2014, het jaar van het scheepsbericht (14/26)

In 2013 was het twintig jaar geleden dat Annie Proulx The Shipping News publiceerde, een gelauwerde roman over de worsteling van een tobberige journalist in een gure uithoek van Canada. Maar meer nog dan dat is het een nog altijd actuele ode aan de journalistiek; over hoe een krant mensen kan verbinden. 

Scheepsberichten, zoals het boek van de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx in Nederland uitkwam, won in 1994 een Pulitzerprijs in de categorie fictie. Maar zoals met de meeste boeken van Proulx heeft het wel de romanvorm, maar is het vooral een confronterend portret van een smartvolle realiteit.

‘Quoyle, een onhandige derderangs journalist, werkt voor een plaatselijke krant in het noorden van de staat New York.’ Met deze woorden op de achterflap van de Nederlandse uitgave is de toon gezet. Mockinburg is ‘een stadje in zijn derde dood’. ‘Quoyle, het zoveelste voorbeeld van de semi-analfabeten die vandaag in de journalistiek zaten,’ schrijft Proulx al snel. ‘De kleine beslissingen van plaatselijke autoriteiten leken hem de diepere roerselen van het bestaan,’ ondanks ‘een litanie van politiek gereutel, zere monden en gebroken beloften.’ Op de automatische piloot ‘perste hij levensverhalen uit volkomen vreemden.’

Een ode aan de journalistiek? Nou, niet meteen. Wel herkenbaar, wellicht, voor het plichtmatige handwerk van de lokale verslaggever. Maar Scheepsberichten gaat verder en dan ontrolt zich het verhaal van een zelfverklaard mislukte journalist die na een rampzalig huwelijk, met zijn twee dochters terugreist naar zijn geboortegrond Newfoundland. Dit desolate, meest oostelijke eiland van Canada vormt het perfecte decor voor het onverwacht optimisme dat daar postvat. Want Quoyle krijgt een baantje bij de Gammy Bird, het suffertje van het stadje Killick-Claw. Met ‘hoofdredacteur, hoofd-postkamer en sneeuwschuiver’ Tert Card aan het roer: “wij hebben iedere week een foto van een auto-ongeluk op de voorpagina, of er nou een is of niet. Dat is onze gouden regel”.

Als redacteur voor de scheepsberichten beschrijft Quoyle ieder dag opnieuw welk schip zich waar bevindt. Maar steeds vaker mag hij er voor de krant op uit om het verhaal te vertellen van de schippers die met hun boten liggen afgemeerd in de havens van het eiland. En dan blijkt wat de kale scheepsberichten en de kleine verhalen die hij optekent betekenen in het leven van de geïsoleerde gemeenschappen op het eiland. Is het Nederlandse schip dat aanlegt inderdaad van Hitler geweest? En wil die zonderlinge dronkaard die al jaren aan zijn eigen schip bouwt wel echt het eiland verlaten?

De passieve onhandigheid van Quoyle blijkt plotseling een positieve eigenschap. Hij laat mensen uitpraten, neemt de tijd voor hun verhalen en zoekt net zo lang door tot hij begrijpt wat er speelt. De eilandbewoners accepteren de geplaagd nieuweling, en Card, ‘waar de duivel lang geleden al een oogje op had laten vallen’, maakt hem tot chef. Derderangs is Quoyle dan allang niet meer. Hij heeft eindelijk wind mee en ontdekt van lieverlee dat gemeenschapszin mensen kan binden.

Heb je het al gehoord?

Wat de oud-journalist Proulx met Scheepsberichten laat zien is dat de regionale en lokale verslaggever een belangrijke rol spelen in het verbinden van mensen. Hoe zoiets ‘sufs’ als het wie-wat-waar van een gemeenschap een drijvende kracht kan blijken te zijn. ‘Heb je het al gehoord?’ Een vraag van alledag, waar geruchten achter schuilgaan die alleen door het handen- en voetenwerk van de verslaggever feiten kunnen worden.

In die zin heeft Scheepsberichten nog niets aan zeggingskracht ingeboet. Met in Nederland het Jaar van de Regio voor de boeg is de boodschap in het boek misschien wel actueler dan ooit. Het zou in 2014 dan ook niet moeten gaan over het ‘hoe’ van de regionale journalistiek, maar het ‘waarom’. Waarom speelt de krant nog een rol bij het lokale en regionale nieuws? Omdat het professionele verslaggevers in dienst heeft? Omdat het journalistiek ethische codes respecteert? Omdat het zoveel meer kan zijn dan de leeggeroofde balanspost van opportunistische investeerders?

Neem het uit zijn krachten gegroeide Aarlanderveen. Heb je het al gehoord? De nieuwe wethouder van ruimtelijke ordening van Alphen aan den Rijn Gerard van As, wil de binnenstad vol zetten met torenflats om de ontwikkeling van de Lage Zijde mee te financieren. Waarom heeft Aarlanderveen nu geen Kapitein Card meer? Auto-ongelukken liever niet, maar de ‘scheepsberichten’ die een wethouder laten struikelen over zijn eigen belangen doen wonderen voor de gemeenschapszin.

 

Auteurs