Hoe nu verder met de lokale omroep?

‘Stekker uit nieuwssite HalloHeusden’ kopte De Stem op 3 september j.l. en vertelde dat het bestuur van de bijna negen jaar bestaande lokale omroep geen andere mogelijkheid zag dan het bijltje erbij neerleggen. Zo gebeurde. Op dit moment bestaat de website van de omroep alleen nog uit een verontrustend plaatje.
Pijnlijk zou je zeggen maar nog pijnlijker werd het toen dezelfde krant vier dagen later meedeelde dat het zonder ingrijpende maatregelen binnenkort ‘einde verhaal’ was voor de andere lokale omroep van Heusden, HTR.

De afgelopen jaren kon HTR… redelijk uit te voeten. Maar dat blijkt vooral te danken aan HTR-voorzitter Ad Kraamer, die via zijn bedrijf Ad Kraamer Music BV (AKM) een groot deel van de kosten sponsorde. Onder meer uren, apparatuur en alle investeringen. Daar stopt hij nu mee. ,,Na vijftien tot twintig jaar houdt het een keer op om er privégeld in te steken. Daarnaast heb ik niet het eeuwige leven.” Kraamer spreekt van een zorgelijke situatie voor HTR. ,,Zo kan het niet verder.”

Het zijn twee berichten uit talloze. Wie op LexisNexis “lokale omroep” intikt en door de berichten van afgelopen weken scrollt, vindt steeds hetzelfde. In koppen:

  • Lokale omroep Hellendoorn zamelt geld in via crowdfunding-actie
  • Regio8 [Achterhoek] wil niet langer de hand op houden bij de gemeenten
  • Omroep [Meerssen] wanhopig op zoek naar nieuwe locatie

Enzovoort. Dat het rommelt in de Nederlandse omroepwereld kan alleen mensen ontgaan die onder een steen leven. Anderen zullen op z’n minst iets meegekregen hebben van het vele dat daarover in afgelopen maanden en weken gepubliceerd, geschreven, gedebatteerd, geïnventariseerd en geadviseerd is.

Vele publicaties

Onder de vele publicaties e.d. van afgelopen tijd over omroepbeleid bevindt zich ook heel wat over lokale, regionale en streekomroepen. Het belangrijkste daarvan is:

De uitkomst van dat debat verplichtte zo goed als alle partijen tot een reactie. Het voert te ver alle ins&outs van genoemde overleggen en schrijfsels uit de doeken te doen. Beter is het iets te zeggen over de stand van zaken dan wel over de bestaande problemen, dilemma’s en voorgestelde oplossingen. Dat alleen al zijn er zoveel en die zijn vaak zo ingewikkeld dat het regelmatig moeite kost door de bomen het bos te zien.

Rol&functie

Hoewel rol en functie van de lokale omroep in de discussie veelal terloops ter sprake komen, vormen zij wel de kern van de zaak. Over deze kern zijn zo goed als alle partijen het ook eens – vermoedelijk het enige onderwerp in deze waarvoor dat geldt. Om het te zeggen in de woorden van de Raad voor Cultuur, in voornoemd rapport van 3 september j.l.

Goede lokale journalistiek dient alle burgers én het lokale bestuur over grote en kleine maatschappelijke en politieke thema’s en onderwerpen (signalerende en agenderende functie) te informeren. Zij controleert het lokale bestuur (waakhondfunctie) en draagt bij aan een gemeenschappelijke lokale identiteit (verbindende functie tussen de verschillende groepen binnen de lokale gemeenschap). Lokale publieke omroepen moeten daarbij, als onderdeel van de lokale media-infrastructuur een belangrijke rol spelen.

Hoewel de formuleringen verschillen, is er niemand die hier anders over denkt: lokale journalistiek is onontbeerlijk voor de democratie en dus moet zij, wil de democratie voortbestaan, gekoesterd worden. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Poen

Vervolgens gaat het gesprek steeds weer over geld. Daarover bestaat minder overeenstemming. Probleem nr. 1 en 2 is dat lokale omroepen betaald worden uit de gemeentepot en wel € 1,28 per huishouden. Dat klinkt niet alleen als weinig, het is ook weinig en betekent voor een dorp, stad of gemeente met 50.000 inwoners net iets meer dan 28.000 euro, dat is 500 euro per week. En daarvan moet dan behuizing, apparatuur, gas, water e.d. en onkosten betaald worden – ervan uitgaande dat al het werk door vrijwilligers wordt verricht. Het is eenvoudig te bedenken dat zoiets onmogelijk is. En dus is de eerste boodschap van alle lokale omroepen: meer geld.

Vervolgens is de vraag waar dat geld vandaan moet komen. Op dit moment is het zo dat het uit de gemeentepot komt, van dezelfde partij dus die door de media gecontroleerd moet worden. Gezien de veronderstelde democratische taak en waakhondfunctie van de lokale media is dat vanzelfsprekend een idiotie want, zoals het spreekwoord zegt, wiens brood men eet, diens woord men spreekt. En dat laatste is nu net niet de bedoeling. Geen wonder dat men, zie opnieuw genoemd advies van de Raad voor cultuur, hieraan een eind wil maken. De bekostiging zou rechtstreeks uit Den Haag moeten komen.

