“Studenten journalistiek moeten meer in de praktijk leren”

In het tweede of derde jaar begint voor veel studenten het echte werk: stage lopen op een redactie of bij een mediabedrijf. Een spannende en leerzame tijd. De vier HBO scholen journalistiek zijn praktijkgerichte opleidingen en vereisen 1 of meer stageperiodes tijdens de opleiding. Maar in hoeverre zijn de studenten journalistiek genoeg geëquipeerd om mee te draaien op een redactie? Geven de opleidingen genoeg bagage mee, zodat studenten de echte wereld kunnen betreden?

De school voor journalistiek in Utrecht zit niet stil en is druk bezig met het verbeteren van het huidige curriculum om beter aan te sluiten op de huidige beroepspraktijk. Het lectoraat crossmedia journalistiek heeft daarom onderzocht hoe praktijkbegeleiders stagiaires beoordelen. Ook is er ingegaan op het huidige stagemodel om daar mogelijke verbeteringen in te maken. Er zijn in totaal 335 stageformulieren – ingevuld door praktijkbegeleiders – geanalyseerd en 12 interviews gehouden met praktijkbegeleiders.

Oude en nieuwe vaardigheden

Uiteraard worden van studenten nieuwe vaardigheden verwacht, zoals ondernemerschap, online verhalen vertellen, social media research, online marketing en out-of-the box en creatief denken. Maar het is opvallend dat veel praktijkbegeleiders in dit snelle digitale tijdperk ook veel nadruk leggen op de basis journalistieke vaardigheden. Veel studenten missen niet alleen taalvaardigheden, maar hebben ook moeite om in een aantrekkelijke schrijfstijl te schrijven, journalistieke onderwerpen en invalshoeken te bedenken en voice-overs te schrijven. Researchen en verbanden leggen, vooral met strakke deadlines vinden studenten ook heel lastig. (Grafiek geeft aan waar stage-begeleiders verbeteringen zouden willen zien.)

stage onderzoek

Tot slot, hameren veel praktijkbegeleiders niet alleen op het beheersen van bepaalde vaardigheden, maar ook op een kritische en reflectieve attitude. “Daar begint het mee, met de juiste attitude: iemand die kritische vragen kan stellen, die geen genoegen neemt met een antwoord, nieuwsgierig is en er voor wil gaan”. Studenten moeten ook kunnen reflecteren op hun eigen werk, feedback kunnen geven en ontvangen en een teamspeler zijn.

Kortom, van de journalist in spe wordt veel verwacht. En het antwoord van veel praktijkbegeleiders is dat studenten “meer in de praktijk moeten oefenen”. Maar hoe?

Stagemodellen

De vier scholen journalistiek hanteren verschillende stagemodellen. In Tilburg lopen ze in het tweede en vierde jaar 3 maanden stage, in Ede lopen ze in het tweede jaar 2 maanden stage en in het vierde jaar 2 keer 3 maanden stage. Windesheim is van twee stages van 3 maanden naar een lange stage van 5 maanden gegaan en in Utrecht lopen studenten twee stages van 3 maanden in het derde en vierde jaar.

Uit dit onderzoek blijkt dat de meningen onder de praktijkbegeleiders verdeeld zijn over het stagemodel in Utrecht. Terwijl veel regionale dagbladen pleiten voor het behouden van twee korte stages, zodat studenten zo veel mogelijk kunnen oefenen, op verschillende plekken kunnen meelopen en natuurlijk genoeg kopij kunnen maken, hebben tijdschriften en een aantal omroepen de voorkeur voor langere stageperiodes. “Na drie maanden hebben studenten eindelijk door hoe het moet en dan stopt het”. De meerderheid is het er wel over eens dat stagiaires die nog in de onderbouw zitten nog niet rijp zijn om stage te lopen. “Ze zijn nog te jong en te bleu”.

Met welk model we in Utrecht uiteindelijk door zullen gaan is nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat we moeten werken aan de huidige gemiste vaardigheden, en niet alleen in het klaslokaal maar zo echt mogelijk. Want een eerste kennismaking met de praktijk in het derde jaar is te laat.

The Teaching hospital’ in Utrecht

Er zijn wel al stappen gezet en er wordt geëxperimenteerd om de basisvaardigheden te verbeteren en nieuwe vaardigheden aan te leren, samen met en in de praktijk. Zo is Marco van Kerkhoven met een paar studenten aan de slag gegaan met de pop-up newsroom, waar studenten verslag doen van een evenement via de mobiel en sociale media. De focus ligt op nieuwe online vaardigheden en het werken met strakke deadlines. Chris van de Heijden werkt samen met studenten en de Groene Amsterdammer aan onderzoeksverhalen en het lectoraat crossmedia journalistiek doet steeds vaker praktijkgericht onderzoek samen met studenten om de kritische en reflectieve attitude te verscherpen.

De collega’s van de opleiding Communication & Media Design organiseren geregeld pressure cookers of battles waar studenten werken aan innovatieve communicatie oplossingen voor de praktijk. De SvJ inventariseert nu mogelijke samenwerkingen met deze opleiding.

In Utrecht proberen we langzaam een teaching hospital op te starten wat Eric Newton voor ogen had. Het draait daar om nauwe samenwerking tussen studenten, onderzoekers en journalisten om zowel journalistieke als onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen ten behoeve van de student en de beroepspraktijk. Echter, we moeten nu van ad hoc en soms eenmalige projectjes op zoek naar samenwerkingen met een duurzame karakter met een structurele plek in de opleiding .

teaching hospital utrecht

 

10 opmerkingen

  • Alexander Pleijter

    Yael, nuttig onderzoek! Maar wat betekent de grafiek precies? Wat geeft de lengte van de balken aan? Dat studenten die vaardigheden goed beheersen? Of juist niet goed beheersen? Of hoe belangrijke stageverleners die vaardigheden vinden? Dat is me niet duidelijk.

