Het nut van journalistiek

Begin deze week kwam het rapport over VU-professor Mart Bax uit. Een onthutsend relaas over geknoei met gegevens, verzinsels, niet-bestaande bronnen, zelf-plagiaat, leugens over titels, prijzen en niet-bestaande publicaties.

Het is de moeite om de pdf te downloaden en het verhaal van A tot Z tot je door te laten dringen. Na de tekst van het eigenlijke rapport en voor de lijst met verzonnen publicaties is de brief opgenomen waar de commissie Baud de opdracht krijgt.

Op 22 juli 2013 krijgt de commissie de opdracht omdat “er beschuldigingen zijn gedaan door Frank van Kolfschooten in zijn in 2012 verschenen boek Ontspoorde Wetenschap  (…) en door Richard de Boer in de Volkskrant.” Volgens Van Kolfschooten is de VU al een jaar geleden begonnen met een eigen onderzoek, maar de opdracht dateert dus pas van juli – dan beginnen ze pas echt nerveus te worden bij de VU.

Uit het rapport  zelf wordt duidelijk “dat al veel langer geruchten rondgingen over het wetenschappelijk werk van Mart Bax”.

Opmerkelijk is dat dit soort verhalen al jaren circuleerden. Zelfs Van Kolfschooten’s boek Ontspoorde Wetenschap was dus niet genoeg voor een openbaar onderzoek. Na de publicatie in de Volkskrant sloeg de paniek toe.

Bestuurders zijn nergens zo bang voor als voor slechte publiciteit. Geknoei en geknutsel met onderzoek is tot daar aan toe. Maar bij negatieve publiciteit gaan alle seinen op rood en worden kosten noch moeite gespaard om de zaak zo snel mogelijk uit de wereld te helpen.

Daarom is er dus journalistiek nodig, om bestuurders, overheden en bedrijven bij de les te houden. Bij de bijeenkomst van 25 jaar ROOS zei Jeroen Smit woensdag: “elke wethouder moet elke dag vier keer gebeld worden door een journalist“. Ik zat naast de Edense burgemeester Kees van der Knaap die kreunde “oh nee”. Smit zat dus goed: burgemeesters en wethouders moet lastig worden gevallen, op de hielen worden gezeten, het vuur aan de schenen worden gelegd.

Maar die journalisten moeten wel een vraag hebben, ze moeten wel een affaire gevolgd hebben. Dat is een dure liefhebberij, en het vergt doorzettingsvermogen. Van Kolfschooten deed enorm veel werk voor zijn boek, hij bestookte wetenschappers met mails, zocht uit wat er speelde, controleerde publicaties en bronnen. De Boer ging naar de Balkan op zoek naar getuigen.

Dit soort journalistiek maakt het verschil: onderzoeksjournalistiek, onthullingsjournalistiek, graafwerk, lang spitten en goed zoeken. In de huidige bezuinigingsdrift (Wegener, NDC, TMG, Sanoma) en schaalvergroting (NOS wil regio opslokken) is dat hopelijk niet de eerste journalistiek die sneuvelt.

 

Auteurs

3 comments

  • Bert Westenbrink

    Piet, kom onder die steen vandaan. Wethouders worden niet meer gebeld, laat staan vier keer per dag. Het regionale kantoor van de regionale krant is al lang gesloten.
    De kreunende burgemeester had waarschijnlijk een flashback toen hij ‘oh nee’ stamelde, hij dacht aan de jaren dat de journalistiek in zijn gemeente nog gewoon haar nuttige werk deed. Hoe blij moet je zijn als een handvol nijvere en volhardende onderzoeksjournalisten het verschil maakt en bij terugkeer van een missie ontdekt dat het huis van de journalistiek leeg is?

    PS Volgens mij is het: kosten noch moeite en na aan de schenen leggen.

  • Edities worden opgeheven, provincie-pagina’s komen in de plaats van lokaal nieuws, lokale omroepen worden streekomroepen, NOS wilr egionalen integreren… Moeten we ons daar bij neerleggen? Misschien ontstaat er weer ruimte op lokaal gebied. Zal stijl-figuren even checken… kennelijk niet mijn USP.

  • Bert Westenbrink

    De noodzaak van een revival van de lokale journalistiek werd eerder deze maand weer eens onderstreept door het onderzoek van Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) naar de economische positie van gemeenten ( http://www.vng.nl/files/vng/coelo-rapport-gemeenten-in-perspectief.pdf ). De inleiding van het onderzoeksrapport begint zo: ‘De rijksoverheid zet de laatste jaren sterk in op decentralisatie van overheidstaken. Met name in het sociale domein zijn en worden taken overgeheveld van rijks- naar gemeenteniveau. De rol van gemeenten in het dagelijks leven van de burgers lijkt dus steeds groter te worden’.
    Me dunkt, deze ontwikkeling vraagt om een goed functioneerde lokale journalistiek. Tijd voor een masterplan van de opleidingen journalistiek (Zwolle, Utrecht, Tilburg, Ede) om die almaar groeiende witte vlek in het journalistieke veld te gaan invullen?