Den Haag ziet de bui al hangen en zet mede om die reden in op andere manieren om tot goede lokale journalistiek te komen. De belangrijkste daarvan is samenwerking, grotere efficiëntie dus. Zie hierover de laatste paragraaf van de ministeriële visie van 14 juni j.l.

  • NPO 3 zou omgevormd moeten worden tot een kanaal voor regionale journalistiek;
  • regionale en lokale omroepen moeten (beter) samenwerken
  • en lokale omroepen zouden zich aaneen moeten sluiten tot streekomroepen.

Samenwerking, samenwerking, samenwerking dus, nationaal, provinciaal, regionaal en lokaal. Het is moeilijk je aan de indruk te onttrekken dat het pleidooi voor zoveel integratie tevens een eufemisme is voor bezuiniging – of op zijn minst voor niet meer geld. Maar  geen (ministerieel) mens die dat met zoveel woorden zegt.

Samenwerking

Samenwerking dus. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn immers talloze bezwaren – om de moeilijkheden van een verandering van bestaande en vaak tientallen jaren oude vormen nog niet te noemen.

Een van de belangrijkste bezwaren is dat landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal nieuws elk zijn eigen thematiek en eigen publiek heeft. Stel dat NPO 3 regionaal nieuws zou uitzenden. Stel dat dit nieuws een gebeurtenis of ontwikkeling in Friesland betreft. Waarom zou daarvoor in Limburg belangstelling bestaan? Omdat we één gemeenschap vormen, zou het antwoord kunnen luiden, we volgen toch ook allemaal internationaal nieuws. Klopt maar we volgen veelal alleen het internationale nieuws dat ons aangaat.

Hetzelfde speelt op regionaal en lokaal niveau. Op dit moment is er nogal wat te doen rond de samenwerking tussen Weeff, de streekomroep van West-Friesland (Hoorn, Enkhuizen, Medemblik) en NH Nieuws. Een van de achtergronden van de beroering is dat de website van weeff.nl sinds kort automatisch doorlinkt naar nh.nieuws.nl/west-friesland en dat ondermeer via Google gevonden extensies van weeff.nl een error geven. Betekent dit het einde van Weeff? Nee zeggen betrokken partijen. Betekent dit het einde van een regionale journalistieke identiteit? Opnieuw luidt het antwoord nee, volgens betrokken partijen ofwel degenen die de integratie bewerkstelligd hebben althans. Ondertussen zijn er wel vrijwilligers uit onvrede opgestapt en zijn er in het College van Medemblik vragen gesteld. Want West-Friesland is niet Noord-Holland. Toch?

Er zijn wel meer kanttekeningen bij samenwerking te plaatsen. Want het is niet alleen dat het nieuws van de ene plek voor de andere veelal niet interessant is, het is ook nog eens zo dat er grote culturele verschillen tussen de ene en de andere maker zijn of kunnen zijn. Zoals Hoorn Enkhuizen niet is, zo is de redactie van NH anders dan die van Weeff – en dat niet alleen wat betreft cultuur, oriëntatie en perspectief, dat ook wat betreft professionaliteit, uitrusting en instelling. Het is verre van eenvoudig een en ander te integreren. Misschien kan het niet anders, misschien is samenwerking de enige manier om de lokale journalistiek te redden maar toch: de toekomst zal uitwijzen dat al die samenwerkingen gemakkelijker gezegd zijn dan gedaan.

Kanalen

Er speelt nog veel meer. Zo zenden de meeste lokale omroepen op dit moment nog uit via de traditionele kanalen – radio, tv en sinds geruime tijd vanzelfsprekend ook via internet. Het is de vraag of niet verstandiger (en goedkoper) is de twee als eerste genoemde en traditionele kanalen op te geven en geheel via internet openbaar te gaan. Het eerste advies van de Raad voor Cultuur ging dan ook in deze richting. Zij schreef:

Ten eerste constateren wij dat het voor lokale omroepen erg kostbaar is om uit te zenden via radio en tv en online. Dit is niet duurzaam werkbaar, zeker niet in het licht van de schaal waarop die omroepen nu acteren. Daarom adviseren wij om de wettelijke mogelijkheid te creëren dat lokale omroepen zelf bepalen welke kanalen zij gebruiken voor uitzending.

Maar al zijn er geen cijfers bekend van het aantal mensen dat lokale media volgt, de indruk is dat het vaak een ouder publiek is en dat is juist niet het publiek dat de media via internet volgt. Een dilemma dus.

Politieke debatten

Op 11 september j.l. werd in Den Haag eerst over de Visiebrief van Slob en, zoals hierboven al vermeld, vervolgens apart over lokale, regionale en streekomroepen vergaderd. In laatstgenoemde vergadering werd veel gezegd maar ook besloten om met betrekking tot de samenwerking van verschillende omroepen nog even de rapporten van enkele verkenners af te wachten. In de woorden van de NLPO:

De kamerleden spraken met minister Slob van Media over zijn plannen om te starten met pilots voor streekomroepen en pilots voor de samenwerking van lokale omroepen met regionale omroepen… De minister heeft verder gezegd dat het half oktober duidelijk moet zijn hoe de regeling voor de pilot streekomroepen eruit moet zien, en dat de regeling nog in november van dit jaar van start kan.

Be continued dus. De lokale omroep blijft nog wel even een zorgenkind.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *