Media als politiek instrument. Op zoek naar een theorie

Er is sinds de Arabische lente ontzettend veel, werkelijk wanhopig makend veel geschreven over de rol van media bij maatschappelijke verandering. Google Scholar geeft alleen over 2012 en onder de zoektermen media, political en protest al meer dan 18.000 hits. Steekproeven in die hoeveelheid suggereren dat het veelal om dezelfde type artikelen gaat: dezelfde vragen, toegepast op verschillende situaties. Vandaar dat in de artikelen om te beginnen de politieke gebeurtenissen worden beschreven. Die draaien altijd om een conflict. Vervolgens wordt de achtergrond van dat conflict geanalyseerd. Uiteindelijk komt de hamvraag: wat was de rol van de media? Het spreekt voor zich dat de overgrote meerderheid van de aandacht uitgaat naar moderne, sociale media en dus zaken als de zogenoemde Twitter- of Facebookrevoluties.

Het probleem van dergelijke artikelen is dat ze een theoretisch model ontberen en dus vooral nieuwe feiten en weinig nieuwe inzichten opleveren. Helaas is zo’n model ook niet gemakkelijk te vinden of is, als het gevonden wordt, dermate abstract dat het weinig verder helpt.

In een recent artikel (16 januari 2013) in The International Journal of Press/Politics (IJPP) proberen de Israëlische onderzoekers Gadi Wolfsfeld, Elad Segev en Tamir Sheafer orde in de chaos te brengen. Dat doen zij grotendeels aan de hand van de theorieën van eerstgenoemde – die overigens deze maand met pensioen ging.

Wolfsfeld heeft in de afgelopen vijftien jaar een aantal studies gepubliceerd waarin hij nadrukkelijk een – wat hij noemt – ‘political contest model’ verkondigt. Hoewel dit model tot op heden uitsluitend op de traditionele media is toegepast, geldt het volgens hem ook voor de moderne media. Het berust op twee principes:

  1. One cannot understand the role of social media in collective action without first taking into account the political environment in which they operate. Dit principe betreft vooral twee noties. Om te beginnen de toegang die men heeft tot (sociale) media. Die toegang is afhankelijk van tal van maatschappelijke en politieke factoren. En twee, de bereidheid van mensen om de straat op te gaan. Deze twee noties bergen een paradox in zich. Over het algemeen hebben de rijkeren meer beschikking over (nieuwe) media dan de armeren maar zijn minder snel geneigd tot protest.
  2. A significant increase in the use of the new media is much more likely to follow a significant amount of protest activity than to precede it. Deze gedachte is onderdeel van een algemenere, wat Wolfsfeld het ‘politics-media-politics (PMP) principle’ noemt. ‘This principle states that the role of the media in a political process is best seen as a cycle in which changes in the political environment lead to changes in media performance, which leads to further political changes in the political environ­ment.’

In genoemd artikel passen de drie onderzoekers beide principes toe op een groot aantal data met betrekking tot de recente protesten in Arabische wereld en – niet verwonderlijk wellicht – zien hun uitgangspunten bevestigd. Zo constateren zij een negatieve relatie tussen protest en sociale media-penetratie, dat wil zeggen dat er meer protest was op plekken waar de media-penetratie het laagst was. Ook constateren zij dat de aandacht voor media toenam nadat het protest begonnen was. Dit laatste wordt onder meer geïllustreerd door het feit dat het aantal facebook-registraties onmiskenbaar groeide nadat de revolutie uitgebroken was.

Het is wellicht weinig opzienbarend maar het is iets – en in ieder geval een manier om een begin te maken met de opeenhoping van meer en steeds meer data over de rol van media bij politieke protesten.

wordt vervolgd.

Auteurs