Vragen en antwoorden over de Hyperlocal (11/26)

Morgen presenteert het Lectoraat Crossmedia en Kwaliteitsjournalistiek aan de Hogeschool Utrecht het onderzoek naar lokale online nieuwsdiensten in Nederland. Nu op Radio 1. Hier alvast wat vragen en antwoorden die vast en zeker voorbij zullen komen.

Uit het onderzoek blijkt dat er 350 hyperlocals zijn. Hoe zijn die onderverdeeld (Lokale omroep, sites, kranten)?

Dat zijn allemaal websites, van 123 eigenaren. 88 sites met een eigenaar, 35 eigenaren beheren meer sites, tot tientallen aan toe. Sommige maken ook radio- en videoreportages, maar het zijn hoofdzakelijk tekstsites. Sites die alleen nieuws van anderen vergaren en doorgeven, de aggregatoren, hebben we uitdrukkelijk niet meegnomen. Dit zijn ambitieuze sites met eigen nieuws.

-Voor het eerst is deze nieuwe –concurrerende- marktpartij in ons land gedetailleerd in kaart gebracht. Zijn ze inderdaad concurrerend?

Ze concurreren vooral met de bestaande nieuwsmedia, zoals de regionale kranten, huis-aan-huisbladen en de lokale en regionale omroepen. Minder met elkaar, omdat ze lokaal opereren. (onder meer hierover)

-Er wordt wel eens lacherig gedaan over de lokale pers. Gaat het bij de hyperlocals om professionele journalistiek of gaat het vooral om vrijwilligers?

We komen alles tegen. Eenlingen die proberen er wat geld mee te verdienen, enkele of groepjes vrijwilligers, professionele redacties met betaalde krachten etc. Ook de kwaliteit wisselt sterk. Er wordt het nodige aangerommeld, maar er zitten ook steengoede nieuwsjagers tussen, waarvan het niet uit te sluiten valt dat ze over een paar jaar de bestaande lokale en regionale krant uit de markt duwen. Puur omdat ze energieker, innovatiever en creatiever zijn.

-De landelijke en regionale kranten hebben het moeilijk. Geldt dat ook voor de lokale kranten?

Dat is nog niet precies duidelijk. De regionale kranten in Nederland die hebben het moeilijk. De gratis lokale weekbladen, de huis-aan-huisbladen dus, lijken het redelijk te doen. De kranten die ik zie staan bol van de advertenties, maar dat zegt niet alles. Die advertentiemarkt is een vechtmarkt, waar heel weinig wordt betaald voor advertenties, en je weet nooit hoeveel kosten ze maken voor de productie ervan. Drukkosten zijn bijvoorbeeld erg hoog, en bezorgen tikt ook aan. Daar zit vermoedelijk een deel van het succes van de hyperlocals, die hebben weliswaar nog niet teveel inkomsten, maar ze maken ook weinig kosten. Een website is zo in de lucht en als je verder niet teveel uurloon verwacht en veel met vrijwilligers werkt, blijven kosten laag. Genereer je dan veel bezoekers die voor het nieuws komen, dan kun je advertenties gaan verkopen.

-Is er een trend waar te nemen in het lokale aanbod bij online media? Wat brengen die voor nieuws?

Dat weten we nog niet precies, maar het aanbod is nu nog heel divers. Toch wel aardig wat hard nieuws, zoals politiek en 112-nieuws. Maar ook veel ‘nice to know’, zoals cultuur, sport en restaurant recensies. Dan zijn er natuurlijk de gespecialiseerde 112-sites, die vooral nieuws brengen over auto-ongelukken, inbraken en ander onheil.

-Hoe ziet de toekomst er uit voor de hyperlocals?

Als we dat wisten… Maar het feit dat het netto aantal gestaag groeit, zegt wel iets over de veronderstelde perspectieven. De belangrijkste motivatie om een lokale nieuwssite te beginnen is het gebrek aan goed lokaal politiek nieuws, zeggen veel mensen die wij hebben geïnterviewd. Maar er komen ook steeds meer partijen die brood zien in het verkopen van advertenties in een nieuwsomgeving. Hoe dan ook gaan we de komende jaren deze sites volgen om te zien hoe die markt zich ontwikkelt. Hoe groot het verloop is bijvoorbeeld (hoeveel komen er bij en hoeveel stoppen ermee).

-Er wordt ook gekeken wat de gevolgen van deze ontwikkelingen hebben voor het onderwijs en de journalistieke beroepspraktijk. Wat wordt daar mee bedoeld?

Een belangrijke vraag voor onze onderzoeksgroep aan de School voor Journalistiek van Hogeschool Utrecht is wat deze ontwikkeling betekent voor de toekomstige journalist. Het kan zijn dat die marktgerichter moet denken. Een probleem bij innovaties bij regionale media, heb ik ontdekt, is dat er bij redacties het besef ontbreekt dat een krant een commercieel product is. En dat als je wilt voorbestaan, je bereid moet zijn je werkwijzen soms om te gooien als de markt daar om vraagt. Toekomstige journalisten kun je daar beter op voorbereiden. Maar ook trainen in hoe je journalistieke waarden kunt bewaken en toch in een commerciële omgeving werken. Dat doen de hyperlocals in ieder geval al veel beter, zo lijkt. En ook dat verklaart het succes.