Het persoonlijke is (media)politiek

‘Als een visie betekent een blauwdruk voor de toekomst, of het in detail voorschrijven van de toekomst, dan verzet als liberaal alles in mij zich daartegen. Ik geloof daar niet in. Ik geloof wel in een visie als perspectief voor mensen.’ Aldus de opening van Rutte’s Schoo-lezing. Het is een zinsnede waar niet alleen veel over te zeggen valt maar in afgelopen dagen ook veel over gezegd is. Een van onderwerpen naar aanleiding waarvan dat ook nog gedaan zou kunnen worden zijn de media of beter: recente ontwikkelingen op dit gebied.

Rutte is onder meer tegenstander van een ‘visie’ omdat hij van mening is dat onze samenleving vrij goed in elkaar zit. Er gaat van alles en nog wat fout, dat ontkent hij niet maar er gaat volgens hem ook en misschien wel meer goed. Dit laatste komt omdat de structuur van onze samenleving volgens hem eveneens goed in elkaar zit.

Met deze gedachte grijpt Rutte terug op opvattingen uit de jaren negentig toen er regelmatig gesproken werd van de bv Nederland en de taak die politici daarin zouden hebben: ‘passen op de winkel’. Die taak was op zijn beurt weer gerelateerd aan een opinie die na de Val van de Muur op vele plekken in de westerse wereld te horen was: dat de geschiedenis ‘af’ was (End of History) ofwel dat in grote delen van de wereld een situatie zou bestaan die de best haalbare benaderde. Vandaar dat op die plekken beter niet dan wel ingegrepen kon worden. Een van de landen waarvoor dat gold was Nederland, het land van het Poldermodel. Het was dan ook niet toevallig dat men van overal kwam kijken hoe die Hollanders dat voor elkaar hadden gekregen.

Heersende opvattingen over journalistiek, voor zover bestaand, zijn afkomstig uit een tijdperk dat van een dergelijke situatie verre van sprake was. Integendeel. De journalistiek ontstond in een periode dat de steigers van de moderne samenleving nog maar net gezet waren en slechts een minimaal deel van het (potentiële media)publiek zich bewust was van haar maatschappelijke positie. Dit is anno 2013 zo veranderd dat het soms lijkt alsof de geschiedenis een volledige cirkel heeft beschreven, van nog niet naar niet meer ofwel van een publiek dat van politiek nog geen kaas had gegeten naar een publiek dat andere zaken aan het hoofd heeft & de politiek liever aan anderen overlaat. Hiermee is overigens niet gezegd dat dit niet nogmaals kan veranderen maar zo is op dit moment wel de situatie – dat althans is wat Rutte indirect suggereert: dat het zo wel goed is;, er moet weliswaar nog heel wat gebeuren, veel klein & ook nog wat groot onderhoud maar het huis staat. Vandaar dat er tijd en ruimte is om je aan andere zaken te wijden.

De aldus geschetste verandering – die vanzelfsprekend door lang niet iedereen zo wordt gezien – zou de groeiende betekenis van een ander soort journalistiek kunnen verklaren. Volgens een min of meer aanvaarde opvatting, onder meer zichtbaar in een bekend schema van Colin Sparks (zie aldaar p. 12) houdt kwaliteitsjournalistiek zich bezig met de publieke zaak en met politiek, economie en samenleving terwijl tabloid journalism (over deze en andere termen, zie hier) zich eerder bekommert om private zaken, schandalen, sport en entertainment.

Een dergelijk onderscheid is sinds geruime tijd, met als beste ijkpunt vermoedelijk het debat over de kwaliteit van het NRC Handelsblad, niet langer houdbaar. Het persoonlijke is politiek, politici zijn persoonlijk, politiek heeft alle kenmerken van sport en sport lijkt vaak veel belangrijker dan politiek. Een nieuw schema à la Sparks zou er dan ook uit kunnen zien als op bijstaand plaatje. Daarin lopen alle lijnen door elkaar lopen & gaan de bewegingen alle kanten op. We live in liquid times om het met Zygmunt Bauman te zeggen.Schermafbeelding 2013-09-04 om 15.06.57

Hier en daar, onder meer bij de Nederlandse onderzoekers Liesbet van Zoonen en Irene Costera-Meijer, zijn al de contouren te onderscheiden van een kwaliteitsjournalistiek die past bij zo’n nieuwe, vloeibare wereld. Maar een overheersende mening is er nog niet, een traditie nog minder, een onderzoekslijn evenmin, laat staan dat er waardering voor dergelijke kwaliteitsjournalistiek bestaat. Dat gaat veranderen, daar kan je gif op innemen. Om het in Rutte’s termen (‘een perspectief voor mensen’) te zeggen: net als de politiek is de journalistiek een middel dat mensen gebruiken om zich te oriënteren in en op hun bestaan. Die oriëntatie beslaat alle mogelijke gebieden, niet alleen politiek, economie of sociale zaken maar ook mode, sport, gezondheid of vermaak. Met inhoud (politiek enz. versus schandalen enz.) of oriëntatie (publiek versus privé) heeft het huidige onderscheid tussen kwaliteits- en populaire journalistiek niets meer van doen. Wél met methode, verantwoording en doelstelling. Maar dat is iets anders – in ieder geval iets anders dan ruim tien jaar geleden gesuggereerd werd door Colin Sparks.

Auteurs