Koninginnedag (PS): De andere kant van kritiek

 

How Beautiful It Is and How Easily It Can Be Broken. Aldus de magistrale titel van een essaybundel die Daniel Mendelsohn in 2008 publiceerde. Mendelsohn is bekend – en berucht – vanwege de recensies die hij onder meer schreef voor The New York Review of Books en The New Yorker. Onderwerpen: de Titanic, Mad Men en Avatar, om er maar een paar van talloze te noemen.

Aan Mendelsohn is een artikel apart te wijden. Beter is het om hem te lezen (zie bijvoorbeeld de links hierboven). Maar nu gaat het mij om dat ene zinnetje waarmee hij natuurlijk niet per ongeluk zijn boek betitelde: hoe mooi het is en hoe gemakkelijk het gebroken kan worden. Ik moest er gisteren aan denken toen ik mijn blog schreef over Koninginnedag en de wijze waarop deze door de NOS ‘verslagen’ werd.

Niet zozeer omdat de NOS iets kapot maakte, dinsdag. Verre van: het was vooral allemaal heel gezellig en dat was precies een punt van kritiek bij mij, en bij anderen, waaronder Jean-Pierre Geelen. Je verwachting is dat de NOS journalistiek levert, en wat je krijgt is entertainment. Of OK, laten we het houden op infotainment.

Dat is dus waar kritiek om draait. Je hebt een bepaalde verwachting, een norm, of een ideaal. En je beoordeelt in hoeverre iets daaraan voldoet, of dit nu een boek is, een film of een dvd-box. Of een tv-uitzending. Hierbij is het de kunst om kritisch te zijn. Ofwel, zoals Mendelsohn het in zijn essaybundel schreef, ‘onderscheid te maken tussen wat cruciaal is en wat triviaal en om onze prioriteiten te onthullen, de meest rigoureuze criteria toe te passen en dingen te beoordelen’.

Maar wat je daarbij al snel vergeet, is hoe mooi iets niettemin kan wezen, en hoe makkelijk het kan worden ‘gebroken’. En: hoeveel energie, hoeveel talent en hoeveel liefde erin is gestopt. Dit is de grote valkuil voor critici, en in elk geval de reden dat ze vaak gehaat worden door hun ‘objecten’: degenen die ze recenseren, en bekritiseren. Zo word je dus, als je niet uitkijkt, een ‘slechte’ criticus.

Het lijkt mij geen fraai lot. Daarom zou ik graag – zonder sarcasme en op het gevaar af van onuitstaanbare braafheid – alsnog mijn respect willen uitspreken voor de monumentale prestatie die de NOS dinsdag heeft geleverd. Voor de presentatoren, die zowel betrokkenheid als journalistieke afstand toonden. Voor verslaggevers als Kysia Hekster, die mooi doorvroeg naar het ‘waarom’ van de ontroering die mensen toonden,  waar anderen vaak met de traan volstaan in hun journalistieke jacht naar emotie. En voor studiogasten als Daniela Hooghiemstra die middenin de feestvreugde afstand durfde te nemen van diezelfde ontroering.

Hoezeer mediatisering en medialogica ook toesloegen, hoe voorspelbaar en amechtig ze veel verslaggeving ook maakten, op een dag als deze is er ook altijd heel veel dat beter gemaakt en opgemerkt dan gebroken kan worden.

PS. Ben ik de enige die in ‘abdicatie’ alsmaar ‘applicatie’ meende te herkennen? Teken des tijds…

 

 

Auteurs