De prothesenparadox. Technologische vooruitgang > existentiële onrust

(dit is deel 11 in de serie 25 jaar digitale transitie in de journalistiek)

Het is grappig – nou ja, verontrustend kan ook – te zien hoe de geschiedenis zich herhaalt. De eerste herhaling bestaat eruit dat elke generatie opnieuw denkt dat zij en haar tijd uniek zijn. Uniek haar gedachten. Uniek de techniek. Uniek de verworvenheden. Bij nader inzien is dat zelden of, indien wel, slechts tot op geringe hoogte het geval. De tweede herhaling bestaat uit de veronderstelling dat die zogenoemde uniciteit nooit eerder geziene gevolgen heeft. Wat vermoedelijk nog minder zo is. Een en ander blijkt ondermeer als je de beeldvorming/geschiedschrijving van twee schijnbaar geheel verschillende technologische ‘disrupties’ tegenover elkaar zet: die van het einde van de 19de en die van het einde van de 20ste eeuw.

Freud’s Prothesengod

Een voor die vergelijking bruikbaar theoretisch concept is afkomstig van Freud en wel uit zijn meest sombere boekje, Das Unbehagen in der Kultur, uit 1930. Daarin introduceert de grootmeester van de psyche het sindsdien veelbesproken begrip prothesengod en schrijft:

‘De mens heeft zich altijd een ideaal van almacht en alwetendheid gevormd. Vroeger schreef hij dat ideaal toe aan de goden. Maar tegenwoordig is de mens dat ideaal zeer dicht genaderd. Daarmee is hij zelf zoiets als een god geworden, nog niet volmaakt, op sommige gebieden helemaal niet maar op andere toch al half. De mens is om het zo te zeggen een Prothesengod geworden. Als hij al zijn hulporganen aandoet, is hij oppermachtig. Maar die prothesen zijn niet met zijn lichaam vergroeid, met als gevolg dat zij hem bij gelegenheid ook veel last bezorgen.’

Wat wij in onze tijd waarnemen, zo voegt Freud toe, is vermoedelijk nog slechts een beginnetje. Zowel het aantal als de mogelijkheden van onze prothesen, zo voorspelt hij, zullen enorm toenemen. En met die toename zullen niet allen de lusten maar ook de lasten sterker worden.

Vanzelfsprekend schreef Freud zijn ambivalente woorden met het oog op de enorme technologische vooruitgang die zijn tijd te zien had gegeven – van elektrisch licht tot auto en van telefoon tot radio. Door velen, vooral intellectuelen als Freud zelf, werd deze ‘vooruitgang’ echter slechts ten dele als zodanig ervaren. De lusten ontkenden zij niet. Maar veel meer klemtoon legde zij op de lasten terwijl zij zich ook nog eens afvroegen of de vernieuwingen wel zo nieuw waren als gedacht. Elektrisch licht bijvoorbeeld. Had dat niet een oeroude geschiedenis en dus vele, vele voorlopers? Nieuwe wijn in een oude zak dus.

ECREA (Braga) call for proposals

Het is niet moeilijk om met betrekking tot onze onze tijd en dan in het bijzonder de journalistiek vergelijkbare opvattingen te vinden. Laat ik uit ontelbare een nemen: de ‘call for proposals’ van de 8ste Europese Communicatie Conferentie van ECREA, oktober aanstaande in Braga, Portugal. Daarin worden om te beginnen, het kan niet anders, de vele voordelen van de moderne ‘communicatieprothesen’ erkend.

Acceleration, speed and technological development are present in all dimensions of life, everywhere and at every level.

Maar dat is niet waar de call echt over gaat. Die gaat over de keerzijde van deze ‘vooruitgang’.

Trust is being eroded; some of its building blocks, such as communication for freedom, empowerment, development and democratization are being reconfigured and gaining multiple and often contradictory meanings. Thereby, creating new inequalities and vulnerabilities in Europe and around the world whilst institutions seem weaker, more ineffective or late in their reactions. There is a general academic perception that citizens everywhere are now inhabiting spaces of higher suspicion, uncertainty and privacy invasion at different levels of their life, which make them easy prey for different types of power brokers.

Enzovoort. Het is de bekende, vooral in afgelopen jaren steeds krachtiger gehoorde klacht: de digitale revolutie is groots maar…

Het is dit ‘maar’ dat op dit moment, na 25 jaar digitale transitie, in de schijnwerpers staat.

Nu valt hier natuurlijk van alles over – voor en tegen – te zeggen maar opmerkelijk vooral vind ik dat de huidige combinatie van technologische disruptie en existentiële paniek alles weg heeft van een herhaling van zetten.

