J-lab start nieuw tweejarig onderzoek naar het gebruik van geautomatiseerde tools door journalisten

Een van de grote problemen van de huidige journalist is de overdosis aan informatie. Terwijl nieuwsmakers voorheen met hun informanten in gesprek gingen en een overzichtelijke hoeveelheid (papieren) documenten doorspitten, is het tegenwoordig onmogelijk op alle beschikbare informatie zicht te houden. Software tools, die zoek- en selectieprocessen automatiseren, kunnen het zoekproces vergemakkelijken. ‘De snelheid en hoeveelheid van het nieuws maken het steeds noodzakelijker om algoritmes in te zetten om verhalen te vinden én verifiëren,’ aldus het Reuters Institute for the Study of Journalism (Newman,2019).

In afgelopen jaren zijn er ten behoeve van het journalistieke research-, redactie- en verificatieproces inderdaad steeds meer digitale, geautomatiseerde en zelflerende ofwel zogenoemde AI (artificial intelligence) tools op de markt verschenen. Zo begeeft Google zich steeds meer op de journalistieke markt en biedt verschillende AI-tools aan voor het ordenen, selecteren en verifiëren van informatie.

Hoewel AI-tools en zoekmachines daarin efficiënt zijn, zijn ze verre van objectief (Trielli & Diakopoulus, 2019). Deze tools ordenen informatie aan de hand van gebruikerspopulariteit. Uit onderzoek (Tylor, 2015) is bovendien bekend dat informatie die hoger op de lijst van een zoekpagina staat veelal als relevanter en betrouwbaarder wordt gezien. Hiermee spelen zoekmachines een cruciale rol in het informatieproces.

Terwijl Artificial Intelligence veelal als neutraal wordt voorgesteld, klinken in het publieke en politieke debat steeds vaker zorgen over haar subjectiviteit, in het bijzonder over de subjectiviteit van de algoritmes die deze AI sturen (European Commission, 2018). Ook is de werking van algoritmische systemen vaak ‘black-boxed’: ondoorzichtig. Een gebruiker weet wat hij invoert en ziet wat er vervolgens uitkomt maar heeft geen zicht op de geautomatiseerde tussenstappen die door hightech conglomeraten als Google, Apple, Facebook en Amazon in het systeem zijn ingevoerd. Daardoor is dat systeem niet inzichtelijk (Van Dijck, 2013).

Het feit dat algoritmes niet neutraal zijn, vraagt om een onderzoek naar de inzet van geautomatiseerde tools in de journalistiek.

Onderzoekssubsidie Raak-Publiek

Het lectoraat gaat de komende twee jaar onderzoek doen naar het gebruik van geautomatiseerde tools in de journalistiek. Er is een subsidie gehonoreerd door Raak-Publiek, een onderdeel van NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek), die zich richt op het bevorderen van kennisontwikkeling- en toepassing om zo bij te dragen aan de vernieuwing in de beroepspraktijk. Dit onderzoek gaan we uitvoeren met een consortium van zowel praktijk- als kennisorganisaties: NOS, Ombudsman publieke omroepen, Westlandse Omroep Stichting (WOS), Instituut Beeld en Geluid, European Broadcasting Union (EBU), Fontys Hogeschool, Universiteit van Amsterdam en Universiteit van Wenen.

Doel van het onderzoek is om na te gaan op welke wijze journalisten bij de selectie en verificatie van informatie beïnvloed worden door algoritmes.

Drie deelonderzoeken

Om antwoord te kunnen geven op deze vraag bestaat het onderzoek uit drie onderdelen:

  1. Eerst gaan we na in hoeverre geautomatiseerde tools worden gebruikt in het dagelijkse researchproces en in hoeverre journalisten op de hoogte zijn van het gebruik en de werking van dergelijke tools. Om dit nader te onderzoeken gaan we interviews houden met journalisten, werkzaam bij een diversiteit aan journalistieke organisaties, en een tiental dataexperts. Zo krijgen we een goed beeld van het gebruik van AI-tools bij Nederlandse journalistieke organisaties. Het gebruik van algoritmes in het researchproces gebeurt vaak impliciet en soms onbewust. De resultaten van de interviews geven ons meer inzicht in hoeverre journalisten AI-tools gebruiken, welke tools ze gebruiken en of ze zich bewust zijn van de werking ervan. Met deze resultaten kunnen we een gerichte enquête uitzetten onder Nederlandse journalisten om een compleet beeld te krijgen van het gebruik van en de kennis over journalistieke AI-tools in de Nederlandse journalistiek.
  2. Vervolgens willen we nagaan welke invloed het gebruik van geautomatiseerde tools heeft op de diversiteit en betrouwbaarheid van journalistieke informatie. Er is veel discussie over de mogelijke sturing door algoritmes. Tegelijkertijd is het de vraag in hoeverre het gebruik van geautomatiseerde tools door journalisten daadwerkelijk invloed heeft op het journalistiek eindproduct. We zullen op redacties online observaties doen van de wijze waarop journalisten informatie selecteren en verifiëren. Nadat de zoek- en verificatiestrategieën zijn onderzocht, wordt het journalistieke eindproduct systematisch geëvalueerd en wordt geanalyseerd of de informatie die is gevonden ook wordt gebruikt én geverifieerd. Tot slot, is het van cruciaal belang om inzicht te krijgen in de impact van deze tools. In een effectstudie met een survey experiment zullen we onderzoeken welke informatie die verkregen is met AI-tools relevant is (en dus gebruikt wordt in een journalistieke productie) en betrouwbaar wordt gevonden.
  3. In het laatste deelonderzoek wordt toegewerkt naar de implementatie van de ontwikkelde inzichten in de vorm van een prototype (toolkit) dat journalisten moet ondersteunen in het bewuster inzetten van automatische tools in het journalistieke proces. De ambitie is om een toolkit te ontwikkelen die helpt om gerichte en verantwoorde keuzes te maken bij het gebruiken van automatische tools in de journalistiek.

Onderzoeker gezocht

We starten in maart met dit onderzoek en zijn nog op zoek naar een onderzoeker die een bijdrage wil leveren aan dit onderzoek. Binnenkort komt een vacature op www.hu.nl.

 

Auteurs

4 opmerkingen