Bedrijfsleven, Onderwijs en Wetenschap omarmen interdisciplinaire productie

Bij drie heel verschillende bijeenkomsten in de afgelopen week werd het belang van interdisciplinair werken in dienstverlening, HBO- en universitair onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onderstreept. De geïntegreerde toepassing van visualisatie vereist dat interdisciplinaire werken.

Online dienstverlening: van abstract naar concreet  

In het kader van Every Picture Tells a Story bezochten collega’s Yael de Haan en ondergetekende Independer in Hilversum. Zoals bekend vergelijkt Independer verzekeringen en biedt klanten daarbij de gelegenheid de gekozen verzekering direct af te sluiten. Independer is een typisch voorbeeld van een tussengebruiker van informatievormgeving. Het bedrijf besteedt veel aandacht aan de functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid van zijn online diensten. De hele keten van productontwikkeling tot aan online publicatie en afhandeling is bij Independer in huis. De communicatie en samenwerking van de verschillende geledingen, e-commercemanagement, econometrie en business intelligence, marketingcommunicatie, technische realisatie en interfacing, zijn van cruciale betekenis voor het succes van de dienst, oftewel de conversie van bezoek aan de site naar daadwerkelijke transactie. Waarbij die transactie ook het inschrijven voor een nieuwsbrief kan zijn, als dat was wat de gebruiker op dat moment wil.

Afgesproken werd dat vanaf september met studenten gewerkt zal worden aan verschillende actuele thema’s in het media-offensief rond vergelijking en oversluiting van zorgverzekeringen, dat in de laatste maanden van het jaar zijn hoogtepunt vindt. Een of twee multidisciplinaire teams van studenten zullen begeleid worden door verschillende functionarissen bij Independer.

Toon wat je vertelt

Show Me The Data is een jaarlijks evenement dat voortkomt uit een samenwerking van de Universiteit van Amsterdam met de Masteropleiding Editorial Design van de HKU (MAHKU). Studenten mediastudies en informatica (UvA) en design (HKU) ontwikkelden in een periode van zeven weken een datavisualisatie. In een goed verstopte collegezaal in de Amsterdamse Oudemanhuispoort werden de zes projecten door de multinationale en multidisciplinaire teams gepresenteerd. Daarnaast waren er presentaties van designers Alberto Cairo (via video uit Miami) en Jan Willem Tulp en van Bas Broekhuizen, docent journalistiek aan de UvA en promovendus interactieve infographics.

Marvin Fernandes, collegadocent aan de opleiding Communication & Media Design van de HU, zal van de zomer zijn Mastertitel behalen. Marvin legde uit dat voor hem de samenkomst van drie studierichtingen —IT, media en design— de belangrijkste leerervaring van dit blok was.

Beloofd is dat de projecten van deze en vorige afleveringen worden gepubliceerd op de eigen website maar dat is helaas nog niet gebeurd. Wat jammer is voor het controleren van mijn algemene indruk. Die is dat de projecten ambitieus en vernieuwend waren maar dat te weinig uitgegaan werd van de gebruiker en/of van wat de data precies kunnen vertellen, ‘het verhaal’. In veel gevallen leek het alsof de data belangrijker waren dan het verhaal of dat de visualisatie niet in de eerste plaats beschouwd werd vanuit de belangrijkste boodschap ervan. De interdisciplinaire samenwerking tussen MAHKU en UvA levert zeker interessante inzichten op. Eén ervan is dat de samenwerking nog uitgebreid zou kunnen worden met betrokkenen die de communicatie met de eindgebruiker centraal stellen respectievelijk de relevantie van de informatie voor de beoogde lezer scherp in het oog houden.

Weet wat je zegt

Dat dit geen beginnersfout is maar iets dat ook bij gevorderde infografici voorkomt, bewees Alberto Cairo in zijn geskypte uitleg van zijn visualisatieproject waarin hij de omgekeerde correlatie onderzoekt tussen gemiddelde onderwijsniveaus per Amerikaanse staat en het voorkomen van obesitas. Instructief was het om te zien hoe Cairo (zoals ook Tulp later liet zien) verschillende grafieksoorten utprobeerde op de dataset om uiteindelijk te kiezen voor de meest geëigende vorm, in dit geval van een zgn ‘slopegraphic’.

Minstens zo instructief, maar dan in negatieve zin, was dat Cairo niet overweegt om de relatie eenduidiger te tonen door in plaats van opleidingsniveau juist gebrek aan opleiding te koppelen aan overgewicht. Daarbij komt nog dat hij —althans in zijn uitleg— geen enkele aandacht besteedde aan de aard van de correlatie. Kunnen dikke mensen minder makkelijk met de bus mee en krijgen ze daardoor minder opleiding? Zijn dikke mensen dommer? Of armer misschien en daardoor minder goed opgeleid? Het is gemakkelijk om te veronderstellen dat gebrek aan kennis leidt tot slechte eetgewoonten maar sinds de Freakonomics-lessen van Dubner en Levitt weten we dat we dat niet zomaar mogen aannemen.

De kracht van schoonheid

Jan Willem Tulp liet een paar prachtige voorbeelden zien van pure datavisualisaties. Puur in de zin dat Tulp vooral uitgaat van de data en daarmee net zolang speelt totdat die een visuele vorm heeft gekregen die hem bevalt en die goed communiceert. Aan Tulps werk valt goed af te zien dat het visuele ‘gedrag‘ van zijn, meest bewegende, visualisaties heel belangrijk is. Subtiele kleurstellingen in combinatie met doorschijnendheid, fraaie composities, intrigerende manieren van bewegen (voor ingewijden: met gebruikmaking van ‘easing’) dragen sterk bij aan de overtuigingskracht.

