Een klap, duizend vliegen. Tien aantekeningen bij de Amerikaanse presidentsdebatten

  1. Het is geen toeval dat het debat tussen Clinton en Trump plaatsvond op 26 september. Dat is dezelfde dag maar dan vijftig jaar later dat het eerste televisiedebat tussen presidentskandidaten plaatsvond: Kennedy versus Nixon.
  2. Het debat Kennedy – Nixon is een klassieker, ook in journalistiek onderzoek. Iedereen weet dat Kennedy het gewonnen zou hebben omdat hij er fris en fruitig uitzag terwijl Nixon oogde als een verschrompelde citroen. Het was deze constatering die Daniel Boorstin op het spoor zetten van het boek dat elke journalistiekstudent zou moeten lezen: The Image, or what happened tot he American dream. De impact van dit eerste televisiedebat was zo groot dat het tot 1976 duurde dat kandidaten opnieuw op tv tegenover elkaar durfden te staan.
  3. Toch vertelt dit slechts een halve waarheid. De andere helft is dat radioluisteraars – en dat waren er in 1960 nog heel wat – een ander oordeel hadden.
  4. De mogelijk doorslaggevende betekenis van de aard van het medium – radio, tv, krant – voor het oordeel, eventueel stemgedrag van de kiezer ofwel het besef dat het medium wellicht in plaats komt van de boodschap geeft te denken over het effect van presidentsdebatten in een tijd dat boodschappen in toenemende mate viraal gaan. Anders gezegd: één opmerking o.i.d. van een van de twee kandidaten kan beslissend zijn omdat juist die opmerking miljoenen keren gedeeld wordt. Dat is wat vervolgens beklijft. Één klap, duizend vliegen. Vandaar ook dat er allerlei apps en andere ‘leuke dingen’ rond de Clinton-Trump debatten ontwikkeld zijn.
  5. Dat van die ene klap die een daalder waard zou zijn, gold in het verleden ook maar dan vooral in negatieve zin. Met één stommiteit kon een kandidaat zichzelf voorgoed belachelijk maken. Het beroemdste voorbeeld hiervan is dat van Gerald Ford die in 1976 beweerde dat Oost-Europa door de Russen niet bezet was en onder zijn presidentschap door de Russen ook nooit bezet zou worden. Maar er zijn meer van dergelijke blunders.
  6. Ook vóór het televisietijdperk debatteerden presidenten al. Beroemd werden vooral de debatten tussen Abraham Lincoln en Stephen Douglas in 1858. Het onderwerp was vanzelfsprekend, zo aan de vooravond van de Amerikaanse burgeroorlog, slavernij. De debatten zouden wij overigens die naam niet geven. Eerst sprak de ene kandidaat gedurende een uur, vervolgens de andere anderhalf uur en dan de eerste weer een half uur. Een hele zit dus.
  7. Er is veel onderzoek verricht naar het effect van presidentiële debatten. Over het algemeen wordt gedacht dat kiezers hierdoor sterk van positie kunnen wisselen. Dat blijkt onjuist.
  8. Wat uit onderzoek wél blijkt is dat het eerste debat veelal het belangrijkste is. Thomas Holbrook: ‘The evidence overwhelmingly indicates that the most important debate, at least in terms of information acquisition, is the first debate … The first debate is held at a time when voters have less information at their disposal and a larger share of voters are likely to be undecided.’
  9. Presidentsdebatten zijn vooral belangrijk als agenda-setters, zo blijkt uit onderzoek. Als de grote thema’s van de verkiezingen op zo’n moment nog niet duidelijk zijn, dan worden ze het wel. Zie hier de grote thema’s van het verleden, op beeld.
  10. En tot slot, niet verwonderlijk: de presidentiële debatten zijn een geliefd onderwerp voor onderzoekers. Een mooie inventarisatie vind je hier. Google Scholar geeft maar liefst 11.000 hits. En ook de Engelstalige wiki is goed.

Auteurs