  • Is nu uitgelegd boven de grafiek, het gaat om de punten die verbetering verdienen volgens de stageverleners.

  • Maarten Corten

    Verbeterpunten als indicator voor gevraagde competenties vormen een interessante insteek, al is de interpretatie van deze resultaten niet zonder gevaar, lijkt me. Immers, een competentie die niet als verbeterpunt wordt aangestipt, kan evengoed zeer belangrijk bevonden worden, evenwel zonder dat ze als problematisch wordt ervaren.

    Een bijkomende vraag: hoe wordt beslist welke competentie een ‘nieuwe’ vaardigheid is? Waarom vb. creativiteit als nieuwe vaardigheid wordt geklasseerd, is mij niet helemaal duidelijk.

    • Creatieve onderwerpen en invalshoeken bedenken en op een creatieve manier verhalen schrijven is inderdaad niet nieuw. Dat valt onder kopje ‘eigen ideeen en invalshoeken bedenken’. Onder het kopje ‘creativiteit’ verwacht men dat studenten op een andere manier denken, met innovatieve en creatieve ideeen en oplossingen komen, ‘out-of-the box’ denken.

  • Marieke Schilp

    Is ook bekend hoe de praktijkbegeleiders de waarde van die vaardigheden zelf inschatten? Misschien worden ‘doelgroepdenken’ of ‘online vaardigheden’ minder genoemd omdat de praktijbegeleider er zelf ook niet zo mee bezig is?

    • @Marieke: Er zijn niet veel verschillen tussen de praktijkbegeleiders. Kranten, tijdschriften, omroepen, online: ze willen studenten die kritisch zijn, goed kunnen researchen, taalvaardig zijn en een nieuwsgierige houding hebben. Online vaardigheden zijn belangrijk, hoewel tijdschriften daar meer de nadruk op lijken te leggen.

  • Yolan Witterholt

    Als een onderzoek concludeert dat studenten toch gewoon het meeste leren in de praktijk en dat praktijkmomenten veel waardevoller zijn dan schoolmomenten, kun je je gaan afvragen of we onszelf dan niet beter kunnen opheffen en terug moeten naar de leerling-journalist op de werkvloer. Ware het niet dat die werkvloer leegloopt.

    “Na drie maanden hebben studenten eindelijk door hoe het moet, en dan stopt het”, is de klacht die ik ook vaak hoor bij de tijdschriften waar ik stagiairs begeleid. Dat lijkt me eigenlijk de bedoeling van een stage, dat studenten leren hoe het moet. Het is niet in het directe belang van de student als hij dat kunstje vervolgens nog maandenlang moet vertonen tijdens zijn studie, steeds vaker in een noodgedwongen ‘verlengde stage’. Wel in het belang van de stageverlener, dat snap ik.

    Ik mis in het verhaal hierboven de 8 weken freelance die de Utrechtse studenten tegenwoordig in de praktijk doorbrengen (in jaar 3). Zelf beschouwen ze dat ook als een soort stage, zeggen ze na afloop vaak. We leggen daarbij de nadruk op contact leggen met opdrachtgevers, binnen zien te komen, onderhandelen over betalingen en voorwaarden, zorgen dat je een goede briefing krijgt, en een afronding naar ieders tevredenheid. En op (veel) uren maken. Het niveau van de opdrachten hoeft bij dit derdejaars vak nog niet heel hoog te zijn en daarom denk ik dat we er ook al in het tweede jaar mee zouden kunnen beginnen. Met veel vakken waar we redacties simuleren en twee stages op een redactie bereiden we ze nu sowieso te veel voor op vaste redactiebanen die er niet zijn.

    Dat er in de praktijk geklaagd wordt over het gebrek aan schrijfvaardigheid, verbaast me niet. Door de focus op crossmedialiteit en meteen al veel aandacht voor radio en tv in jaar 1 en 2 is de opleiding vermoedelijk een heel stuk leuker geworden, maar houden we wel veel minder tijd over voor schrijfonderwijs. Ook daarom zou het goed zijn als studenten al eerder in de opleiding gaan freelancen dan nu, want zodra ze ‘in het echt’ schrijven, en van echte eindredacteuren commentaar krijgen, hechten ze veel meer belang aan de kwaliteit van hun schrijfsels. Zien we bij het vak Freelance.

    • @Yolan: ik ben het zeker met je eens dat we goed moeten kijken hoe we studenten beter kunnen voorbereiden op het freelancen, wellicht al in de onderbouw.

  • Erik van Schaik

    Taalbeheersing blijft een punt van aandacht voor de opleidingen, blijkt wel weer. Ook Windesheim geeft creatief schrijven en storytelling meer ruimte en invulling in het vernieuwde curriculum. Ter aanvulling voor w.b. de stages: onze studenten kunnen na hun 5-maandsstage in het derde jaar, kiezen voor een tweede 3- of 5-maandsstage in het vierde jaar. Aansluitend maken ze hun afstudeerproductie in samenwerking met en voor de beroepspraktijk.

  • Yolan Witterholt

    Dus @Erik, ze maken hun afstudeerproductie altijd voor hun stageadres? Of begrijp ik dat verkeerd?