Cijfers en data zijn eigenlijk heel gewoon

Afgelopen week kopte Villamedia Pointer: Geen nerdy datasite met uitsluitend cijfers en saaie grafieken. Voor wie niet bekend is met Pointer; dit is een website van KRO-NCRV gericht op datajournalistiek. Ze doen uitsluitend onderzoek op basis van cijfers en data, en hebben zich tijdens de Corona-crisis laten zien als uitstekende fact-checkers. Pointer is cool, en maakt, zoals datajournalist Jerry Vermannen het ook wel noemt, veel klikdingen (interactieve datavisualisaties) om data inzichtelijk te maken. De kop van Villamedia verbaast mij daarom. Want waarom kozen ze zo’n gekke ontkenning, terwijl het artikel louter gaat over de goede journalistiek van Pointer? Blijkbaar is het zo bijzonder dat Pointer niet nerdy en saai is, dat het een plek in de kop verdient. En dat zou niet zo moeten zijn. Cijfers en data worden steeds belangrijker en moeten niet beschouwd worden als iets bijzonders dat uitsluitend het domein is van nerdy-journalisten.

Cijfers en data staan vaak centraal in het nieuws en het selecteren en interpreteren van die cijfers is helemaal niet zo makkelijk. Dat zagen we ook tijdens de Corona-crisis. De cijfers die aanvankelijk naar buiten kwamen waren absolute aantallen, ook de data van het RIVM, en die werden weergegeven op kaarten om zo de situatie in verschillende landen te kunnen vergelijking. Dat kan natuurlijk niet, want niet elk land heeft evenveel inwoners. 20.000 besmettingen op 17 miljoen inwoners zeg iets heel anders dan 20.000 besmetting op 327 miljoen inwoners. Dat werd gelukkig opgemerkt en de visualisaties werden aangepast met relatieve getallen en specifieker benoemd. Dus niet meer ‘besmettingen’ of ‘gevallen’, maar ‘vastgestelde gevallen’. Langzaam veranderde de berichtgeving en werden cijfers slimmer ingezet, en niet meer zo maar overgenomen uit andere bronnen. In de snelheid van brekend nieuws, lijkt er geen reflex te om kritisch te kijken naar cijfers en data, en om na te denken over wat die data eigenlijk zegt. Dat komt later in het nieuwsproces.

Journalisten zijn al heel lang heel erg goed in het kritisch beschouwen van politieke en maatschappelijke ontwikkeling, en een van de belangrijkste pijlers daarbij is onderzoeksjournalistiek. Cijfers en data zijn hierbij natuurlijk heel belangrijk, en in die zin kent de journalistiek een lange traditie van datajournalistiek, zonder dat het zo genoemd werd. Dat datajournalistiek een eigen naam kreeg hangt samen met de opkomst van het internet en digitalisering van journalistieke onderzoeksmethoden. Online is het mogelijk om grote datasets openbaar te maken, en veel onderzoeksinstellingen doen dit ook, zoals bij ons het CBS met Statline. Ook zijn er verzamelplaatsen voor publieke data ontstaan, denk aan de Google Public Data Explorer. De hoeveelheid en beschikbaarheid van datasets vraagt om een andere aanpak dan ‘gewone’ onderzoeksjournalistiek, en zo ontstond er een sub-discipline die zich bij uitstek heeft gespecialiseerd in het verzamelen, selecteren, analyseren, en bovenal visualiseren van die data om daar journalistieke verhalen mee te vertellen.

Om de enorme hoeveelheid data te lijf te gaan worden tools in gezet, stukjes software die in staat zijn een deel van het onderzoeksproces over te nemen. Bots (scrapers genoemd) die data verzamelen, analyseprogramma’s, tools om visualisaties mee te maken. In digitalisering en automatisering van de onderzoeksmethoden, ligt volgens mij de associatie met nerdy en saai want lang was de computer en zeker programmeren het domein van de nerd op zijn zolderkamer. Tenminste, dat is het beeld dat we in de jaren ‘80 en ‘90 voorgeschoteld hebben gekregen. Ondanks de opkomst van de nerd-cultuur in de decennia daarna, gaat die associatie niet zomaar weg. Daarnaast kent journalistiek als veld, maar ook als opleiding, een voorkeur voor taal, inhoud en verhalen vertellen.

De journalist, als we generaliseren, is bij uitstek een all-rounder die alle die gebieden voldoende kennis en vaardigheden heeft. Maar hier zit ook de spanning, want zeker bij snel nieuws is het lastig om gelijk ook de bijbehorende data accurate te interpreteren en weer te geven. Eigenlijk moet je je altijd afvragen, bij elk cijfer dat je tegenkomt wat dat cijfer nou eigenlijk betekent. Hoe is dat cijfer tot stand gekomen? En klopt de uitspraak die wordt gedaan op basis van dat cijfer eigenlijk wel? Dit vraagt geen technische vaardigheden, die komen later. Dit vraagt om kritisch denken, zoals journalisten dat al gewend zijn als het gaat om uitspraken van politici of ontwikkelingen in de maatschappij.

We zitten nu midden in een verandering op dit gebied. Succesvolle initiatieven op het gebied van datajournalistiek, zoals Pointer, laten zien dat het cool is om belangrijke informatie over het functioneren van onze samenleving naar boven te halen met data Bovendien is te zien dat in het ‘gewone’ nieuws steeds kritischer wordt omgegaan met cijfers. Dit zien we ook terug bij de opleidingen. Zo wordt bij ons de basis van datajournalistiek vanaf volgend schooljaar onderdeel van het eerste studiejaar (nu starten we in jaar 2 met datajournalistiek), hebben we een minor Datavisualisaties en Infographics, en hebben we een project waarbij we onderzoeken hoe we cijferangst bij studenten kunnen wegnemen. De verandering wordt echter niet geholpen door koppen als die van Villamedia, waarin datajournalistiek nog steeds gepresenteerd wordt als iets anders, iets nieuws, in de journalistiek.

Auteurs

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *