De ontwerpstrategie van Jan Willem Tulp

Data visualisaties moeten niet alleen functioneel zijn, je moet er ook lol aan kunnen beleven, vindt Nederlands beroemdste datavisualisator Jan Willem Tulp. Hij noemt dat de Joy of Experience. Als je plezier beleeft, leef je niet alleen langer, volgens Tulp, je leert ook meer.

Tulp gaf zijn visie op het maken van datavisualisaties op het eerste Dutch Information Visualization Event (DIVE) dat was georganiseerd door BI-Podium een organisatie die zich bezig houdt met het visualiseren van bedrijfsgegevens.

Zo werkt hij.

  1. Stop de data in een programma als Tableau dat automatische data ordent en die in verschillende soorten visualisaties kan weergeven. Op die manier krijg je snel een beeld van wat voor een soort relaties je met je data zou kunnen laten zien.
  2. Bedenk een niet–alledaagse vraag die je met je data kunt beantwoorden. Zo kun je je bijvoorbeeld bij verkiezingsuitslagen afvragen: In welke gemeente stemmen ze ongeveer hetzelfde als in mijn gemeente? Dat vraagt niemand anders zich af die visualisaties van verkiezingen maakt. En toch is dat waar mensen in geinteresseerd zijn. Want met zo’n vraag zit je opeens met je eigen leven midden in de gegevens. Dat nodigt wel uit tot spelen.
  3. Zoek een spannende vorm om het antwoord op die vraag te kunnen visualiseren. Een cirkel bijvoorbeeld met bolletjes erin die de gemeentes verbeelden. Hoe groter de bol, hoe meer het stemgedrag past bij je eigen gemeente. Als je dan als ontwerper er ook nog wat alternatieve presentatievormen bij bedenkt, dan wordt het voor de gebruiker helemaal leuk spelen. Kijk maar: Close Votes.
  4. Ga af op je eigen plezier bij het ontwerpen. Want zo’n vorm vinden is een kunst op zich. Hoe weet je of je op de goede weg bent en welke vorm het beste bij je gegevens past? Zodra je merkt dat je er zelf lol in hebt zit je goed. Een kwestie van trial en error. En op een gegeven moment: ploep, dan heb je de vorm waarvan je denkt: dat is um.
  5. 5 Kies voor evenwicht. Want met de mooie vorm ben je er nog niet. Je moet nog bepalen wat je wel en niet in je visualisatie stopt, welke kleuren en vormen je gebruikt. Niet te druk en niet te saai. Niet te vol en niet te leeg. Dat is een kwestie van smaak. Natuurlijk. Maar veel anders heb je niet om tot goede keuzes te komen.
  6. En dan: let op details. Een wit randje om een bolletje, waardoor het te onderscheiden is van andere, of een vorm net een beetje meer doorschijnend maken. Juist die kleine dingen geven de kijker uiteindelijk het gevoel van wow-wat-is-dit. Daar wil ik wel even mee aan de slag.

Nu het lastige deel van het verhaal. Om met vormen te experimenteren moet je wel kunnen programmeren. En je moet iets van data snappen, en gevoel voor schoonheid hebben. Jan Willem Tulp kan dat en heeft dat. Dat maakt hem tot zo’n groot ontwerper. Daar komt bij dat hij echt van spelen houdt en vooral zelf lol wil beleven aan wat hij doet.

 

Auteurs