Micro-observaties als onderzoeksmethode

Welke methode kies je om de journalistieke praktijk te onderzoeken? De onderzoekers van J-lab gebruiken verschillende methodes. In mijn promotieonderzoek gebruik ik onder meer de methode van micro-observaties. Dat is een methode die goed past bij mijn onderzoek naar journalistieke informatieverzamelingspraktijken.

Zoekactiviteiten in kaart

Om heel precies te analyseren hoe journalisten aan hun informatie komen en welke (impliciete) keuzes ze daarbij maken, ga ik als onderzoeker ook met eigen ogen kijken wat een journalist allemaal doet tijdens een gewone werkdag op de (nieuws)redactie. Met zogenoemde micro-observaties breng ik alle zoekactiviteiten die een individuele journalist onderneemt zo precies mogelijk in kaart. Ik zit met mijn notitieblok en Parker pen zo stil en onzichtbaar mogelijk (gekleed in gedempte kleuren), naast de journalist die ik observeer. Als observator probeer ik een ‘fly-on-the-wall’ te zijn. Ik zit alleen niet op de muur, maar ongeveer een halve meter iets schuin achter hem of haar, omdat ik ook de handelingen op hun PC (‘s) wil kunnen zien. Ik noteer alle zoekactiviteiten van de journalist. De veldnotities van mijn onderzoek bevatten onder meer uitvoerige reeksen van zinnen waarin altijd een ‘werkwoord’ en een ‘bron’ voorkomen. Bijvoorbeeld: ’M. scrollt Facebook tijdlijn van Asscher’ . ‘R. vraagt collega die uit Rotterdam komt waar het natuurgebied ligt’. ‘G. leest ANP-bericht over rechtszaak’ .

Ook de doodlopende paadjes

Hoewel ik nog niet alle case studies gedaan heb, en het materiaal nog niet gecodeerd en geanalyseerd is, is al wel duidelijk dat deze methode ‘rijke data’ oplevert. Ik zie reeksen van activiteiten die goed laten zien hoe het alledaagse journalistieke researchproces werkelijk verloopt. (Dat is (daarmee loop ik vooruit op de onderzoeksresultaten) anders dan de schema’s uit de handboeken en niet altijd conform de beroepsideologie). Omdat journalistieke activiteiten het object van mijn onderzoek zijn, zijn micro-observaties een zeer passende methode. Anders dan bij (reconstructie)interviews en inhoudsanalyse waarbij informatie en bronnen in het journalistiek product uitgangspunt zijn, krijg ik zo onderzoeksmateriaal over bijna ‘alles wat journalisten doen’. Met micro-observaties kan ik alle zoekactiviteiten in kaart brengen, ook de activiteiten die journalisten in interviews niet noemen omdat ze die al weer vergeten zijn, omdat die te vanzelfsprekend zijn of omdat die niet passen binnen de beroepsnormen. Ook de doodlopende paadjes, de zoekactiviteiten die niet tot informatie voor een verhaal leiden worden zo zichtbaar. Een voorbeeld van journalistieke zoekactiviteit die anders onzichtbaar zou blijven is de veelvuldige raadpleging van collega’s voor het zoeken van feitelijke informatie (dat gaat kennelijk sneller dan Googelen).

Nieuwsetnografie & routines

In Journalism Studies is het gebruik van observaties als onderzoeksmethode niet ongebruikelijk. Klassieke nieuwsetnografieën als Gans’ Deciding what’s news’ (1979) en Tuchman’s ‘Making News’ (1978) vormen nog altijd de basis van journalistieke productiestudies. Etnografische studies zijn de laatste jaren zelfs aan een nieuwe opmars begonnen. De studie van Usher (2014) naar The New York Times is daar een mooi voorbeeld van. Recente indrukwekkende etnografische nieuwsredactie studies in Nederland zijn die van Buijs (2014) en Tameling (2015).

Bij veel etnografische newsroom studies worden processen en complexe fenomenen onderzocht. Dat gebeurde vaak vanuit het theoretisch perspectief van de journalistieke routine, vanuit de opvatting dat journalistieke handelingen binnen de context van de journalistieke organisatie en de journalistieke beroepsideologie plaatsvinden. Dat perspectief past niet zo goed bij mijn onderzoek naar journalistieke informatiepraktijken. Want hoewel ook het moderne digitale journalistieke researchproces terugkerende patronen kent, doet een al te grote nadruk op routines journalisten te kort. Dan is er te weinig oog voor de autonome werkwijze (agency) van journalisten.

Pottenkijkers

In mijn promotieonderzoek gebruik ik de methode van micro-observaties om de zoekactiviteiten van individuele journalisten te beschrijven en analyseren. Dat doe ik omdat ik denk dat je concrete alledaagse journalistieke informatieverzameling het beste onderzoekt door journalisten die aan het werk zijn te observeren bij de totstandkoming van hun (nieuws) verhalen. Deze methode van micro-observaties van journalisten wordt niet veel toegepast binnen Journalism Studies voor zover ik weet. Een inspirerend methodologisch voorbeeld is wel het onderzoek van Tom Van Hout (2011) naar de totstandkoming van een ongepland nieuwsverhaal over de overheidsfinanciering van biotechnologie. In dat onderzoek volgt hij heel minutieus (ook met screen capture technologie) het research- en schrijfproces van een Vlaamse journalist.

Het zou mooi zijn als er meer onderzoek gedaan wordt waarbij individuele journalisten in hun natuurlijke (digitale en fysieke) habitat bij hun werkzaamheden geobserveerd worden. Dat zou meer inzicht bieden in wat journalisten werkelijk doen, als empirisch tegenwicht ook tegen ideologische en theoretische speculaties over journalistieke gedragingen. Maar ondertussen begrijp ik wel waarom micro-observaties niet zo vaak gebruikt worden als methode in Journalism Studies. Allereerst zijn (kwalitatieve) observaties een zeer tijdrovende onderzoeksmethode. Die tijd is er vaak niet. Maar de methode van micro-observaties vraagt niet alleen veel tijd, maar ook intimiteit. Het is niet gering om je als journalist te laten bekijken als je gewoon aan het werk bent. De blik van een vreemde is ongemakkelijk. Journalisten staan niet zo onbevangen ten opzichte van observerende onderzoekers, waarschijnlijk omdat ze zelf ook goede ‘pottenkijkers’ zijn. Verzoeken om medewerking aan een observatie voor mijn onderzoek zijn herhaaldelijk afgehouden. Maar gelukkig lukt het mij ook om journalisten over te halen om wel mee te doen. En hoewel alle tot nu toe geobserveerde journalisten me vertellen dat ze het een indringende ervaring vonden, zeggen ze ook bijna allemaal dat het ongemak gaandeweg minder werd. De journalisten beseffen dat ze bijdragen aan een onderzoek dat niet laat zien hoe het hoort, maar hoe het werkelijk gaat bij journalistieke informatieverzameling. Dat besef geeft hen ook professionele erkenning.

foto: Jesus Kiteque