Informatie zoeken die je al gevonden had: een onderschatte fase van het journalistieke researchproces

Informatie terugvinden is soms lastiger dan informatie vinden. De kern van goede journalistieke research is om de informatie te vinden die je zoekt. Maar als je niet meer weet waar je de informatie die je vond opgeslagen hebt, en dat gebeurt als je haast hebt best vaak, is het een hele kunst om die informatie weer terug te vinden. Dubbelzoeken komt vaker voor dan je denkt.

Het terugvinden van informatie is behalve lastig, ook ergerlijk. Je weet immers zeker dat je ergens iets over het onderwerp las, maar waar ook al weer? Je weet zeker dat je al eerder over iets soortgelijks schreef, maar waar heb je dat document in hemelsnaam gelaten? Zo besteed je veel meer tijd dan je lief is aan het zoeken naar informatie die je al gevonden had. De retrieval van informatie, zo noemen informatiespecialisten dat, is een zwaar onderschatte fase van het journalistieke researchproces.

Site commando & CTRL-H

Als je weet in welke publicatie je iets las, is terugvinden niet al te lastig. Een nieuwsbericht of achtergrondverhaal van de landelijke media vind je met het site commando en een goed (specifiek) zoekwoord gemakkelijk terug via Google (bv. site:Volkskrant.nl ‘Bas van Hout’). Iets omslachtiger, maar vaak efficiënter voor stukken die je langer geleden las, is terugzoeken in Nexis Uni (tot voor kort heette dat LexisNexis).

Als je niet meer weet op welke sites je bepaalde berichten of informatie las, wordt terugvinden minder makkelijk en ben je meer tijd kwijt. De eerste optie is om door je browser geschiedenis scrollen. Met het browsergeschiedenis commando (CRTL-H) zie je veel sites die je bezocht meteen staan. Maar er blijven ook sites onzichtbaar in de URL van de Googlesearch die je deed. Die searchstrings allemaal aanklikken kan een behoorlijk tijdrovende klus worden. Een alternatief is om je activiteitenlijst op Google door te ploegen. Myactivity van Google werkt uiteraard alleen als je niet anoniem zoekt, maar altijd ingelogd bent als je informatie zoekt (wat als nadeel heeft dat Google ‘alles’ van je weet).

Wayback machine

Soms, maar dat komt niet vaak voor, is de informatie die je zoekt niet direct online bereikbaar. Dan is de site vernieuwd en lijkt de informatie verdwenen. Met de cache functie van Google (het groene pijltje dat achter de URL bij de zoekresultaten staat) vind je een back-up van de voorlaatste pagina. Zoeken met de onvolprezen Wayback Machine van the Internet Archive, is wat ingewikkelder, maar levert vooral voor oudere informatie goede zoekresultaten (en ook prettig om een search-engine te gebruiken die NIET van Google is).

Weg is niet weg als je deze tools gebruikt. (Hoewel: sommige sites worden wel ‘weggegooid’. Collega’s van J-lab startten met succes het Meldpunt Prullenbak). Maar ook met slimme zoekstrategieën, goede zoekwoorden en dit soort handige tools, kan het vaak nog lang duren voor je terugvindt wat je zocht. Met name als je zelf ook niet meer helemaal scherp hebt waar dat stuk wat je zocht nu preciés over ging. Groot nadeel van zo scrollend terugzoeken is ook dat je weer allerlei andere interessante vergeten verhalen en stukken tegenkomt. Voor je het in de gaten hebt ben je die weer aan het lezen, in plaats van verder te zoeken.

Zoeken op je eigen laptop

Ook tijdrovend en frustrerend is het terugvinden van documenten op je eigen laptop. Van lopende projecten vind je de documenten meestal wel snel terug, maar naar documenten van verhalen en projecten waar je langer geleden mee bezig was zoek je je vaak een ongeluk. Met het vergrootglas in de onderste balk op je scherm (de (Windows) zoekfunctie), kom je een heel eind. Werkt vooral goed als je je een specifiek woord in het document of in de documentnaam herinnert. Je kunt ook het zoekveld van de map Documenten gebruiken, de zoekresultatenlijst is daar overzichtelijker.

Terugzoeken van oude documenten kan ingewikkeld zijn, maar ook met recente documenten is het soms een heel gezoek. Zoals dat document dat je per mail van een collega kreeg, dat je bewerkte en dat je vergat op te slaan. Dat lijkt onvindbaar, maar staat gelukkig in de spelonken van je harde schijf, bij de tijdelijke bestanden (tenminste als je je laptop niet afsloot:een pad als: c:\users\eigennaam\appdata\local\temp leidt je er heen).

Netjes opslaan

Informatiespecialisten noemen retrieval van informatie in een adem met storage. Storage & retrieval. Als je informatie overzichtelijk opbergt, weet je in welk laatje je moet zoeken. Uiteraard weet je dat. Terugvinden is een stuk gemakkelijker als je alle informatie voor een journalistieke productie onmiddellijk netjes opslaat. In overzichtelijke spreadsheets of in digitale of plastic mapjes met duidelijke labels en etiketten. Of in de cloud: GoogleDrive, DropBox, Surfdrive etc. Maar ja. In je haast en alweer bezig met een volgend verhaal, schiet netjes opslaan er vaak bij in.

Google-Drive is een prima online plek om je documenten neer te zetten. Zelfs zonder mappen vind je documenten daar gemakkelijk terug omdat Drive een prima zoekveld heeft. Met Drive kan je ook handig documenten delen door je collega’s en studenten een link naar het document te sturen. Omdat GoogleDrive van Google is, blijft het vast nog wel even in de lucht.

Tot 2017 was er een prachtige online opslag plek: Delicious. Daar kon je alle specifieke sites die je voor een onderzoeksproject gebruikte of die je veel en vaak raadpleegde, snel en overzichtelijk opslaan. Helaas is deze fraaie social bookmarking site opgeheven. (Tip: hecht je nooit teveel aan een verzameltool, want je (mijn: ED) prachtige informatieverzameling is niets meer waard als zo’n app verdwijnt. Zie ook: iTunes)

Dubbelzoeken

Maar merkwaardig genoeg zijn de documenten die je wèl keurig opgeslagen hebt, vaak niet de documenten die je zoekt. Zijn de verhalen die je je herinnert en die je ergens las, ook niet de verhalen die je ouderwets uitknipte of waarvan je de link kopieerde en netjes opsloeg. Daarom duurt terugvinden van informatie zo lang en is het zo frustrerend. Je hebt het verhaal of die informatie wel onthouden, maar weet de bron niet meer. Voor ‘gewone’ mensen is dat niet echt erg. Ook al lachen professionals erom, zij mogen wel zeggen dat ze iets ‘in de krant’ of  ‘op Facebook’ gelezen hebben. Daar kom je als journalist niet mee weg. Dat wil je ook niet. Daarom besteed je meer tijd dan je lief is, meer tijd dan je denkt, aan het vinden van informatie die je al vond. Misschien komt dubbelzoeken vaker voor dan dubbelchecken?

foto: Chunlea Ju/Unsplash