Die overtuigingskracht, zo wisten we natuurlijk al voordat Broekhuizen het nog eens op een rijtje zette, vormt —net als bij andere vormen van design— bij infographics één van de drie belangrijke parameters voor succes van het product. Broekhuizen maakte er een taartgrafiek van, een ‘PIE’, met ‘Persuade’, ‘Inform’ en ‘Entertain’.

Broekhuizen paste verder een boek van Richard E Mayer over e-learinig toe op het gebruik van infographics, wat een bruikbaar model oplevert en de aanbeveling dat ‘animation’ en ‘on-screen text’ elkaar hinderen bij informatie-overdracht en ‘animation’ en ‘narration’ elkaar juist versterken. Geanimeerde beelden met een commentaar, het lijkt logisch, maar wordt niet algemeen toegepast. Zou dat zijn omdat het opnemen van een voice-over nog niet zo eenvoudig is? Mij lijkt dat wel waarschijnlijk; ik kom daar straks nog even op terug in een toevoeging over de kracht (of de zwakte) van een goede voordracht. En dat is, zoals bekend, niet het grootste fort van vaderlandse experts.

Verbeelding nog niet aan de macht

Zoveel werd ook duidelijk op de laatste bijeenkomst, gehouden in het Science Park in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Het rekencentrum van de UvA en The Netherlands eScience Center organiseerden het symposium ‘Visualisatie, exploratie en collaboratie, essentieel voor onderzoek’. Tijdens het symposium werd het Collaboratorium geopend, een nieuwe visualisatie- en presentatieruimte die speciaal ontwikkeld is voor onderzoek.

Uit het persbericht: “Het Collaboratorium beschikt over een video wall die is uitgerust met 4×2 Full HD schermen met een totale resolutie van 7.680 x 2.160 pixels (16.6 Megapixel). Over het gehele oppervlak van de video wall ligt een ‘multi-touch overlay’ waardoor het scherm functioneert als een enorme smart tablet. De ruimte nodigt uit tot samenwerking en communicatie over en weer tussen gebruikers (lokaal en op afstand), in een informele omgeving en biedt excellente kansen voor samenwerking en technology transfer tussen wetenschap, overheid en bedrijfsleven.”

Sara publiceerde voor de gelegenheid een ‘white paper’, dat hier kan worden gevonden

De visualisatie van data, processen en verbanden wordt hiermee in wetenschappelijke kring (opnieuw) in zijn betekenis bevestigd. Tegelijk bleek uit de middag dat de verkenning en ontwikkeling van visueel-esthetische mogelijkheden en beperkingen voor onderzoek en samenwerking zelf weinig aandacht krijgen. De gedreven experts hebben nog steeds weinig oog voor hoe kijken werkt: Het merendeel van de powerpointslides telde meer dan vijftig woorden en meerdere beelden, sommige over de tweehonderd woorden. Daar komt nog bij  dat de meeste sprekers—met name de Nederlandse—zeer weinig energie spendeerden aan een goede voordracht wat betreft stem en taal. Engels is onze tweede taal en iedereen denkt hem vanzelf vloeiend te kunnen spreken, maar samen met het algemene gemompel in een verwijderde microfoon en slechte belichting van de spreker, zijn dit soort optredens een schrijnend voorbeeld van hoe belangrijk een goede beheersing van de esthetiek is. Op mijn eigen blog (www.kuitenbrouwer.nl) kom ik nog apart terug op ons ‘Dunglish’.

Churchills War Room als model

Het symposiumprogramma op het Science Park was overladen met voor wetenschappelijk ingewijden ongetwijfeld zeer boeiende presentaties. Hoewel, de uithoeken waar de wetenschappers vandaan kwamen, lagen zover uit elkaar als ecologie, genetische diagnostiek, watermanagement en computeranimatie, dus ik was waarschijnlijk niet de enige die althans een deel van de papers niet volgde.

Zeer interessant was wat SARA-directeur Anwar Osseyran over de invloed van Big Data op de wetenschap zei:

  1. Correleation supersedes causation
  2. Storage is not the issue, sense-making is.
  3. Time for processing is shrinking fast.

Scott Lusher, directeur van het NL eScience Center, maakte duidelijk dat het Collaboratorium niet voor niets zo heet; de voorziening is met nadruk gebouwd om ter plaatse en op afstand samen te werken en de visuele mogelijkheden te gebruiken voor gezamenlijke interpretatie en verwerking van data, meer dan voor presentatie van eindresultaten. Als voorbeeld gaf de Britse directeur de War Room, waarvan Winston Churchill zei: “From this room I will direct the war”.

Lushers ambitie is om met interdisciplinaire samenwerking en informatietechnologie de manier te veranderen waarop research wordt gedaan.

Remy Jon-Ming, FD-infographicsredacteur en aanwezig bij het biertje ter afsluiting van Show Me The Data, meent dat een dergelijke verandering ook bij de grote redacties nodig is, wil de echte kracht van visuele informatie-overdracht tot zijn volle recht komen.

Carel Kuitenbrouwer

Auteurs