De mentaliteit van de tabloid-journalist

Human interest – of lifestyle journalistiek, in de Engelstalige wereld veelal tabloid journalism genoemd is ‘in’. De journalistiek zelf is er van doordrongen, het aantal tabloid bladen en – programma’s neemt toe, het onderzoek ontwaakt. Tot voor kort stonden academische reacties op deze vorm van journalistiek nog in de aanval- of verdedigingsstand. Dat verandert. Tabloid journalism is een alledaags verschijnsel, niet langer beperkt tot de roddelbladen, onderzoek ernaar is steeds meer een serieuze tak van wetenschap.

Interessant in dit verband is het zojuist verschenen onderzoek van Morten Skovsgaard in Media, Culture & Society: ‘A Tabloid Mind? Professional values and organizational pressures as explanations of tabloid journalism’. Dit belang geldt zeker voor een Nederlands publiek: de situatie tussen Denemarken en Nederland is immers goed vergelijkbaar.

Voor zijn onderzoek naar de ‘tabloid mind’, de vraag of professionals uit de zachte journalistiek er een andere mentaliteit op na houden dan hun ‘hardere’ collega’s, stuurde Skovsgaard in 2009 vragenlijsten naar 5519 Deens journalisten, allen lid van de Dansk Journalistforbund. Aangezien de organisatiegraad van de Deens journalistiek zeer hoog is, tussen de 90 en 95 procent, betekent dit dat hij bijna alle journalisten bereikte. Van hen reageerde een flink aantal niet, behoorde een percentage niet bij de doelgroep en werden alle freelancers (vreemd maar waar) uitgesloten zodat er uiteindelijk ruim 1500 respondenten overbleven. Voldoende voor een betrouwbaar onderzoek.

Wat blijkt?

  1. tabloid journalisten hebben meer last van concurrentie met andere media dan journalisten uit kwaliteitsmedia
  2. tabloid journalisten voelen zich meer opgejaagd door ‘de cijfers’ (oplage, kijkcijfers e.d.)
  3. tabloid journalisten zijn zich meer bewust van het feit dat hun medium winst moet maken
  4. Objectiviteit speelt bij hen een minder grote rol
  5. Tabloid journalisten leggen minder klemtoon op de betekenis van verslaggeving (‘passive mirror’) en op die van instigator (‘public mobilizer’) terwijl ze meer aandacht hebben voor entertainment.

Deze uitkomsten zijn niet zo verrassend, ze komen overeen met het beeld. Wel is het goed dat ze nu statistisch onderbouwd zijn. Verrassend is wel een andere uitkomst van het onderzoek, namelijk dat de tabloid journalisten hun critical active role, dus hun maatschappijkritische instelling even hoog inschatten als journalisten van de kwaliteitsbladen.

‘This indicates that the “watchdog role” is a widely shared professional value among Danish journalists,’ concludeert Skovsgaard.

Hoewel deze conclusie in eerste instantie vermoedelijk weggelachen zal worden, is hij bij nader inzien wel te begrijpen – en veelzeggend voor een ontwikkeling. Zachte journalistiek werd tot voor kort beschouwd als een vorm van ontsnappingsjournalistiek. Dat is aan het veranderen. Er zijn andere manieren, andere invalshoeken en andere thema’s om de omgeving kritisch te beschouwen. Om het meest voor de hand liggende thema te nemen: personalisatie.

images-1

In onze complexe wereld nemen journalisten steeds vaker individuele personen, beroemdheden of niet, als uitgangspunt van hun verhalen terwijl ze ook nog eens zichzelf opvoeren. Een dergelijke persoonlijke invalshoek is standaard in de zachte journalistiek maar werd tot voor kort veelal als een vorm van anekdotisme beschouwd. Serieuze journalistiek zou zich immers vooral met ‘de maatschappij’ bezighouden: met instituties, partijen, banken en besturen. Bovendien was zij objectief. Maar steeds vaker worden al die grootheden vertaald in personen of groepjes, ‘gepersonaliseerd’, en wordt objectiviteit ontmaskerd als een standpunt. Door personen te schetsen, schets je instituties, zo is het impliciete uitgangspunt, en door je subjectiviteit te erkennen verhoog je je objectiviteit. De lezer/kijker weet dan hoe hij het verhaal moet lezen. Maar is dat niet precies wat de zachte journalistiek altijd gedaan heeft?

Auteurs

Een reactie

  • “Door personen te schetsen, schets je instituties…” Zoiets gaat niet vanzelf en gebeurt lang niet altijd. De kwaliteitsvraag is niet: mensen of instituties? Maar: hoe worden mensen en instituties verbonden? Geeft het persoonlijk perspectief ruimte voor institutionele belangen, en, omgekeerd: verlies je bij het beschrijven van instituties niet de menselijke maat? Waar die twee elkaar ontmoeten heb je kwaliteitsjournalistiek.