nrc.nl ombudsman over infographics

Halve waarheid over infographics

De Ombudsman van de NRC schrijft over infographics op de site van de NRC onder de kop ‘Een goede grafiek zegt (soms) meer dan duizend woorden’. Dit is een verhaspelde cliché. Het origineel, ‘A picture is worth a thousand words’ is van Arthur Brisbane (1864-1936), van wie Randolph Hearst gezegd zou hebben dat het de grootste journalist van zijn tijd was.

Het spreekt vanzelf dat het om een ‘goede’ afbeelding moet gaan, dat hoefde Brisbane er niet bij te zeggen. Ook het suggestieve (soms) liet hij weg, omdat het, samen met dat ‘goede’, een lelijke verdubbeling vormt van de ‘second thoughts’ in de kop.

Informatiever en dus aantrekkelijker

Onder de kop van het stuk volgt het verplichte plaatje. In dit geval is dat een grafiek. Dat lijkt logisch, maar bij nadere beschouwing is het dat in het geheel niet. Want wat zien we hier? Het kopje boven de grafiek zegt ‘Gewogen aantallendiagram’, maar aantallen van wat? En wat zeggen die kleurverschillen? En de verschillen in groottes van vlakjes? Het onderschrift van het ‘plaatje‘ luidt ‘Infographic over infographics‘ en is daarmee even nietszeggend als de grafiek zelf.

Het stukje zelf opent met de retorische vraag Wat leest beter, een tekst of een grafiek? Als ik me de grafiek in tekst probeer voor te stellen, komt er iets als: ‘In juni 1987 waren er zeventien kleine gele blokjes, vijftien lichtgroene en iets grotere blokjes, vier groene en nog iets grotere blokjes, twee grotere blauwe blokjes en één donkerblauw blokje’. Waarmee, ondanks dat we nog steeds niet weten waar dit over gaat, die vraag wel beantwoord lijkt.

De volgende zin (en alinea) van het stuk is: ‘Kranten proberen ook grafisch steeds aantrekkelijker te worden voor lezers.’

Het luie gebruik van kranten als handelende personen is de ombudsman vergeven, wat mij vooral opvalt is dat de schrijver dit zo achteloos opschrijft, alsof het niet één van de meest opvallende tendensen in de journalistiek is dat kranten in razend tempo bezig zijn grafisch, oftewel visueel, informatiever, en daarméé aantrekkelijker te worden.

Saai en onduidelijk

Ik zal niet voortgaan om het stukje zin voor zin te ontleden maar de volgende alinea is daarvoor te belangrijk. De schrijver verklaart het gebruik van grafieken uit een poging jonge—maar ook oudere—beeldgevoelige lezers te binden en te informeren. Dat is ten dele waar. Maar er zijn meer, en minstens even belangrijke, verklaringen voor de opkomst van informatief beeld, naast fotografie en illustratie die al langer een plek in de gedrukte pers hebben. Want dat zo’n omgekeerde staafdiagram die hier als ‘illustratie‘ is opgevoerd, nu zo aantrekkelijk is voor ‘in beeldtaal gedrenkte’ lezers, gaat er bij mij niet in. Dat grafiekje mag dan gekleurd zijn, voor de rest is het saai en onduidelijk.

Met de openingszin geeft de ombudsman ook te kennen dat hij weinig heeft begrepen van de synergie van tekst en beeld, die in de (goede) infographic voor de toegevoegde waarde zorgt. Zijn collega Marien Jonkers zegt het treffender in het citaat dat van haar gegeven wordt: “Ze vertellen een verhaal.”

Dat kunnen die infographics uitsluitend met een goede begeleidende uitleg en verantwoording. Bij de blog zijn meerdere commentaren te lezen die daarop wijzen.

Tekst en uitleg noodzakelijk

Om te beginnen wordt erop gewezen dat de legenda voor het kleurgebruik heel moeilijk te vinden is. Het is de balk onder de tabel met de “ruwe gegevens”, het tweede plaatje dat wordt getoond. Die wordt helaas niet als legenda gelabeld.

De lezer kan bij de diagrammen veel vragen stellen, die door het stuk niet worden beantwoord, zoals

Waarom worden om de vijf jaar de junimaanden met elkaar vergeleken?
Waarom is het beginjaar 1987?
Wat verklaart de dips in 1997 en 2007?
Geeft de codering met breedte, naast die met kleur, ook informatie over de oppervlaktes (één- t/m vijfkoloms)

Lezers hebben antwoorden gegeven op de vraag van de ombudsman welke men “het duidelijkst, het meest overzichtelijk, of (ook een factor) het mooist” vindt.

Die antwoorden zijn heel verhelderend. Maar dan niet in de zin dat er een duidelijk beeld uit naar voren komt van wat de beste vorm voor de cijfers is, maar van de grote verschillen van de manier waarop lezers dergelijke grafieken lezen en gebruiken en welke voorkeuren ze erin hebben. Voor onderzoekers van infographics (waartoe ik mezelf reken) een buitengewoon lezenswaardige verzameling meningen.

Een greep uit de reacties op ‘Een goede grafiek zegt (soms) meer dan duizend woorden’:

‘Theo Giesen: Daar ben ik het volkomen mee eens. Maar….dan moet de kleurstelling wel goed gekozen zijn, ook voor mensen die kleuren slecht kunnen onderscheiden (bv. rood-groen kleurenblinden).

Bart Jutte vindt dat de “NRC nog een lange weg te gaan heeft als het gaat om infographics” omdat (oa.) de maker van de illustraties shopt selectief in de data: elke 5 jaar een steekproef is wel erg selectief, zeker omdat ook geen sprake is van een constante stijging of iets dergelijks (waarom niet de jaarlijkse cijfers).

Lies, damned lies

De voorkeuren voor de verschillende vormen (staaf-, stapel- of taartdiagram) loopt uiteen en er zijn commentatoren die vraagtekens stellen bij het gebruik überhaupt. Zo schrijft Caroline Roset: ‘Ik vind het daarom niet per se een positieve ontwikkeling dat ‘feiten’ vaker grafisch worden weergegeven’ en Liesbeth Bonnemayer: ‘Het hangt er toch vanaf hoe de lezer is ingesteld. Ik vind de meer complexe grafieken (dus niet de vlaaipunten) altijd heel moeilijk en als het even kan, sla ik ze over en lees de bijbehorende tekst. Dus, een pleidooi om de grafieken wel van een toelichtende tekst te voorzien’.

Een herhaaldelijk door lezers gemaakte bezwaar is dat er met grafieken gemakkelijk te liegen valt. De bedenkingen tegen grafieken zijn verbonden aan de Britse staatsman Benjamin Disraeli (1804–1881), die gezegd zou hebben: “There are three kinds of lies: lies, damned lies (en niet ‘bloody lies’, zoals een lezer schrijft), and statistics.” Volgens Wikipedia heeft Mark Twain Disraeli het citaat in de mond gelegd.

Twain heeft daar mijns inziens mee bedoeld dat het liegen vaak begint met de getallen zelf en de keuze welke te onthullen en welke niet. Grafieken kunnen dan de waarheid niet vertellen.

 

Auteurs