Mediatisering – wat bedoelen ze daar toch mee?

De publicatie van een nieuwe editie van het omvangrijke handboek van Knut Lundy over mediatisering én de recente verschijning van een polemisch artikel over hetzelfde onderwerp in Media, Culture & Society doet voor de zoveelste keer de vraag opkomen die, althans bij mij, al zo vaak opkwam. Mediatisering, wat bedoelen we (of ze) daar toch mee?

Voor zover ik weet werd het begrip in zijn huidige, naar media en communicatie verwijzende betekenis een jaar of twintig geleden voor het eerst in het Nederlands gebruikt, onder meer in een tijdschrift over Jenaplanonderwijs uit mei 1997. Het verwees toen naar het toenemend computergebruik. Kinderen tekenen minder vaak met de hand, aldus het betoog, zij doen het met een computer en verliezen daardoor het contact met de werkelijkheid. In dit geval verwijst mediatisering dus naar niets anders dan het gebruik van een medium. De connotatie is negatief. Dit laatste geldt ook voor de manier waarop Hans-Magnus Enzensberger het begrip gebruikte, althans in de interpretatie in een Nederlandstalig artikel uit 1994 (nr 4.) in het communistische maandblad Politiek en Cultuur. Daarin staat mediatisering voor middelmaat, onder meer teweeggebracht door media. In dit geval verwijst het dus naar de klassieke bewustzijns- en televisiekritiek in de trant van Neil Postman’s We are Amusing ourselves to Death.

Na een dergelijk aarzelend begin duurde het nog een aantal jaren tot het begrip doorbrak en zijn huidige, lastig te omschrijven betekenis(sen) kreeg. Google trends toont de toenemende populariteit. Eerst van mediatisation – met een S.

Naamloos

Daarna van hetzelfde begrip met een Z:

Naamloos.2

Het zijn grafiekjes die door Google Scholar, Worldcat en andere bronnen waaronder media-handboeken bevestigd worden. Zij laten geen andere conclusie toe dan dat mediatization sinds enkele jaren ‘hot’ is en met de duvel en z’n ouwe moer in verband wordt gebracht. Zo vind je niet alleen boeken en artikelen over de mediatisering van politiek, cultuur en samenleving maar ook van religie, toerisme, speelgoedindustrie, consumptie, milieu, oorlog en, niet te vergeten, sociale relaties.

‘On the mediation of everything,’ luidde de titel van een lezing die Sonia Livingstone enkele jaren geleden publiceerde. Daar ziet het soms inderdaad naar uit, met de bekende uitkomst tot gevolg: overvloedig gebruik van een begrip brengt het ‘containerprobleem’ met zich mee; mediatisering is alles, alles mediatisering is en een begrip verliest elke betekenis.

Dat is tot op grote hoogte ook de strekking van een artikel dat enkele maanden geleden in Media, Culture & Society verscheen – en in datzelfde tijdschrift nu dus scherp bekritiseerd wordt. In dat (eerste) artikel wordt in verband met mediatisering van een fanfare (‘bandwagon’) effect gesproken: iedereen gebruikt het begrip mediatisering omdat het ‘hot’ is; daarmee loopt het ‘t gevaar alle betekenis te verliezen.

Andreas Hepp (Bremen) en de twee anderen (Kopenhagen en Oslo) die hierop reageren, zijn hiervoor niet bevreesd. Het gesignaleerde gevaar, zo stellen zij, is veel minder groot dan beweerd. Een juiste inschatting van de huidige stand van zaken dan wel goed inzicht in het moderne ‘mediatiseringsproces’ (excusez le mot) toont echter wel dat er in de studie naar media en communicatie een paradigmawisseling plaatsvindt.

Die paradigmawisseling betreft niet de zogenoemde, ook in Nederland populaire medialogica: het feit dat media zaken naar hun hand zetten – al is zoiets onmiskenbaar vaak het geval. Nee, de ware ‘revolutie’ gaat dieper, stellen de critici, en erkent de onlosmakelijkheid van media, cultuur en samenleving. Als er bij medialogica nog sprake is van een ‘instrument’ (media) dat invloed uitoefent op de omgeving, dan erkent het onderzoek naar mediatisering dat instrument en omgeving zo vervlochten zijn dat het nauwelijks nog mogelijk is de twee uit elkaar te houden. ‘In a nutshell,’ zo schrijven zij, ‘mediatization research is not about “linear effects” but about analyzing “interrelating influences”’.

Dat klinkt niet alleen abstract, het is ook abstract. Toch is het, als je er wat langer over nadenkt, ook helder en misschien zelfs wel onmiskenbaar. Er is niet langer sprake van media hier en publiek daar of van zenden en ontvangen om het maar ’s ouderwets te zeggen. Die tijd is voorbij. ‘Therefore, the question of media and communication research cannot only be restricted to the study of ‘mediations’, for example, the ‘influence’ of ‘media coverage’,’ schrijven Hepp c.s.. ‘Instead, by focusing on “mediatization”, we must ask much more fundamentally: how are media and communications related with certain sociocultural forms and their transformation(s)? Which interrelations do we find? What consequences can we observe during these transformational processes?’

O.k. Dat begrijp ik en ervaar ik ook wel zo. Nu de volgende vraag, onderwerp voor duizend nieuwe onderzoeken: wat betekent dat, concreet. Werk aan de winkel dus.