De journalist in opleiding

Soms dom, soms slim. Soms aardig, soms a pain in the ass. Soms ontluisterend, soms veelbelovend. Achttien jaar lang al kijk ik hem of haar in de ogen: ‘De journalist in opleiding’. Vrij naar het gelijknamige symposium dat volgende week woensdag – 20 november – plaatsvindt, met dank aan het Stimuleringsfonds voor de Pers.

Altijd goed om na te denken over het soort journalisten dat je wilt opleiden, zeker wanneer de journalistieke arbeidsmarkt zo verandert als ze dat de voorbije decennia heeft gedaan. Treft dat even dat er niet alleen in Nederland, maar ook in de VS al grondig over wordt nagedacht. Zo verscheen bijna drie weken terug in The Atlantic het artikel: ‘What Should Reporters Learn in Journalism School?

The Atlantic? Is dat niet het medium dat journalist Nate Thayer eerder dit jaar vertelde dat hij er best in mocht publiceren, maar dat hij dit dan wel gratis moest doen omdat heel veel ‘exposure’ zijn deel zou zijn? Waarop Thayer, geen journalist-in-opleiding maar een gerenommeerde reporter met karrenvrachten ervaring, opmerkte: “Exposure doesn’t feed my f*cking children!” 

Het behoeft weinig betoog dat The Atlantic zelf een andere visie op een en ander had. Tegelijk is het verleidelijk om van een artikel over aankomende journalisten in dat medium te verwachten dat ze niet zo f*cking brutaal en indiscreet moeten zijn als Thayer. Dat ze daarentegen netjes met twee woorden spreken, en dat die twee woorden niet f*ck of shit zijn. En dat ze voor niets of voor weinig werken willen, bij voorkeur voor The Atlantic.

Dat valt dan weer 100% mee. Auteur Olga Khazan – in het dagelijks leven covert ze gezondheid(szorg)  – benadrukt onder de noemer Here’s what we wish we had learned before becoming journalists: statistiek (citaat van een collega: “That’s far more important than doing man-on-the street interviews”); data-analyse (“one of the best ways to find story ideas, especially if you are, like many student reporters, not very well sourced”); ‘pitching’; ‘online writing’; en ‘The Internet’ (“it’s increasingly important to understand the psychology of the modern web”).

Opvallend en tegelijk weinig verwonderlijk voor een advies van een online-medium: al deze vaardigheden of kennisvlakken zijn in zitstand tegenover een toetsenbord en beeldscherm aan te leren en uit te oefenen. En dat doorgaans ook nog eens in weinig tijd met veel ‘output’. Zo merkt Khazan bij online writing op: “It would be great to see seminars on how to look at the Internet for 15 minutes and then come up with a story idea, which you then write in one hour.”

Geheel in die lijn is ook Khazan’s bespreking van de twee overige ‘gemiste kansen’ op journalistiek-opleidingen: ‘studies’ en ‘civic issues’. Deze bespreekt zij zo kort dat niet echt duidelijk wordt wat ze ermee bedoelt. Saillant is echter dat zij in het eerste geval níet doelt op een studie van een inhoudelijk terrein maar puur op methodiek: of, om het nog beperkter te stellen (want alles lijkt hier kort en snel te moeten) op ‘a crash-course in experiment design’.

Bij ‘civic issues’ blijkt het niet om diepgaande kennis van staatsinrichting of daadwerkelijke politiek te gaan, maar om ‘some cops-and-courts practice’. Resteert die ene vaardigheid die niet te leren valt maar toch zo belangrijk is: veerkracht. Immers: “If you want to write, there will be a lot of ‘no’ in your future”. Een waarheid als een koe. Al kunnen we aankomende journalisten natuurlijk best heel vaak ook ‘nee’ op school verkopen, daar worden ze misschien juist wel harder en beter van…

Stuk voor stuk lijken het prima adviezen, ook voor Nederlandse journalisten en hun opleidingen, zelfs voor wie niet primair in de digitale journalistiek zal gaan werken. Tegelijkertijd is opvallend wat ontbreekt: inhoudelijke specialisatie; oefening in het buiten de kantoortuinen met echte mensen praten, met alle tijd en zorg die daarvoor vereist is; en nadenken over het soort ethische vragen waar je met deadlines voor je en baasjes boven je amper meer aan toe komt.

Hopelijk gaat het daar woensdag wel over, gaat het daar ook over. We leiden die journalisten nu eenmaal niet alleen op omdat de werkgevers zo graag jongste bedienden in huis hebben. We doen het ook voor de journalistiek zelf, en voor de rol die zij inneemt in onze samenleving. Niet op de laatste plaats doen we het voor het plezier dat onze jongens en meisjes straks in het vak hebben.

This one is for you, Daan!

 

 

Auteurs

3 comments

  • …en als het daar onverhoopt niet over zou gaan, kun je het onderwerp altijd nog zelf aandragen Remko! Er is, als het goed is, voldoende mogelijkheid tot bijdragen uit het publiek.

  • Dank Remco voor dit (in mijn ogen) pleidooi voor het opnieuw inrichten van de rugzak van een (aanstaand) journalist. En mogelijk ook van docenten Journalistiek.

    Wat hoort daar dan in te zitten? Je reikt het allemaal aan. Te beginnen met kennis van en over: statistiek, data-analyse, pitching, online writing, internet. Aangevuld met een inhoudelijke specialisatie en vaardigheden om buiten de kantoortuinen met echte mensen praten, met alle tijd en zorg die daarvoor vereist is. En niet te vergeten: het vermogen na te denken over het soort ethische vragen waar je met deadlines voor je en baasjes boven je amper meer aan toe komt.

    De lege rugzak moet studenten journalistiek met optimisme aangereikt worden. En ja, ook met een waarschuwing: wees voorbereid op 99 keer nee horen, en 1 keer ja.

    Met optimisme, ondanks de huidige arbeidsmarkt? Ja, zoals jij zegt: We doen het (het opleiden van journalisten) ook voor de journalistiek zelf, en voor de rol die zij inneemt in onze samenleving. Dat betekent dat we ook moeten kijken naar de eisen t.a.v. (gast)docenten. Vaklui die met plezier kennis overdragen, die liefde voor en geloof hebben in de journalistiek.

    Zullen we daar eens een studiemiddag over organiseren?

    Hartelijk, Daan