Remediation ofwel ouwe wijn in nieuwe zakken

Eerst die technologische vernieuwing. Natuurlijk is (was) internet iets nieuws. Natuurlijk zijn er talloze ongekende gadgets. Natuurlijk zijn moderne hulpmiddelen sneller, beter, mooier, goedkoper en gemakkelijker. Maar is sneller, beter, mooier enzovoort hetzelfde als anders? Het is een lang en ingewikkeld verhaal maar kenners van de geschiedenis van de mediatechnologie beklemtonen steeds weer hoe betrekkelijk de internetrevolutie is – technologisch gezien althans. Er is vooral sprake van wat wel ‘remediation‘ wordt genoemd, vernieuwing die bij nader toezien in de eerste plaats een aanpassing van het oude is. Vooral aan het begin van de internetrevolutie kreeg dit fenomeen veel klemtoon. Sindsdien lijkt het weggezakt. Zoals gezegd: elke generatie ziet het liefst haar eigen uniciteit.

Glitter & glamour, onrust & onzekerheid

Dat de inschatting van eigen uniciteit aanvechtbaar is, blijkt ook als je de somberheden uit de ECREA-call afzet tegen die uit de tijd van Freud, en dan vooral die uit de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog waarvan Freud’s Unbehagen eigenlijk een late echo is. Ik zou honderden voorbeelden kunnen geven maar verwijs slechts naar een recent Nederlands boek, De nieuwe mens. De culturele revolutie in Nederland rond 1900 van Auke van der Woud. Het is een (fraai!) boek over de wereld van ruim een eeuw geleden. Maar dit boek kan je bijna net zo goed lezen als een verhaal over onze tijd maar dan becommentarieerd door de tijdgenoten van Freud, mensen als Werner Sombart, Emile Durkheim, Max Weber, Georg Simmel, Gustave le Bon en anderen. De nieuwe mens, stelt Van der Woud op basis van hun commentaren en met betrekking tot de wereld van onze overgrootouders, leeft in een omgeving van glitter en glamour, reclame en etalages, verlokkingen en uitdagingen, stuk voor stuk vergezichten die hij naderbij probeert te krijgen. Probeert. Het lukt niet. Onrust, onzekerheid en onvrede zijn het gevolg.

Waarom?

Daarmee ben ik terug bij Freud’s prothesengod. Want onze prothesen brengen onvermijdelijk een paradoxale situatie met zich mee. Neem bijvoorbeeld het voor de journalistiek cruciale fenomeen van de onmiddelijkheid – letterlijk iets wat is of gebeurt zonder dat er ‘middelen/media’ aan te pas komen. Dankzij de techniek zijn we voortdurend ‘onmiddellijk’  op de hoogte van de gebeurtenissen om ons heen. We zijn als het ware steeds ter plekke, daar waar het gebeurt: live toeschouwers van het wereldgebeuren!

Tegelijkertijd is die aanwezigheid een illusie, per definitie. Dat weten we maar vergeten we (liever). De paradox bestaat erin dat de suggestie van aanwezigheid sterker wordt naarmate de techniek beter is terwijl het feit, die aanwezigheid, hetzelfde blijft: er is geen sprake van, we ervaren niets anders dan de aanwezigheid van een derde en datgene wat hij of zij daarover via media kwijt wil – met alle mogelijkheden tot manipulatie van dien. Wat ondertussen wel verandert is de greep van die media, de techniek dus. Hoe groter haar mogelijkheden, hoe sterker haar greep, hoe sneller we geneigd zijn haar werking te vergeten, hoe sterker dus de illusie en hoe eenvoudiger de mogelijkheden tot manipulatie.

Zo is het met alles. De illusie van intimiteit bijvoorbeeld zoals teweeggebracht door sociale media. De illusie van het leunstoelreizen. De illusie van de eigen kunstzinnigheid – zijn we dankzij moderne hulpmiddelen niet allemaal halve Da Vinci’s? Zo is er veel. Het meest opmerkelijke, meest alledaagse voorbeeld beleven we zelf, dag in dag uit. Steeds vaker kijken we op het mobieltje om te zien wat voor weer het is. En voor wie een Fitbit draagt, is het de app die vertelt hoe je geslapen hebt!

Kan het gekker? Ja, hier.

We voelen ons, soms, godjes terwijl we proberen te vergeten dat we ondertussen geknecht worden door onze prothesen. Dat creëert spanning, onrust, twijfel, onzekerheid. Net als honderd jaar geleden.

Althans, als Freud en zijn tijdgenoten gelijk hebben.

Auteurs