De mist in, een lesje in nederigheid

Trouw publiceert een discussiebijdrage van een nep-Marokkaan. Het Parool maakte van een accordeonist een alcoholist. De Volkskrant zet een niet geautoriseerde versie van een interview in de krant. De NOS manipuleert een Poetin-filmpje. En vrijwel alle online media zien nieuws uit De Speld of The Onion wel eens voor echt aan. De fouten die media maken, blijven ze lang achtervolgen. Een last, maar ook een lesje in nederigheid: oppassen met bronnen, namen, foto’s, filmpjes, haast en scoop-geilheid. Het kan heel verkeerd aflopen.

Wie heeft het nooit meegemaakt? De naam van de geïnterviewde verkeerd gespeld, de batterijen van het opnameapparaat niet gecheckt, een uur te laat op en afspraak gekomen? Het is klein bier in de journalistiek. En het kan erger: een scoop publiceren die helemaal geen scoop blijkt te zijn (Bergkamp naar Juventus), een scoop over het hoofd zien (telex “Aanslag op De Gaulle” terzijde gelegd), een actrice aanzien voor de Britse Premier Margaret Thatcher, springlevende personen (Jan Pen, Johan Cruijff, Salo Muller) dood verklaren.

Uitglijders
Deze en andere missers, misverstanden, uitglijders, fouten, instinkers, pijnlijke momenten en slordigheden komen langs in De Mist In, een verzameling “Journalistieke tegenslagen” opgetekend door Parool-journalist Paul Arnoldussen ter gelegenheid van zijn afscheid van de krant. Arnoldussen verzamelde ze zelf, vroeg collega’s om anekdotes en putte uit de verzameling van Arendo Joustra, ook een ‘liefhebber’ van missers. Een waardige aanvulling op Theo Dersjant’s Uit Betrouwbare Bron.

ARENDO JOUSTRA foto Jan van Breda

Het is een boekje waar je nederig van wordt. En dat is nodig ook. Hans van der Beek van Het Parool: “Veel journalisten zijn geen leuke mensen. Ze staan op de eerst rij bij wereldnieuws en –geschiedenis en gaan geloven dat ze daar zelf ook onderdeel van uitmaken – en daar ouwehoeren ze dan avond na avond over, in het café.”

Scheltema
Om de miskleunende journalist uit te beelden is in het boekje ruimte ingericht voor tien fotoportretten van Jan van Breda, die de bedrukte, vertwijfelde, sombere slachtoffers in Café Scheltema portretteerde. De eerste indruk is dat het schilderijen zijn van een kunstenaar die goed naar Jopie Huisman, Caravaggio en Willink heeft gekeken. Maar het zijn echt foto’s die ook nog eens in volle ‘glorie’ in een bibliofiele uitgave op groot formaat beschikbaar zijn (voor wie zoveel beeldende treurigheid aankan). De foto’s hingen ook levensgroot op een kleine expositie in het Persmuseum waar het boekje ten doop werd gehouden. Die is helaas al afgelopen, maar het boek is nog steeds te koop: bij het Persmuseum of gewoon bij Bol.com.

Fouten maken doet iedereen. Het superhandige namenregister leest als een “wie is wie” van de Nederlandse journalistiek. Zelfs “Piet Bakker” komt er twee maal in voor, maar dat is gelukkig een andere.

 

 

Auteurs