van de hoofdrolspelers van een documentaire is? Tot hoever kunnen we begrippen als ‘samenwerking’ en ‘co-creatie’ oprekken? En wat zegt dat nu eigenlijk over onze positie in de wereld?

Golden Snail Opera still 3

De rol van het publiek
Ook kijkers ontkomen niet aan zelfreflectie wanneer ze naar Golden Snail Opera kijken. Naast ongeveer een uur aan beeldmateriaal bestaat Golden Snail Opera namelijk uit vijfentwintig pagina’s aan tekst. De tekst is gebaseerd op een recente vorm van Taiwanese amateuropera (o-pei-la (胡撇仔) en lijkt verdacht veel op een script dat verschillende perspectieven bij elkaar brengt. In deze lopende tekst vertellen een boer, wetenschapper en ronddolende geest verhalen over de rijstvelden en boerderijen in Yilan County.

Het script van Golden Snail Opera kent een, naar eigen zeggen, queer sensibility, waarin de verwachtingen van identiteiten en rollen lang niet altijd stroken met normatieve verwachtingen of een absolute Realiteit. Het leidt tot een fantastische choreografie aan ervaringen, anekdotes, consternaties, inzichten, humor, kritieken en dichtkunst die parallel loopt aan het net zo veelzijdige beeldmateriaal.

Dit levert nóg een samenwerkingsvorm op, namelijk tussen makers en kijkers. Het team hoopt dat kijkers – individueel of als groep – het script ten gehore brengen, om zelf de ‘opera’ uit te voeren en zo een actieve rol in de kennisproductie te spelen.

Betrokken kijkers
Mediakunstenaar en onderzoeker Ramona Pringle stelt in I-Docs (2017) dat interactieve, mixed-media documentaires draaien om een actieve houding van kijkers. Dit neemt verschillende vormen aan: van het rondkijken in een VR-installatie tot het maken van directe keuzes in een webdocumentaire.

Pringle, alsook andere mediawetenschappers, zien deze actieve rol van de kijker ook wel als het voornaamste verschil tussen lineaire en deze nieuwe vormen van documentaires. Het is van belang te noemen dat dit niet simpelweg om het testen van concepten of vormen gaat. Hoewel dit laat zien wat resoneert en wat niet, zien we in de nieuwe formats de roep voor een meer kritische en fundamenteel andere opvatting van de rol van het publiek.

Een goed voorbeeld is de manier waarop het feministische filmcollectief Ethnocine de actieve rol van kijkers bespreekt. Zij positioneren kijkers als geëngageerde deelnemers. Ze hopen dat “audiences not only come to learn or empathize with “other” social worlds, but instead hold space for, act in solidarity with, and dare to reimagine our shared social worlds”. Het gaat er dus niet zozeer om dat een documentaire resoneert met kijkers, maar dat kijkers zich verhouden tot de sociale werelden die centraal staan in het werk.

In het tijdschrift Cultural Anthropology beschrijft het filmcollectief  welke waarden en vragen hieraan ten grondslag liggen: het gaat voornamelijk om een kritisch besef van positie, een erkenning van meerstemmigheid, een bewustzijn over representatie en het belang van samenwerking. Dit alles bepaalt wie achter de camera staan, hoe narratieven geconstrueerd worden en of een documentaire een bijdrage kan leveren aan een beweging of gemeenschap – bijvoorbeeld om een politieke beweging te mobiliseren.

Co-creatie
Sandra Gaudenzi, oprichter van het !F Lab voor interactieve verhaalvertelling, benadrukt hoe iteratieve werkwijzen uit de ontwerpwereld toepaspaar zijn bij documentaireproducties. Op basis van langlopend onderzoek heeft ze hier een methodologie omheen ontwikkeld. De speerpunten: werk interdisciplinair en neem je ‘gebruiker’ zo vroeg mogelijk mee in je maakproces – bijvoorbeeld in brainstormsessies of bij het testen van prototypes.

Net als Trinh het idee van het stemgeven bekritiseert, is er ook kritiek op deze manier van werken. Het gaat dan vooral om de overtuiging dat kijkers als ‘gebruikers’ gezien kunnen worden. Adam Lefton, een maker die jarenlang interactieve ervaringen voor gebruikers heeft ontwikkeld, noemt het zelfs onethisch. In zijn woorden: “Labeling people as users strips them of complexity. It reduces humans to a single behavior, effectively supporting a view of people as more like robots whose sole function is to use a product or feature”.

Om met mixed-media formats een betekenisvolle en rechtvaardige samenwerking aan te gaan, is het dus cruciaal om machtsverhoudingen te bevragen en de rol van maker, deelnemer en publiek onder de loep te leggen. Wie heeft er nu daadwerkelijk baat bij een co-creatie? En hoe voorkom je als documentairemaker dat je niet alsnog instrumenteel en uit eigenbelang samenwerkt? .

Golden Snail Opera still 4

Golden Snail Opera laat zien hoe dat kan. Door de structuur van de opera nodigt het werk kijkers uit om hun rol en betrokkenheid te onderzoeken en bevragen. Tientallen voordrachten door en met kijkers hebben er door de jaren heen zelfs voor gezorgd dat in 2019 een nieuwe montage van de film is verschenen – inclusief voice-over en een aangepaste soundscape. Dit was van tevoren niet gepland, maar het onderzoeksteam was dusdanig geïnspireerd door de interpretaties van de documentaire dat ze er zelf opnieuw mee aan de slag wilden gaan.

Het onderzoeksteam en de inzet van de verschillende technologieën en mediavormen waren er op gericht dat iedereen zich de documentaire kan toe-eigenen – of dat nu gebeurt in de vorm van een voordracht in kostuum of een kritisch gesprek over het meer-dan-menselijke. Zolang het maar samen gebeurt.

Dit artikel werd geschreven in de aanloop naar de Summer school Mixed Media Storytelling in Palermo van Verspers. Voor meer interesse en om je aan te melden, klik hier. Het artikel is onderdeel van Documenting Complexity, een tweejarig onderzoeksproject over documentaire, technologie en activisme van de Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Utrecht, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, MU Hybrid Art House, VersPers en WORM.

Auteurs

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *