‘Online hyperlocal is een flop gebleken’ (deel 2)

New York is de zelfbenoemde mediastad van de wereld. Journalistieke start-ups vestigen zich graag rond Silicon Alley. De centrale newsroom Thunderdome bijvoorbeeld, die ruim 300 regionale redacties moet gaan bedienen. Voormalig regionaal verslaggever en directeur van het Harvard Niemanlab Joshua Benton twijfelt aan het nut van dit soort investeringen. ‘Veel kranten zijn niet meer waard dan de grond waarop de gebouwen staan.’

Deel 2 in de serie: Maar wat nou als het in New York ook niet lukt?

Het heeft nogal wat betekenissen, thunderdome. Van vechtarena tot seksgereedschap; alle primaire menselijke instincten komen voorbij. Dat ook de opzet van een nieuwe centrale nieuwsroom van een serie regionale kranten die naam draagt, heeft dan ook iets van een anticlimax in zich. Robyn Tomlin, de eerste hoofdredacteur, is er niet minder enthousiast om. ‘Project Thunderdome heeft drie doelstellingen,’ vertelt ze. ‘Het centraliseren van niet-lokaal nieuws en web-producties, het creëren van internetverkeer en inkomsten gerelateerde digitale content, en het technisch ondersteunen van de regionale redacties voor de digitale toepassingen.’

Dat behoeft uitleg. Thunderdome is een initiatief van het Amerikaanse Digital First Media, een uitgeverijconstructie van meer dan achthonderd kranten en websites die naar eigen zeggen 61 miljoen mensen bereiken in achttien staten. Om de nationale en internationale multimediale kopij voor alle producties en platformen te stroomlijnen wordt op Manhattan een nieuwe centrale nieuwsroom ingericht. Het zal een plaats worden met vooral redactioneel en technisch geschoolde mensen. De regionale verslagevers zitten bij de kranten.

‘Wij zullen vooral beginnen met berichten van Associated Press en anderen en die verrijken tot nieuwe producten, inclusief foto’s, video en dossiers’, aldus Tomlin. ‘We verdelen verder de content van de 75 dagkranten en 200 week- en maandbladen die onderdeel zijn van het DFM-netwerk. Sommige kranten hebben niet eens een abonnement op AP’.

Dat betekent niet dat lokaal ontslagen zullen vallen, benadrukt Tomlin. Eerder is het tegenovergestelde het geval. ‘We vinden lokaal en regionaal nieuws zo belangrijk dat we juist een centrale nieuwsroom hebben opgetuigd om de verslaggevers het volgen van het nationale en internationale nieuws en de routinewerkzaamheden te kunnen besparen. ‘

Trainen
Project Thunderdome heeft naast de centrale redactie in New York mensen in Washington, D.C., Colorado, North Carolina, Washington state, Connecticut en Michigan voor de nationale verslaggeving. En daarnaast een fotoredactie in Denver. Naast het coveren van nieuws zullen mensen exclusief worden gezet zetten op dataverhalen en videoproducties. Die zullen met name interactief materiaal moeten aanleveren. ‘Verder willen we uiteindelijk een community van data en video-journalisten opzetten, om bijvoorbeeld elkaar en anderen te trainen. Die club zal ook het aanspreekpunt worden voor onderzoeksprojecten en om dossiers te bouwen, zowel over nationale als internationale onderwerpen.‘

Overigens is voor een van de twee dochterbedrijven van DFM, Journal Register Company, begin september uitstel van betaling aangevraagd (chapter 11). De ruim 800 verschillende uitgaven off- en online gaan gebukt onder een schuld van 126 miljoen dollar. Het bedrijf kijkt ongetwijfeld naar andere inkomsten. Maar het verkopen van eigen verhalen bijvoorbeeld, zit volgens Tomlin nog niet in de planning. DFM staat daar wel voor open in de toekomst.

Drama
Joshua Benton, directeur van het Nieman Journalism Lab, het journalistieke studie- en onderzoekscentrum van Harvard, is niet zo optimistisch over projecten als Thunderdome. ‘Kranten zijn een ouderwets product. Te duur als advertentieplatform, te algemeen in de berichtgeving, en domweg niet goed genoeg wat de inhoudelijke berichtgeving betreft.’ Het zijn vooral de allerkleinste kranten die het nog aardig doen. Die hebben een meerwaarde voor een gemeenschap en zijn relatief goedkoop te maken. Bovendien draait de lokale advertentiemarkt nog aardig.

Hyperlocale online kranten gelooft oud-regionaal verslaggever Benton dan weer helemaal niet in. ‘Hyperlocale websites zijn een sof gebleken. Lokale adverteerders gaan niet online.’ Neem Patch.com, een nieuw initiatief rondom het idee dat met een enkele multimedia journalist in een kleine stad je een gebied kunt coveren. ‘Winst maken met dit idee is nog niet gelukt. Zelfs omzet maken blijkt nauwelijks mogelijk.’ Benton heeft een maand of negen geleden de eerste openbare bedrijfscijfers van Patch.com gezien. ‘Het was een drama’. Patch wil op dit moment niet met verslaggevers praten. Patch-chef Joe Wiggins schrijft: ‘Hi Marco. Thank you for your interest in Patch. Unfortunately, the timing isn’t right and we will not be able to arrange an interview. Best, Joe.’ Benton: ‘Waarschijnlijk omdat ze alleen slecht nieuws te melden hebben’.

9,5 miljoen
Hyperlocale nieuwssites gemaakt met amateurs en een relatief kleine professionele staf, maken wellicht meer kans, aldus de directeur van Niemanlab. ‘Maar daar loert het gevaar van het gebrek aan kwaliteit en continuïteit.’ Benton is somber over de toekomst van de regionale media als verschijnsel. ‘Er worden op dit moment regionale kranten verkocht alleen op basis van de waarde van de grond en de gebouwen.’ Dat er ook kranten worden gemaakt drukt juist te vraagprijs. De Tampa Tribune is onlangs verkocht aan een investeerder voor negeneneenhalf miljoen dollar; een krant met een oplage van ruim 262 duizend exemplaren in het weekend en veertien miljoen pageviews per maand.

Wat moet er dan wel gebeuren? Want volgens Benton gaat de regionale krant het met een paywall ook niet redden. Een krant als de New York Times is wat dat betreft een ander verhaal, stelt hij. ‘Dat was natuurlijk al nooit een regionale krant, maar die hebben er dankzij internet nationaal en internationaal als een van de weinigen echte lezers bij gekregen.’ Voor dat selecte gezelschap wereldburgers is online betalen geen probleem, en garandeert het juist de kwaliteit die ze zoeken. ‘Alle andere kranten zullen meer moeten doen dan nieuws alleen, investeren in marketing en omschakelen van geografie naar demografie.’ Mikken op nichemarkten als centrale strategie, dus. ‘Wie deze stappen niet zet, gokt op het business model: tijd kopen. Een verdoemde strategie.‘

Auteurs