25 jaar digitale transitie in de journalistiek 5: de hausse & nu.nl

Aan het begin van deze reeks werd het artikel vermeld waarin Francisco van Jole, een van de pioniers van de internetjournalistiek, vertelde hoe het vak in het voorjaar van 1997 ‘opeens’ het internet ontdekte. Er valt iets voor te zeggen. En als het toen niet was, dan kwam die ontdekking in ieder geval spoedig daarna. Een teken aan de wand is de verkennende literatuurstudie over Cultuur en nieuwe media die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in januari 1998 publiceerde. Een ander teken aan de wand zijn berichten in de geschreven media zoals dat van Henk Rijks in het AD van 13 juni 1998. Kop: Internet is niet meer het domein van freaks. Teneur:

Tegenwoordig kan niemand meer om het internet heen, heeft elk serieus bedrijf z’n eigen site en wordt elke organisatie overspoeld met nota’s, plannen en memo’s over ‘de strategische waarde van het net voor het behalen van onze doelstellingen’. Elke pc is voorzien van eenvoudige te bedienen internetprogramma’s en handige hulpjes om online te raken en een bestandje downloaden doe je via een ISDN of kabelverbinding. Ettelijke duizenden mensen verdienen hun dagelijks brood met het net, door er winkels te beginnen, anderen te ontmoeten, research te plegen, of er over te schrijven.

Ondertussen scheten verreweg de meeste krantenmakers en journalisten, onparlementair gezegd, van dat hele internet stevig in de broek. Groot was dan ook de verbazing geweest toen het Nederlands Dagblad eind 1997 zijn volledige editie aan zijn abonnees als pdf aanbod, via de mail. Smeet men hiermee de krant niet op straat? Geluk bij dit ‘ongeluk’ was dat het nog wel even een klusje was zo’n bestand te downloaden. Trouw van 10 december 1997:

Het bestand is telkens twee megabyte groot. Met een standaardmodem (28k8) duurt de ontvangst een kwartier. Het programma Adobe Acrobat Reader stelt de lezer in staat eenvoudig door zijn krantje te bladeren, uitvergrotingen te maken en pagina’s te printen. Het Financieele Dagblad komt op 1 januari met een soortgelijke digitale krant. Ook daarvoor zal abonnementsgeld worden geheven.

Maar ja, was een digitale versie van een papieren krant nu waar het publiek op zat te wachten? Was dat het resultaat van de revolutie die volgens sommigen ophanden was?

Digitale krant?

Nee luidde het antwoord, althans van degenen die wat verder dachten onder wie journalisten bij De Telegraaf en bij het NRC Handelsblad. Zo kwam eerstgenoemde krant eind 1998 met NieuwsLink.

‘Het idee achter NieuwsLink is het gat opvullen tussen de papieren krant en de radio en televisie,’ schreef Trouw.

De Telegraaf, die ‘s avonds en ‘s nachts gemaakt wordt, brengt een keer per dag nieuws terwijl radio en televisie meerdere keren per dag nieuwsbulletins uitzenden. Met de nieuwe rubriek wil De Telegraaf gebruikers nu ook de mogelijkheid geven via Internet op de hoogte te blijven van de laatste nieuwsberichten.

En:

Daar waar De Telegraaf op Internet een kopie is van de papieren krant, moet NieuwsLink gezien worden als een aanvullende nieuwsservice. Toch blijven de echte primeurs voor de papieren krant. “We kunnen de opening van de krant natuurlijk niet de dag ervoor op Internet zetten.’ Daarvoor moeten de geïnteresseerden toch de volgende ochtend naar de krantenkiosk.

Nieuwssite à la CNN

Ondertussen had een van de ontwikkelaars van de op dat moment populaire zoekmachine Ilse een plannetje bedacht. Hij wilde een nieuwssite à la CNN opzetten. De naam had hij al: nu.nl. Maar ja, daarvoor had hij wel middelen nodig, en mensen die iets van journalistiek wisten. Vandaar dat hij een mediarondje maakte, met een plan, zo vertelde hij de aanwezigen, dat alle andere plannen voor journalistiek op internet deed verbleken. Kern van dat plan was een nieuwssite die voortdurend vernieuwd werd, een soort Nederlandse CNN inderdaad. Maar nee.
Bij de NOS lukte het niet door allerlei beperkingen door de mediawet, bij PCM werd ik uitgelachen. Ze zagen niets in dat hele idee van continu updaten. Elders vertelt Ten Houten hetzelfde anders:

‘Daar [bij PCM] hebben we ons plan gepresenteerd: dit zijn de pageviews die we verwachten, we kunnen de site financieren met advertenties, dit is de omzet die erbij hoort, wij kunnen het maken, het moet continue geüpdatet worden, de nadruk moet liggen op de ochtend en lunchtijd, dan moet er het meest geïnvesteerd worden in nieuwe berichtjes, want dan verwachten we de meeste bezoekers.’

‘Ze vonden onze ideeën heel eng. Met Volkskrant.nl trokken ze maar een fractie van het aantal bezoekers dat wij voorspelden voor NU.nl. Ze vonden het hele idee van nieuws weggeven verschrikkelijk. Ze hadden een heel ander idee van wat internet was en welke mogelijkheden internet bood en wat je ermee zou moeten doen.’

En dus zocht hij contact met mensen die uit een andere wereld kwamen, ondernemers. Het is ondertussen 1999 geworden.

De geschiedenis van nu.nl begint allemaal in een spareribrestaurant. Drie mannen zitten er te eten aan een tafeltje. Een van hen heet Merien ten Houten. Hij heeft het idee om een Nederlandse CNN op te zetten. Op dat moment heeft Merien de naam al bedacht. Drie weken na dit diner hebben Sacha Prins en Kees Zegers de complete site al ontworpen, en tien weken later ging de site al de lucht in. De eerste dag van het bestaan van Nu.nl was 12 mei 1999.

Wat er vervolgens gebeurt had de grootste dromer niet kunnen bedenken, zij het dat er nog wel enige tijd overheen ging voordat het zover was.

Op vele plekken kan je lezen dat de vuurwerkramp in Enschede, 13 mei 2000, nu.nl definitief op de journalistiek kaart zette. Dat blijkt een broodje aap te zijn. Wel is het zo dat gebeurtenissen als die in Enschede en, sterker nog, 9/11, nu.nl een enorme boost gaven. In het eerste geval kwam dat mede omdat de ramp op zaterdag plaatsvond en er op zondag geen kranten verschijnen. In beide gevallen was de belangstelling zo groot dat iedereen voortdurend op de hoogte wilde zijn. Want nieuws werd steeds meer laatste, allerlaatste, allerallerlaatste nieuws, net zo lang tot het live werd en de lezer, kijker of luisteraar erbij aanwezig was. Een dergelijke aanwezigheid kan een krant of tijdschrift nooit bereiken. Audiovisuele en digitale media kunnen dat wel. Het is een van de redenen dat zij gemakkelijker bij de moderne tijd aansluiten dan hun gedrukte concurrenten.

Aan het begin van dit millennium waren er nog slechts enkelen die dit inzagen. En toen ze het inzagen, zoals PCM begin 2001, was het te laat. Daarover, en in het bijzonder over de zeperd van PIM (PCM Interactieve Media) volgende keer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *