NME gooit popjournalistiek op straat

nme

Deze zomer maakte het Britse muziektijdschrift NME (New Musical Express) bekend vanaf september 2015 gratis te verschijnen. Nogal een stap voor een blad dat meer dan een halve eeuw wekelijks de nieuwste trends in de popmuziek op een rijtje zette: van Bill Haley tot The Libertines, via David Bowie en de Sex Pistols. Een icoon in de popjournalistiek verzet de bakens: een verstandige zet of een zwanenzang?

Het is niet de eerste keer dat NME het roer omgooit: het blad komt voort uit een magazine voor liefhebbers van accordeonmuziek. Toen dat instrument begin jaren vijftig enigszins uit de gratie raakte, richtte Musical Express (het New werd al snel toegevoegd) zich op populaire muziek. Binnen die stroming kwam de focus na een tijdje op de (redelijk) alternatieve muziek. De hoogtijdagen vielen in de punktijd, toen de oplage rond de 300.000 lag. Journalisten als Chrissie Hynde, Charles Shaar Murray en Nick Kent vulden het blad. Daarna trad het verval in: concurrentie van bijvoorbeeld The Face (1980-2004), een minder uitgesproken, minder alternatieve koers en natuurlijk de opkomst van het internet zorgden voor een dramatische daling van de oplage, die in 2014 rond de 15.000 zou liggen.

Binnenkort ligt het roemruchte NME gratis in stations en op onderwijsinstellingen. Een laatste stuip van een blad in doodstrijd? De Engelse pers had het over “the last throw of the dice”. Als dit niet lukt, is het afgelopen met NME (en gaat het bijvoorbeeld The Face achterna). Maar kan het lukken? Het gratis blad krijgt een oplage van 300.000, blijkbaar nodig om het rendabel te maken. In de vorige eeuw kon je misschien nog zoveel lezers vinden voor een blad over alternatieve muziek, toen waren tijdschriften daarover zo’n beetje de enige informatiebron. Wil je nu een groot publiek aanspreken, dan zal je de focus moeten verbreden: of minder alternatieve muziek en meer boybands, of minder muziek en meer lifestyle, film, mode en gadgets. Kortom, je gaat meer lijken op bestaande andere bladen en sites en, belangrijker, je beschadigt het zorgvuldig opgebouwde imago van het blad, het merk. En wie dat doet, wordt onduidelijk en dus nog minder aantrekkelijk voor adverteerders.

De legendarische popjournalist Lester Bangs droomde in de vorige eeuw van een kelder met daarin ieder album dat ooit verschenen was, een soort muzikale bibliotheek van Babel. Bangs is reeds lang overleden en iedereen heeft nu zo’n kelder, in Spotify. In de kelder ernaast ligt de oneindige muziekencyclopedie, online. Logisch dat de popjournalistiek moest veranderen.

“When music is free, who needs music magazines?”, schreef The Guardian in reactie op het nieuws over NME. Op het eerste gezicht een vreemde vraag: als het object van een journalistiek genre gratis is, kan het beschrijven ervan nog wel waardevol zijn, zoals ook natuurbladen laten zien. Niet alleen de muziek is echter “gratis”, veel informatie erover is dat ook, op het internet. En wie wil betalen voor wat hij gratis kan krijgen? Aan informatie over popmuziek is altijd behoefte. Sterke merken kunnen, op papier of online, een platform bieden voor die informatie: daar kan de lezer verwachten dat de kwaliteit van de informatie consistent is. Misschien wil hij daar zelfs voor betalen. De kracht van de merken zit hem in de deskundigheid en de ervaring van de betrokken journalisten.

De soort informatie waaraan behoefte is, lijkt wel veranderd te zijn. Wie daar geen rekening mee houdt, mist de boot. In de vorige eeuw functioneerden muziekbladen ook als een soort Ikea-gids, een overzicht van wat er te koop is. Nu kun je die informatie elders vinden en is er zoveel meer te koop, dat de lezer vooral duiding nodig heeft: wat is er op dat oneindig grote Spotify de moeite waard? Vroeger legde de journalist uit hoe een nieuwe plaat klonk: nu kan de lezer dat met een druk op de knop zelf horen, ook tijdens het lezen. Ook dat verandert de functie van de popjournalistiek: wat kan de goed geïnformeerde en ervaren journalist toevoegen aan de luisterervaring?

Dit voorjaar deed ik met studenten van de Utrechtse School voor Journalistiek een onderzoekje: zouden muziekrecensies de afgelopen jaren veranderd zijn? We vergeleken een aantal recensies uit een OOR uit 1985 met die uit een OOR van nu en, zonder op de resultaten vooruit te lopen lijkt het erop dat recensies toen meer beschrijving en nu meer oordeel bevatten. En dat lijkt in tijden van Spotify een logische ontwikkeling.

Is er toekomst voor NME? Mij lijkt de keuze om gratis te verschijnen niet verstandig: het blad zal zijn inhoud moeten aanpassen en daardoor steeds minder kunnen steunen op de oude, waardevolle reputatie. Is er toekomst voor de popjournalistiek? Welzeker. En dan gaat het niet om gratis versus betaald of papier versus online. De popjournalistiek zal zich aanpassen. Minder beschrijving, minder nieuws, minder weetjes, die vind je elders, meer analyse, meer deskundig oordeel. We laten ons graag rondleiden door de nieuwe kelder van Lester Bangs.

 

Peter Douma

 

Auteurs

2 comments

  • Interessant stuk. NME dient als voorbeeld voor LiveGuideNL, de krant waar ik hoofdredacteur van ben. Mijn concertkrant is al sinds de start in mei 2014 gratis, inmiddels dertien edities lang. Ik hoop dus ook heel erg dat die opzet werkt. Ik denk ook niet dat dit iets over de kwaliteit hoeft te zeggen. Sterker nog: ik denk dat LiveGuide als een van de weinige Nederlandse muziekbladen iets verfrissends brengt. Wel heb ik het idee dat je soms moet opboksen tegen het vooroordeel dat gratis media minderwaardig zijn. Een probleem waar NME wellicht niet mee te maken heeft, aangezien die naam natuurlijk al lang en breed gevestigd is. Zonde overigens dat ook dat blad zo enorm heeft moeten inleveren wat betreft oplage, want ik blijf het een mooi medium vinden. De look en de schrijfstijl is in mijn ogen spannender dan veel andere popmedia.

  • Dank voor je reactie, Sven. Het lijkt er op dat LiveGuideNL nu als voorbeeld dient voor NME. Ik geloof zeker niet dat gratis media per definitie minder goed zouden zijn. NME wil zijn bereik vertwintigvoudigen, om dat te bereiken zal het blad behoorlijk moeten veranderen (en dat gaat ook gebeuren naar ik begrijp), ik vraag me inderdaad af of NME dan nog wel NME zal zijn…