Nieuwe studies naar de geschiedenis van het nieuws

Precies een jaar na het begin van de Arabische lente publiceerde The Economist een artikel onder de titel ‘How Luther went viral’. In dat artikel wordt de stelling verkondigd dat sociale media vijf eeuwen vóór Facebook ook al een revolutie tot stand hadden gebracht. Het waren immers pamfletten geweest, aldus het artikel, die het publieke debat over de Reformatie aangezwengeld hebben. Die pamfletten waren de tweets en retweets van de zestiende eeuw.

Hiermee was volgens The Economist nog niet alles gezegd. Want net zoals tegenwoordig zou het publiek debat ook destijds multimediaal zijn geweest. Er verschenen immers niet alleen teksten, er verschenen ook tekeningen, liederen en aanplakbiljetten over en rond Luther. Kortom, er was niets nieuws onder de zon, alle ophef over de huidige communicatierevolutie was zwaar overdreven.

In dit verband citeerde het weekblad de Amerikaanse historicus Robert Darnton, een beroemdheid op het gebied van de vroegmoderne communicatiegeschiedenis en internationaal de meest bekende onderzoeker van de achttiende-eeuwse boekgeschiedenis. Hij beweerde dat ‘de wonderen van de communicatietechnologie een vals beeld van het verleden hebben geschapen en zelfs het idee hebben doen ontstaan dat communicatie geen verleden heeft, althans niets dat vóór de dagen van televisie en internet de moeite van het vermelden waard is.’ Onzin, meende Darnton. Onzin beaamde The Economist. ‘Sociale media zijn verre van nieuw. Integendeel, ze staan in een lange traditie. Moderne digitale netwerken zijn sneller, dat wel, maar vijfhonderd jaar geleden waren media al in staat in vergaande mate bij te dragen aan revolutionaire ontwikkelingen.’

Tegen de achtergrond van deze opmerkingen verbaast het niet dat er sinds kort een hausse is in studies naar de beginjaren van het nieuws. Zo publiceerde Media History vorige maand een special onder redactie van twee Nederlandse historici, Michiel van Groesen (Leiden) en Helmer Helmers (Amsterdam). De inleiding tot deze special leest, voor wie daar gevoelig voor is, bijna als een analyse van onze tijd – maar dan anders. Zo opent hij met een opmerking over een eruptie van nieuws en vermeldt als kenmerk van de vroegmoderne samenleving dat steeds meer mensen over een steeds groter deel van de wereld over steeds meer informatie beschikten.

Gezegd met de titel van het spraakmakende boek van Ann Blair uit 2010: er was simpelweg Too Much to Know. Dit feit, aldus Groesen en Helders, ‘was a development that deeply affected various spheres of life.’ Vandaar de toenmalige vraag hoe men met al dat nieuws moest omgaan en het gebruik van een uitdrukking als ‘management of news.’ Deze was, we hebben het overigens nog steeds over de zestiende, zeventiende, achttiende en niet over onze eeuw, ‘an everyday concern for authors and readers alike, regardless of their function in the news cycle.’

Inderdaad, niets nieuws onder de zon – behalve dan misschien dat het inzicht in de toenmalige journalistiek door de eigen ervaringen verdiept wordt. Want inderdaad was het destijds, zoals tegenwoordig, helemaal niet zo eenvoudig, laat staan vanzelfsprekend welk nieuws je als nieuwsmaker wél en welk nieuws je niet als zodanig moest bestempelen en dus ‘brengen’.

De beslissing was temeer ingewikkeld omdat hij aan vele, geheel verschillende terreinen raakte en onvergelijkbare criteria betrof – inhoud, commercie en betrouwbaarheid, om er slechts drie te noemen. Nam je bijvoorbeeld te veel zacht nieuws op, dan ondermijnde je de kwaliteit van je medium. Maar deed je helemaal niet aan zacht nieuws, dan was het gevaar dat je onvoldoende verkocht. Een probleem was ook het onderscheid tussen roddel en feit. Wilde je alles verifiëren (wat vanwege moeilijk overbrugbare afstanden en lastige communicatielijnen destijds zo goed als onmogelijk was), dan was je veelal te laat. Maar verifieerde je onvoldoende, dan verloor je je betrouwbaarheid. Nogmaals, niets nieuws onder de zon maar versnelling, vergroting en daarmee nog grote complexiteit van een vanouds bekende situatie.

Hetzelfde blijkt uit een nog mooier project dan deze special van Media History: de enorme (920 p.) publicatie News Networks in Early Modern Europe die onlangs in zijn geheel, gratis downloadbaar, bij Brill verscheen en het resultaat is van een project dat tussen 2011 en 2013 liep van de Queen Mary University van Londen. Ook hier weer een begrip dat in de moderne samenleving voor de hand ligt maar een generatie geleden niet snel op het vroegmoderne nieuwssysteem toegepast zou zijn: netwerk.

‘Probably the most important transformation in the recent historiography of news is a changed understanding of the importance of geography,’ schrijven Joad Raymond en Noah Moxham in hun inleiding. ‘Studies of news media have shifted their focus away from case studies and well-defined histories towards examining transnational connections of news.’ Anders gezegd: studie naar de beginfase van het nieuws dient de enge, nationalistische bril af en een andere, meer internationaal georiënteerde bril op te zetten. Pas dan kan de geschiedenis van het fenomeen begrepen worden. Het resultaat is ernaar: maar liefst 37 essays over de meest uiteenlopende onderwerpen, met het nieuws in vroegmodern Europa als rode draad.

Huizinga zei het zo: geschiedenis is de geestelijke vorm, waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden. Met deze studies voor ogen zou je hetzelfde ook anders kunnen zeggen: geschiedschrijving is de wijze waarop een cultuur haar eigen termen en preoccupaties projecteert op het verleden en aldus naar een achtergrond voor het heden zoekt.