De integratiereligie #2

Vorige week schreef ik naar aanleiding van de conferentie Neo-Journalism (Brussel) over integratie tussen traditionele media en hun online platformen.

Bij veel media was die integratie tot geloof geworden: off-line en online moeten samenwerken, zowel bij platformen (doorplaatsen, verwijzen, overnemen) als op het niveau van journalistiek (iedereen voor alle platformen aan het werk).

In dat ijzersterkte geloof waren wat barsten gekomen. Ten eerste om dat het moeizaam van de grond kwam: journalisten van verschillende platformen bekeken elkaar vaak met argwaan, online werd vaak als ‘minder’ beschouwd. Ten tweede omdat het niet altijd zo efficiënt was als men hoopte: veel overleg, weinig focus op kerntaak, weinig affiniteit met digitale media.

Digitale sprong voorwaarts
De reden voor integratie was over het algemeen hoop op een beter, sneller, moderner product: de grote digitale sprong voorwaarts.

In oktober zag ik echter al twee berichten langskomen waarbij integratie om een heel andere reden werd geïntroduceerd: kostenbesparing.

20 Minuten/Minutos
De Zwitserse gratis krant 20 Minuten – de grootse krant qua oplage en lezers – en ook zeer winstgevend, gaat online en krant samenvoegen. We moeten de broekriem aanhalen volgens de hoofdredacteur. De hoofdredacteur van de online uitgave (de best bezochte in het land) stapte boos op (“we hebben altijd meer dan miljoen winst gedraaid“).

In Spanje een soortgelijk verhaal. Gratis krant 20 Minutos (10 jaar geleden hadden ze dezelfde eigenaar Schibsted; de Zwitserse uitgave is nu zelfstandig) gaat online en off-line integreren wegens tegenvallende inkomsten. Opmerkelijk omdat de krant een paar jaar geleden beide platformen integreerde, en daar een paar jaar geleden van terugkwam omdat het maar matig werkte, maar nu weer bezuinigt via integratie.

Een perfect recept voor heibel en gezeur, en een slechte reden om te integreren.