Buzzfeed: viral journalistiek?

In het NRC Handelsblad en NRC.Next van 23 februari stond dat Obama’s mediastrategie zijn pijlen heeft gericht op websites als Buzzfeed. Op zich is dat niet zo verwonderlijk aangezien de president via dit soort media een nieuw en vooral jonger publiek kan bereiken. Wat wel opvallend is, is dat Buzzfeed zich van een website met lijstjes en plaatjes, heeft opgebokst tot een nieuwsmedium dat concurreert met de gevestigde nieuwsmedia.

De meeste zullen Buzzfeed kennen uit hun Facebook-tijdlijn waar veelvuldig lijstjes en quizes gepost worden met titels als 12 moments you wished Lorelei Gilmore was your mom en Which famous Chris is your soulmate. Luchtige content met heel veel gifs en plaatjes die het heel goed doen op social media.

Buzzfeed heeft de viral tot kunstvorm verheven. Buzzfeed, opricht in 2006 door Jonah Peretti, tevens medeoprichter van de Huffington Post, begon als een viral lab met als doel content te maken die mensen graag willen delen op social media. De content wordt verzameld, of gecureerd, door een combinatie van vaste redacteuren en vrijwilligers uit de Buzzfeed community. Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen dat de typische Buzzfeed vertelvormen (lijstjes, quizes, het type koppen, het gebruikt van cijfers in koppen, bepaalde emoties aanspreken) ook daar zijn ontstaan, heeft Buzzfeed een geweldig grote bijdrage geleverd aan het fenomeen viral marketing en het type content dat hierbij hoort. Veel van Buzzfeeds trucjes vind je terug in tips van social media goeroes (die ook allemaal lijstjes maken).

Vanaf 2012 verschijnen er berichten dat Buzzfeed journalisten in dienst neemt om ook serieuze onderwerpen van goede content te voorzien. En weet een jaar later zelfs een journalist van de New York Times, Lisa Tozzi, aan te trekken die zich bezig gaat houden met brekend nieuws en begint ook aan onderzoeksjournalistiek met Pulitzer Prize winnaar Mark Schoof. Vorige maand kondigde Buzzfeed aan zich te willen richten op tech-journalistiek en heeft Mat Honan, voormalig Wired journalist, aangenomen.

Buzzfeed is uitgegroeid tot een medium met meer dan 200 redacteuren die elke dag zo’n 400 berichten maken over internetcultuur, politiek, technologie en eigenlijk alles wat ze maar belangrijk vinden. De site trekt meer dan 150 miljoen unieke bezoekers per maand, waarvan zo’n 75% via social media. Hoewel het bataljon aan journalisten zeker ook eigen content toevoegt aan de website, is het overgrote deel gecureerd – dat wil zeggen dat de berichten alleen andere media opvoeren als bron. Tumblr en Instagram zijn de belangrijkste bronnen voor Buzzfeed, blijkt uit een onderzoek van Priceconomics. Niet verassend aangezien Buzzfeed vooral heel veel plaatjes en gifs gebruikt.

Maar hoe is het mogelijk dat een website die lijstjes maakt, nu ook serieuze journalistiek kan ondersteunen? De website is immers vrij van banner-ads en alle content is gratis. Eigenlijk is het antwoord heel simpel: Buzzfeed verkoopt zijn core-business: virals maken en zijn enorme bereik. Allereerst de virals: Buzzfeed maakt voor bedrijven viral posts, oftewel native ads, die tussen de gewone content verschijnen, wel altijd met een duidelijke vermelding, zoals deze video voor kattenbakvulling (kijken – hij is echt heel leuk). Daarnaast verkoopt Buzzfeed ook links op hun website, die als “promoted” posts in de newsstromen verschijnen. Een uitgebreide analyse van Buzzfeeds native ads vind je hier op TechCrunch.

Het doorelkaar lopen van native ads en de gewone content vervaagt natuurlijk wel de grens tussen journalistiek en advertentie, zeker omdat het de bedoeling is dat mensen de ads ook gaan delen. Eigenlijk is Buzzfeed dus een marketingbureau. Aan de andere kant heeft deze strategie ervoor gezorgd dat Buzzfeed al die journalisten heeft kunnen aannemen, en voorziet in zekere zin dus de journalistiek. Moeten we hieruit concluderen dat journalistiek an sich niet verdient? Dat is misschien iets te kort door de bocht, maar Buzzfeed maakt wel duidelijk dat online journalistiek onderdeel kan zijn van succesvolle websites – alleen komt de geldstroom niet van de journalistieke producties.

Auteurs