Kennis-update #9: Hoe individuele (cognitieve) kenmerken het consumeren van informatievisualisaties beinvloedt

Hoe individuele (cognitieve) kenmerken het consumeren van informatievisualisaties beinvloedt

Studietitel: Individual User Characteristics and Information Visualization: Connecting the Dots through Eye Tracking
Onderzoekers: Dereck Toker, Christina Conati, Ben Steichen, & Giuseppe Carenini (University of British Columbia)
Publicatie: CHI ’13 Proceedings of the SIGCHI Conference on Human Factors in Computing Systems, 2013

Hoe lezers informatievisualisaties consumeren hangt veelal af van hun cognitieve vermogen (in hoeverre ze daadwerkelijk in staat zijn om grafieken te lezen en interpreteren). De onderzoekers van de University of British Columbia (Canada) hebben dit onderzocht en hebben gekeken naar de relatie tussen iemands cognitieve vermogen, ervaring met het lezen van informatievisualisaties en hun interpretatie van informatievisualisaties. Middels eye-tracking zijn 35 19- tot 35-jarigen onderzocht tijdens het consumeren van twee typen visualisaties: een staafdiagram en een radardiagram (zie voorbeelden hieronder).

Grafieken_Toker_ea

Uit het onderzoek blijkt dat mensen die de grafieken snel konden lezen en juist konden interpreteren (bijvoorbeeld door snel correcte antwoorden te geven op vragen waarbij ze de grafieken moesten aflezen, zoals “in hoeveel klassen scoort Maria onder het klasgemiddelde”) waren tevens minder lang gefixeerd op de visualisaties. Dit houdt in dat zij ook tevens beter in staat waren om de grafieken snel te scannen. Daarnaast hadden zij ook minder vaak de legenda nodig om de grafieken te lezen. Dit betekent bijvoorbeeld dat gebruikers die minder goed in staat zijn om grafieken snel te lezen, meer tijd nodig hebben om legenda’s te interpreteren en toe te passen.

Het blijft onduidelijk wat de invloed is van ervaren ‘grafiekconsumenten’ op hun interpretatie(snelheid). Het onderzoek toont wel een relatie, maar deze relatie is niet significant (er is nog een kans dat de resultaten op toeval berusten). De richting die de relatie op wijst, is dat iemand met ervaring met staafdiagrammen, langer de tijd neemt om bijvoorbeeld de aslabels te lezen. Personen die ervaring hebben met radardiagrammen lijken daarentegen juist minder lang te kijken naar de legenda’s. Verder onderzoek moet dus uitwijzen of deze resultaten niet op toeval zijn berust.

Concluderend kunnen we stellen dat het voor het ontwerpen van informatievisualisaties belangrijk is om het design af te stemmen op de doelgroep. Als het bestemd is voor lezers die cognitief minder goed in staat zijn om grafieken snel te lezen (bijvoorbeeld ouderen of mensen met concentratieproblemen), dan is het belangrijk om sowieso een duidelijke legenda te hebben, maar ook om ze te helpen met het aflezen van deze legenda (bijvoorbeeld door een zekere routing aan te brengen in het aflezen van grafieken). Dit is vooral van belang wanneer het een grafiek betreft die moeilijker is te interpreteren.

 

 

Auteurs